Besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 januari 2009, nr. FEZ/CPC/86991, houdende de instelling van de Commissie vermogensbeheer onderwijsinstellingen (Instellingsbesluit Commissie vermogensbeheer onderwijsinstellingen)

Instellingsbesluit Commissie vermogensbeheer onderwijsinstellingen

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

  • b.

    commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

Instelling en taak

Artikel

3

Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld voor de duur van maximaal 8 maanden, met als ingangsdatum 15 november 2008.

Artikel

4

Informatieplicht

De commissie verstrekt aan de ministers desgevraagd de door hen gewenste inlichtingen.

Artikel

5

Leden

Artikel

6

Werkwijze

Artikel

7

Eindrapport

De commissie brengt vóór 15 juni 2009 haar eindrapport uit aan de minister en aan de minister van Financiën.

Artikel

8

Vergoeding

De voorzitter van de commissie ontvangt een vaste beloning op basis van artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen. De beloning wordt bij Koninklijk Besluit nader geregeld.

Het extern lid van de commissie ontvangt per vergadering een beloning op basis van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen, waarbij de commissie als zware commissie in de zin van het Vacatiegeldenbesluit 1988 wordt aangemerkt.

Artikel

9

Kosten van de commissie

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

  • a.

    de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,

  • b.

    de (met het ministerie van Financiën gedeelde) kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en

  • c.

    de kosten voor publicatie van rapportages.

Artikel

10

Verantwoording

De commissie informeert de ministers tussentijds tenminste eenmaal. Echter, indien de stand van zaken zich daartoe leent, kunnen de ministers vaker worden geïnformeerd.

Artikel

11

Geheimhouding

Een ieder die betrokken is geweest bij de werkzaamheden van de commissie en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel

12

Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.

Artikel

13

Intellectuele eigendom

De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.

Artikel

14

Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel

15

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 november en vervalt per 15 juli 2009.

Artikel

16

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie vermogensbeheer onderwijsinstellingen.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk