Besluit van 4 februari 2009, houdende regels met betrekking tot de eigen bijdrage voor de rechtzoekende in geval van verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand alsmede enige nadere regels omtrent de vaststelling van de financiële draagkracht van de rechtzoekende (Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand)

Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 9 december 2008, nr. 5577912/08/6;
De Raad van State gehoord (advies van 7 januari 2009, nr. W03.08.0545/II);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 23 januari 2009, nr. 5583098/09/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Hoofdstuk

2

Eigen bijdrage

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

In afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, € 98,–, indien het gaat om de verlening van rechtsbijstand:

  • a.

    in hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling, bedoeld in artikel 292 van de Faillissementswet;

  • b.

    in de periode waarin de rechtzoekende in staat van faillissement verkeert;

  • c.

    in de periode waarin de schuldsaneringsregeling, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, van toepassing is; of

  • d.

    in de periode gedurende welke een schriftelijk vastgelegd akkoord met betrekking tot een buitengerechtelijke schuldsanering, ondertekend door alle schuldeisers en de schuldenaar, overeenkomstig de daarin opgenomen verplichtingen wordt uitgevoerd en daarin in elk geval zijn opgenomen:

    • 1°.

      alle vorderingen van de schuldeisers alsmede een opgave van de inkomsten en het vermogen van de schuldenaar;

    • 2°.

      een beschrijving van het saneringsplan;

    • 3°.

      het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten en berekend is overeenkomstig het rekenmodel dat door de rechter-commissaris in het faillissement wordt gebruikt voor de berekening van het inkomen, bedoeld in artikel 295 van de Faillissementswet;

    • 4°.

      de verplichting voor de schuldenaar om de schulden, opgenomen in het saneringsplan, binnen een zo kort mogelijke termijn te betalen;

    • 5°.

      de termijn gedurende welke het saneringsplan van kracht is, met een maximum van drie jaar; en

    • 6°.

      dat, indien een organisatie de sanering begeleidt, deze organisatie telkens na verloop van zes maanden ten behoeve van de schuldeisers een verslag uitbrengt over de uitvoering van het saneringsplan alsmede een voorstel doet voor de aanpassing van het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten.

Artikel

5

Artikel

5a

Indien een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand wordt verleend in een zaak waarin reeds een toevoeging ten behoeve van mediation is verleend, wordt op de eigen bijdrage, die de rechtzoekende voor de verlening van rechtsbijstand verschuldigd is, het bedrag dat de rechtzoekende als eigen bijdrage voor de verlening van mediation verschuldigd was in mindering gebracht.

Artikel

6

Artikel

7

De rechtzoekende is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de verlening van rechtshulp.

Hoofdstuk

3

Vaststelling financiële draagkracht

Artikel

8

Indien de rechtzoekende minderjarig is, wordt voor de vaststelling van de financiële draagkracht het inkomen en vermogen van zijn ouder of ouders in aanmerking genomen, tenzij:

  • a.

    de minderjarige 16 jaar of ouder en uitwonend is;

  • b.

    de minderjarige thuiswonend is en de ouder of ouders geen kinderbijslag voor hem ontvangen; of

  • c.

    de rechtsbijstand waarvoor de toevoeging wordt aangevraagd betrekking heeft op een geschil van de minderjarige met de ouder of ouders.

Artikel

9

Indien de rechtzoekende een rechtspersoon is, kan hij bij de indiening van de aanvraag om een toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand volstaan met het overleggen van de meest recente jaarrekening. De raad kan verlangen dat de rechtspersoon in aanvulling hierop andere bescheiden overlegt.

Hoofdstuk

4

Overige bepalingen

Artikel

12

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Justitie, N. Albayrak
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin