Besluit van de Minister van Justitie van 28 januari 2009, nr. 5584511/Justis/09, inhoudende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Koninklijke marechaussee

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerker recherche KMar 2009

Artikel

1

In dit besluit wordt bestaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

Maximaal 50 burgerambtenaren, werkzaam bij de Koninklijke marechaussee in de functie van medewerker recherche, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De Commandant van de Koninklijke marechaussee brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie en aan de toezichthouder verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was als medewerker recherche;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 januari 2009 en vervalt op 31 januari 2014.

Artikel

7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerker recherche KMar 2009.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze:
de teammanager BTR, P.W.C.Collard