Besluit van 7 januari 2009, houdende bepalingen ter uitvoering van de Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba (Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba)

Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 3 november 2008, nr. C/2008027300, directie juridische zaken, sector wet- en regelgeving;
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 3 december 2008, nr. W07.08.0476/II/K);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Defensie van 31 december 2008, nr. C2008033279;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Algemeen

Artikel

1

§

2

Uiterlijke kentekenen van kustwachtschepen en kustwachtluchtvaartuigen

Artikel

2

§

3

Algemene geweldbepalingen

Artikel

3

Het gebruik van een geweldmiddel ter uitvoering van de taken van de Kustwacht is uitsluitend toegestaan aan de commandant, onderscheidenlijk aan een aangewezen opvarende:

  • a.

    aan wie dat geweldmiddel rechtens is toegekend, en

  • b.

    die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend.

Artikel

4

Indien de aangewezen opvarende onder leiding van een ter plaatse aanwezige commandant optreedt, gebruikt hij geen geweld dan na een vooraf gegeven uitdrukkelijke last van deze commandant. De commandant geeft daarbij aan van welk geweldmiddel gebruik wordt gemaakt.

Artikel

5

Artikel

6

De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, mag naast het gebruik van fysiek geweld uitsluitend gebruik maken van de volgende geweldmiddelen:

  • a.

    een vuurwapen;

  • b.

    een vuurwapen als slag- of stootwapen;

  • c.

    een hulpmiddel voor het afgeven van niet-penetrerende munitie;

  • d.

    een wapenstok;

  • e.

    handboeien;

  • f.

    pepperspray.

Artikel

7

Bij gebruik van fysiek geweld dan wel een geweldmiddel wordt in verhouding tot het beoogde doel de meest lichte vorm van geweld gebruikt en worden de daaraan verbonden risico’s zo veel mogelijk beperkt.

Artikel

8

§

4

Vuurwapens

Artikel

9

Artikel

10

Bij gebruik van een vuurwapen ten behoeve van niet-automatisch vuur wordt het volgende in acht genomen:

  • a.

    zwaar lichamelijk letsel of erger wordt zo veel mogelijk voorkomen;

  • b.

    zo mogelijk wordt op de benen geschoten;

  • c.

    risico’s voor derden worden zo veel mogelijk vermeden.

Artikel

11

De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, mag slechts uit voorzorg een vuurwapen ten behoeve van niet-automatisch vuur ter hand nemen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie als bedoeld in artikel 9 ontstaat, waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het ter hand nemen van het vuurwapen beëindigd.

Artikel

12

Artikel

13

§

5

Niet-penetrerende munitie

Artikel

14

Paragraaf 4 is niet van toepassing op het gebruik en het ter hand nemen van een vuurwapen dat is geladen met niet-penetrerende munitie.

Artikel

15

Het gebruik van een vuurwapen dat is geladen met niet-penetrerende munitie is slechts geoorloofd:

  • a.

    om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken; of

  • b.

    om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken.

Artikel

16

De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht met een vuurwapen dat is geladen met niet-penetrerende munitie zal schieten, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat geschoten zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.

Artikel

17

De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing indien de niet-penetrerende munitie wordt afgegeven met een ander hulpmiddel dan een vuurwapen.

§

6

Handboeien

Artikel

18

§

7

Pepperspray

Artikel

19

Artikel

20

De commandant, onderscheidenlijk de aangewezen opvarende, waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht pepperspray tegen een persoon zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat pepperspray gebruikt zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft achterwege indien de omstandigheden de waarschuwing redelijkerwijs niet toelaten.

Artikel

21

Pepperspray wordt tegen een persoon per geval ten hoogste twee maal voor de duur van niet langer dan ongeveer een seconde gebruikt en op een afstand van ten minste een meter.

§

8

Slotbepalingen

Artikel

24

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Defensie, E. vanMiddelkoop
De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin