Artikel
1
Deze verordening verstaat onder:
-
a.
productschap: Productschap Akkerbouw;
-
b.
secretaris: secretaris van het productschap;
-
c.
ondernemer: natuurlijke- of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;
-
d.
granen: de gewassen wintertarwe, zomertarwe, winterrogge, zomerrogge, wintergerst, zomergerst, haver, triticale, kanariezaad en boekweit;
-
e.
peulvruchten: de gewassen veldbonen, landbouwstambonen, ronde groene erwten, gele erwten, schokkers, kapucijners en rozijn- of grauwe erwten;
-
f.
andere gewassen: de gewassen olievlas, winterkoolzaad, blauwmaanzaad, karwij, mosterdzaad, raapzaad (Brassica rapa var. silvestris), zomerkoolzaad (Brassica napus var. napus);
-
g.
omzet: de financiële jaaromzet behaald over zaaizaad van de producten, genoemd onder d, e en f, exclusief de rechten verkregen uit licenties uit het buitenland.