Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 april 2009, nr. HO&S/116459, houdende regels ter verlening van subsidie ten behoeve van het bevorderen van het leren ondernemen (Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen)

Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Economische Zaken,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Definities

Artikel

2

Adviescommissie Onderwijs Netwerk Ondernemen

Artikel

3

Integriteit

Een lid van de adviescommissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij de subsidieverlening.

Artikel

4

Informatieplicht

Artikel

5

Werkwijze

Artikel

6

Vergoeding

§

2

Hoogte subsidie en subsidiabele kosten

Artikel

7

Subsidieaanvrager en de te subsidiëren activiteiten

Artikel

8

Hoogte subsidie

De subsidie voor een project bedraagt maximaal 75% van de projectkosten met een maximum van € 150.000.

Artikel

9

Subsidiabele kosten

Artikel

10

Cumulatie en begrotingsvoorwaarde

Artikel

11

Aanvraagperioden en subsidieplafond

§

3

Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel

12

Aanvraagformulier

Artikel

13

Elektronische aanvraag

AgentschapNL draagt zorg voor de mogelijkheid om aanvragen elektronisch in te dienen.

Artikel

14

Behandeltermijn van aanvragen

Artikel

15

Criteria bij de toekenning van subsidie

Artikel

16

Mandaat AgentschapNL en afhandeling bezwaarschriften

§

4

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

17

Bewaarplicht

De aanvrager bewaart de boeken en bescheiden en informatie of andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling gedurende ten minste vijf jaar na datum waarop de vaststelling van de subsidie heeft plaatsgevonden.

Artikel

18

Informatieplicht

Artikel

19

Verantwoording en voortgangsverslag

Artikel

20

Uitvoering overeenkomstig projectplan

Artikel

21

Aanvang project

De subsidieontvanger begint met het project uiterlijk zes maanden na de subsidieverlening.

§

5

Voorschotten

Artikel

22

Voorschotten

§

6

Vaststelling

Artikel

23

Aanvraag vaststelling

Artikel

24

Beslistermijn vaststelling

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§

6a

Subsidieverlening 2012

Artikel

24a

Reikwijdtebepaling

Artikel

24b

Te subsidiëren activiteiten

De minister kan subsidie verstrekken aan een onderwijsinstelling voor activiteiten die zijn gericht op:

  • a.

    het voor tenminste drie andere onderwijsinstellingen bruikbaar, overdraagbaar en gemakkelijk toepasbaar maken van door de aanvrager ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot het leren ondernemen in het onderwijs alsmede de uitvoering daarvan en

  • b.

    het verder verdiepen en versterken van de eigen, aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot het leren ondernemen in het onderwijs.

Artikel

24c

Aanvraagvereisten

Artikel

24d

Weigeringsgronden

De minister wijst de aanvraag in ieder geval af, indien:

  • a.

    de aanvraag projectkosten betreft die zijn gemaakt vóór de datum van indiening van de aanvraag;

  • b.

    de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt op het terrein van het leren ondernemen in het onderwijs een uitvoeringspraktijk van tenminste 20 maanden te kennen;

  • c.

    het aantal betrokken onderwijsinstellingen minder is dan drie;

  • d.

    de aanvrager niet heeft aangetoond de activiteiten voor tenminste 50% zelf te financieren of

  • e.

    de totale kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, minder bedragen dan € 200.000.

Artikel

24e

Subsidieplafond en subsidieverlening

Artikel

24f

Subsidiebedrag

De subsidie bedraagt maximaal € 250.000.

Artikel

24g

Aanvang projecten in 2012

De subsidieontvanger begint met het project uiterlijk binnen drie maanden na de subsidieverlening.

Artikel

24h

Aanvullende subsidieverplichting

De subsidieontvanger is verplicht bekendheid te geven aan het project, de resultaten en de algemene kennis die daaruit voortvloeien.

§

7

Slotbepalingen

Artikel

25a

Inwerkingtreding

Artikel

26

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

Bijlage

2

Tussenrapportage Onderwijs Netwerk Ondernemen

website: www.agentschapnl.nl en www.onderwijsonderneemt.nl

– telefoon: 070-3 735 735 (op werkdagen van 09:00–17:00 uur)

Onderstaande vragen geven de richtlijn voor de tussenrapportage.

De gegevens in de tussenrapportage worden gebruikt voor een beslissing voor de voortzetting van de subsidie. Tevens worden de gegevens gebruikt voor een monitoringsrapportage Onderwijs Netwerken Ondernemen tranche 2009.

Stuur het ingevulde formulier met bijlagen naar:

Agentschap NL, afd. Human Capital

Onderwijs Netwerk Ondernemen

Postbus 93144

2509 AC Den Haag

Uitgangspunt bij de tussenrapportage is dat u ons inzicht geeft in de voortgang van het project en de tussenresultaten op basis van het oorspronkelijke activiteitenplan.

De tussenrapportage dient maximaal vier pagina’s te zijn en dient zo veel mogelijk te worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens.

In de tussenrapportage komen de volgende vragen aan de orde:

  • 1.

    Algemene indruk

    • Hoe verloopt de samenwerking tussen de deelnemers (inzet, commitment, communicatie) binnen het netwerk?

    • Geef een beschrijving van verwachte en/of onverwachte successen;

    • Welke knelpunten zijn er geweest en hoe zijn die opgelost?

  • 2.

    Activiteitenplan

    • Geef per activiteit aan wat het resultaat na 1 jaar is;

    • Geef per activiteit aan hoeveel leerlingen, docenten en onderwijsinstellingen per sector zijn betrokken;

    • Geef per activiteit aan hoeveel ondernemers en/of werknemers van de deelnemende ondernemingen zijn betrokken;

    • Welke overige instellingen en organisaties (niet zijnde directe deelnemers) zijn betrokken?

    • Zijn er grote wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan/planning? Zo ja, graag de wijzigingen benoemen met daarbij de consequenties op activiteiten, planning, resultaten, samenwerking.

  • 3.

    Ondernemend gedrag

    • Welke activiteiten zijn uitgevoerd om het ondernemend gedrag van leerlingen/docenten/management te versterken? Geef per activiteit een korte toelichting.

    • Is het beoogde resultaat na 1 jaar (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

  • 4.

    Verankering

    • Welke activiteiten zijn uitgevoerd om de verankering van het leren ondernemen binnen de deelnemende onderwijsinstellingen te versterken? Geef per activiteit een korte toelichting.

    • Is het beoogde resultaat na 1 jaar (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

  • 5.

    Structurele samenwerking

    • Welke activiteiten zijn uitgevoerd om de structurele samenwerking op het gebied van het leren ondernemen te versterken? Geef per activiteit een korte toelichting;

    • Kunt u al aangeven welke activiteiten worden voortgezet na de gesubsidieerde projectperiode?

    • Is het beoogde resultaat na 1 jaar (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

  • 6.

    Profilering in de regio

    • Met welke activiteiten heeft het netwerk zich geprofileerd in de regio of sector? Welke doelgroepen zijn bereikt? Geef per activiteit een korte toelichting.

    • Is het beoogde resultaat na 1 jaar (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

  • 7.

    Vragen of opmerkingen aan adviseurs Agentschap NL.

Bijlage

3

Eindrapportage Onderwijs Netwerk Ondernemen

website: www.agentschapnl.nl en www.onderwijsonderneemt.nl

– telefoon: 070-3 735 735 (op werkdagen van 09:00–17:00 uur)

Onderstaande vragen geven de richtlijn voor de eindrapportage.

De gegevens in de eindrapportage worden gebruikt voor een beslissing voor de vaststelling van de subsidie. Tevens worden de gegevens gebruikt voor een evaluatierapport Onderwijs Netwerken Ondernemen tranche 2009.

Stuur het ingevulde formulier met bijlagen naar:

Agentschap NL, afd. Human Capital

Onderwijs Netwerk Ondernemen

Postbus 93144

2509 AC Den Haag

Uitgangspunt bij de eindrapportage is dat u ons inzicht geeft in de uiteindelijke resultaten die in het project zijn behaald. De eindrapportage dient maximaal vier pagina’s te zijn en dient zo veel mogelijk te worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens.

In de eindrapportage komen minimaal de volgende vragen aan de orde:

  • 1.

    Algemene indruk

    • a.

      Hoe kijkt u terug op de samenwerking van de deelnemers (inzet, commitment, communicatie) binnen het netwerk?

    • b.

      Geef een beschrijving van verwachte en/of onverwachte successen;

    • c.

      Welke knelpunten zijn er geweest en hoe zijn die opgelost?

  • 2.

    Activiteitenplan

    • a.

      Geef per activiteit aan wat het eindresultaat is;

    • b.

      Geef per activiteit aan hoeveel leerlingen, docenten en onderwijsinstellingen per sector betrokken zijn geweest?

    • c.

      Geef per activiteit aan hoeveel ondernemers en/of werknemers van de deelnemende ondernemingen zijn betrokken;

    • d.

      Welke overige instellingen en organisaties (niet zijnde directe deelnemers) zijn betrokken geweest?

    • e.

      Hebben zich, na de tussenrapportage, nog wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan/planning voorgedaan? Zo ja, graag de wijzigingen benoemen met daarbij de consequenties op activiteiten, planning, resultaten, samenwerking.

  • 3.

    Ondernemend gedrag

    • a.

      Welke activiteiten zijn uitgevoerd om het ondernemend gedrag van leerlingen/docenten/management te versterken? Geef per activiteit een korte toelichting.

    • b.

      Heeft u effecten waargenomen van ondernemend(er) gedrag van leerlingen/docenten/management? Zo ja, waar blijkt dit uit?

    • c.

      Is het beoogde eindresultaat (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

  • 4.

    Verankering

    • a.

      Welke activiteiten zijn uitgevoerd om de verankering van het leren ondernemen binnen de deelnemende onderwijsinstellingen te versterken? Geef per activiteit een korte toelichting;

    • b.

      Welke elementen van het leren ondernemen zijn in het beleid van de instelling, organisatie en onderwijsprogramma verankerd?

    • c.

      Is het beoogde eindresultaat (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

  • 5.

    Structurele samenwerking

    • a.

      Welke activiteiten zijn uitgevoerd om de structurele samenwerking op het gebied van het leren ondernemen te versterken? Geef per activiteit een korte toelichting;

    • b.

      Welke activiteiten, gestart tijdens de projectperiode, worden voortgezet na de einddatum van het project? Hoe worden de activiteiten gefinancierd?

    • c.

      Is het beoogde eindresultaat (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

  • 6.

    Profilering in de regio

    • a.

      Met welke activiteiten heeft het netwerk zich geprofileerd in de regio of sector? Welke doelgroepen zijn bereikt? Geef per activiteit een korte toelichting;

    • b.

      Is het beoogde eindresultaat (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

Specificaties gerealiseerde kosten

Loonkosten/Personele kosten

Dit zijn kosten verbonden aan de inzet van eigen personeel (van deelnemers) voor het project

Personele kosten worden uitgedrukt in een vast uurtarief van 50 euro (inclusief overheadkosten).

aanvrager

50

deelnemer 2

50

deelnemer 3

50

deelnemer 4

50

deelnemer 5

50

deelnemer 6

50

deelnemer 7

50

50

50

50

50

50

50

50

50

50

Totaal loonkosten

Materiaalkosten

De materiaalkosten van materiaal die uitsluitend voor het project zijn aangeschaft en benut, kunnen worden meegenomen

Totaal materiaalkosten

Kosten derden:

Loonkosten van derden die arbeid hebben verricht voor het project

Totaal

Personele kosten

Materiaalkosten

Kosten derden

Totale kosten begroting

LET OP !! Het totaal van de materiaalkosten en kosten derden mag niet meer bedragen dan 25% van de totale projectkosten

Aangevraagde subsidie

Subsidie al ontvangen

Nog te ontvangen/terug te betalen

Bijlage

4

Aanvraagformulier Regeling onderwijs netwerk ondernemen 2011/2012

Stuur het ingevulde formulier met bijlagen naar:

Agentschap NL

NL Innovatie

Postbus 93144

2509AC Den Haag

Meer informatie

Voor uitgebreide toelichting bij het aanvraagformulier:

– website www.agentschapnl.nl en www.onderwijsonderneemt.nl

– telefoon 088-602 5313 (op werkdagen van 8:30–17:30 uur)

1

Aanvrager

1.A

Onderwijsinstelling1De aanvrager moet een onderwijsinstelling po, vo, mbo, lerarenopleiding voor het primair of voortgezet onderwijs of een kenniscentrum zijn. Zie ook artikel 1.

Naam organisatie

Postadres

Postcode

Plaats

Bezoekadres

Postcode

Plaats

Brinnummer

IBAN-nummer ²

BIC-code ²

² Vult u hier uw International Bank Account Number (IBAN) en Bank Identifier Code (BIC) in. Via www.ibanbicservice.nl kunt u van een bestaand Nederlands rekeningnummer de juiste BIC-code en het juiste IBAN-nummer opvragen.

1.B

Contactpersoon aanvrager3Vul hier de contactgegevens van de aanvrager in.

Naam

□ Dhr. □ Mw.

Titel(s)

Afdeling/Vakgroep

Functie

Telefoon

Mobiel

E-mail

2

Deelnemers in het project4Vul naam en sector / categorie van alle deelnemers in.Daarnaast wordt van de onderwijsinstellingen ook de naam van het bevoegd gezag en het brinnummer gevraagd.

Aanvrager:

Bevoegd gezag:

Brinnummer:

Deelnemer 2:

Bevoegd gezag:

Brinnummer:

Deelnemer 3:

Bevoegd gezag:

Brinnummer:

Deelnemer 4:

Bevoegd gezag:

Brinnummer:

Deelnemer 5:

Bevoegd gezag:

Brinnummer:

Deelnemer 6:

Bevoegd gezag:

Brinnummer:

Deelnemer 7:

Bevoegd gezag:

Brinnummer:

Overige deelnemers 5

Deelnemer 8:

(Toelichting)

Deelnemer 9:

(Toelichting)

Deelnemer 10:

(Toelichting)

5 Graag bij overige deelnemers (dus die géén onderwijsinstelling of onderneming zijn) korte toelichting geven van de organisatie.

3

Samenwerkingsovereenkomst6De samenwerkingsovereenkomst dient door alle partijen die bij hoofdstuk 2 van het aanvraagformulier genoemd zijn, en die in de begroting (hoofdstuk 5) van het project zijn opgenomen, ondertekend te worden door een tekenbevoegd persoon.Let u erop dat de nummering van de deelnemers moet overeenstemmen met die bij hoofdstuk 2.

De ondergetekenden komen overeen dat:

• zij samenwerken bij het uitvoeren van het project dat beschreven staat in deze aanvraag;

• de overeenkomst in werking is gedurende de looptijd van het project, zoals omschreven in onderdeel 4 van het aanvraagformulier;

• zij intensief zullen samenwerken in een open, duidelijke communicatiestructuur en het project jegens elkaar te goeder trouw zullen uitvoeren;

Namens aanvrager 1:

(penvoerder)

Naam:

Emailadres:

Functie:

BTW-plichtig? 7 (ja/nee):

Handtekening:

Namens deelnemer 2:

Naam:

Emailadres:

Functie:

BTW-plichtig? (ja/nee)

Handtekening:

Namens deelnemer 3:

Naam:

Emailadres:

Functie:

BTW-plichtig? (ja/nee)

Handtekening:

Namens deelnemer 4:

Naam:

Emailadres:

Functie:

BTW-plichtig? (ja/nee)

Handtekening:

Namens deelnemer 5:

Naam:

Emailadres:

Functie:

BTW-plichtig? (ja/nee)

Handtekening:

Namens deelnemer 6:

Naam:

Emailadres:

Functie:

BTW-plichtig? (ja/nee)

Handtekening:

Namens deelnemer 7:

Naam:

Emailadres:

Functie:

BTW-plichtig? (ja/nee)

Handtekening:

Is er een bijlage toegevoegd met handtekeningen van overige deelnemers? 8

□ ja, aantal bladen:

□ nee

7 Geef aan of uw organisatie btw-plichtig is door hier ja of nee in te vullen. Let u erop dat de aanvrager (penvoerder) ook hoofdstuk 6 van het aanvraagformulier dient te tekenen.

8 Bij meer dan 7 deelnemers dient u de handtekeningen (met naam en functie) apart toe te voegen met de tekst van de samenwerkingsovereenkomst

4

Projectgegevens

Betreft de aanvraag een vervolg op een eerder toegekend project? 9

□ Ja,

referentienummer:

□ nee

Gewenste startdatum project 10

Verwachte einddatum project

Totale projectkosten

Totaal gevraagde subsidie 11

Is er voor dit project, of voor onderdelen ervan, al subsidie aangevraagd of gekregen?

□ Ja

□ nee

Is er een verzoek tot surséance van betaling, tot faillisement, of tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling ingediend voor de aanvrager of één van de deelnemers van het samenwerkingsverband?

□ Ja, op (datum)

□ nee

Toelichting:

9 Onderwijs Netwerk Ondernemen 2009 of 2010 of Onderwijs & Ondernemen 2007.

10 De looptijd van een project kan maximaal 2,5 jaar zijn. Binnen 3 maanden na de beschikkingsdatum moet het project van start gaan.

11 De totaal gevraagde subsidie mag niet hoger zijn dan 50% van de totale projectkosten. De maximale subsidie bedraagt € 250.000,–.

5

Ondertekening

Ondergetekende verklaart dat alle voor de aanvraag benodigde stukken zijn bijgevoegd en dat hij/zij bekend is met de voorwaarden en procedures van de Subsidieregeling Onderwijs Netwerk Ondernemen.

Naam

Functie

Datum

Plaats

Handtekening

Heeft u over dit project vooraf met een adviseur van Agentschap NL gesproken?

□ Ja, met:

□ Nee

Bijlagen12Uw aanvraag is pas compleet en kan in behandeling worden genomen als alle voor uw aanvraag van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd zijn. Op www.agentschapnl.nl vindt u een compleet overzicht van en uitgebreide toelichting bij de benodigde bijlagen.

  • Gegevens van eventuele overige deelnemers

  • Projectplan

Het projectplan beschrijft hoe het project aansluit bij de doelstellingen van de regeling.

  • Projectbegroting

De projectbegroting geeft inzicht in de totale geraamde kosten van het project en de verdeling van die kosten per projectdeelnemer.

Projectplan Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen 2011/2012

1

Doel

Geef een korte, heldere beschrijving van het uiteindelijke doel dat u wilt bereiken met het voorgestelde project. Geef tevens aan hoe het project aansluit bij het Actieprogramma Onderwijs en Ondernemen.

2

Projectdeelnemers

Motiveer de samenstelling van het samenwerkingsverband. Geef aan op welke wijze de deelnemers elkaar versterken bij het bereiken van de doelstellingen van de ONO regeling 2012.

3

Organisatie netwerk

Geef in grote lijnen aan hoe het project gaat functioneren, o.a.;

wie is eindverantwoordelijk, wie heeft de projectleiding, welke overlegstructuur wordt gehanteerd.

4

Best practice

Beschrijf kort de best practice. Toon aan in hoeverre de best practice, die in dit project voor uitrol in aanmerking komt, heeft geleid tot een verbetering van de ondernemendheid van leerlingen, docenten en management.

5

Activiteitenoverzicht

Doelstelling Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen (ONO) 2012:

  • a)

    het voor andere onderwijsinstellingen bruikbaar, overdraagbaar en gemakkelijk toepasbaar maken van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot leren ondernemen in het onderwijs alsmede de uitvoering daarvan;

  • b)

    het verder verdiepen en versterken van van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken op dat terrein.

Geef een opsomming van de activiteiten die zowel de aanvragende instelling als de projectdeelnemers gaan ondernemen om bovenstaande doelstellingen te bereiken. Op beide doelstellingen a en b moet tenminste één activiteit worden ingezet.

Geef per activiteit aan:

wie deze uitvoert;

hoeveel inzet van tijd en middelen dit vergt;

de beginsituatie;

het beoogde resultaat na 1 jaar;

het beoogde eindresultaat na 2,5 jaar;

hoeveel leerlingen, docenten en managers en overige partijen per onderwijsinstelling is betrokken.

Aangezien u verplicht bent om bekendheid te geven aan het project, de resultaten en de kennis die daaruit voortvloeit, vragen we u om de communicatie-activiteiten in het activiteitenoverzicht te beschrijven.

6

Verankering

Welke van de activiteiten (beschreven onder 5) hebben betrekking op de verankering van ondernemend onderwijs in zowel de aanvragende instelling als bij de overige deelnemers?

Licht kort toe hoe de verankering plaatsvindt, bijv. in beleid, onderwijsprogramma, organisatie.

7

Begroting

Doelstelling en activiteiten van het project dienen goed gerelateerd te zijn aan de kosten. Gebruik de modelbegroting (die vindt u als excel-bestand op www.onderwijsonderneemt.nl) om dit inzichtelijk te maken.

Bijlage

5

Voortgangsverslag Regeling onderwijs netwerk ondernemen 2011/2012

– website: www.agentschapnl.nl en www.onderwijsonderneemt.nl

– telefoon: 088-602 53 13 (op werkdagen van 09:00–17:00 uur)

Onderstaande vragen geven de richtlijn voor een digitale tussenrapportage (na een jaar) die per email wordt verstuurd aan de projectleider.

De gegevens in de tussenrapportage worden gebruikt voor een beslissing voor de voortzetting van de subsidie. Tevens worden de gegevens gebruikt voor een monitoringsrapportage Onderwijs Netwerken Ondernemen tranche 2011.

Uitgangspunt bij het voortgangsverslag is dat u ons inzicht geeft in de voortgang van het project en de tussenresultaten op basis van het oorspronkelijke activiteitenplan.

Het voortgangsverslag dient zo veel mogelijk te worden onderbouwd.

In het voortgangsverslag komen de volgende vragen aan de orde:

  • 1.

    Algemene indruk

    • In welke mate is het doel van het project (al) bereikt?

    • Hoe verloopt de samenwerking tussen de deelnemers (inzet, commitment, communicatie) binnen het netwerk?

    • Geef een beschrijving van verwachte en/of onverwachte successen;

    • Welke knelpunten zijn er geweest en hoe zijn die opgelost?

  • 2.

    Ten aanzien van doelstelling A:

    Het voor andere onderwijsinstellingen bruikbaar, overdraagbaar en gemakkelijk toepasbaar maken van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot leren ondernemen in het onderwijs en de uitvoering daarvan:

    • Welke activiteiten zijn hiervoor uitgevoerd? Geef per activiteit een korte toelichting en geef aan hoe deze activiteiten zorgen voor de verankering van leren ondernemen bij de betrokken onderwijsinstellingen.

    • Geef per activiteit aan:

      • het resultaat na 1 jaar en is het beoogde resultaat na 1 jaar (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

      • hoeveel leerlingen, docenten en managers en overige partijen per onderwijsinstelling is betrokken?

      • Zijn er grote wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan/planning? Indien van toepassing, benoem de wijzigingen met daarbij de consequenties op activiteiten, financiën, planning, resultaten, samenwerking.

  • 3.

    Ten aanzien van doelstelling B:

    Het verder verdiepen en versterken van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken:

    • Welke activiteiten zijn hiervoor uitgevoerd? Geef per activiteit een korte toelichting en geef aan hoe deze activiteiten zorgen voor de verankering van leren ondernemen.

    • Geef per activiteit aan:

      • het resultaat na 1 jaar en is het beoogde resultaat na 1 jaar (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

      • hoeveel leerlingen, docenten en managers en overige partijen per onderwijsinstelling is betrokken?

      • Zijn er grote wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan/planning? Indien van toepassing, benoem de wijzigingen met daarbij de consequenties op activiteiten, financiën, planning, resultaten, samenwerking.

  • 4.

    Communicatieactiviteiten

    • Welke communicatieactiviteiten zijn uitgevoerd? Geef per activiteit een korte toelichting;

    • Kunt u al aangeven welke activiteiten worden voortgezet na de gesubsidieerde projectperiode?

    • Is het beoogde resultaat na 1 jaar (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

  • 5.

    Financiën

    • Is de uitputting van het budget in lijn met de voortgang; zijn er financiële bijzonderheden te vermelden?

  • 6.

    Vragen of opmerkingen aan adviseurs van Agentschap NL.

Bijlage

6

Vaststellingsaanvraag Regeling onderwijs netwerk ondernemen 2011/2012

– website: www.agentschapnl.nl en www.onderwijsonderneemt.nl

– telefoon: 088-602 53 13 (op werkdagen van 09:00–17:00 uur)

Onderstaande vragen geven de richtlijn voor een digitale eindrapportage die per email wordt verstuurd aan de projectleider.

De gegevens in de eindrapportage worden gebruikt voor een beslissing voor de voortzetting van de subsidie. Tevens worden de gegevens gebruikt voor een monitoringsrapportage Onderwijs Netwerken Ondernemen tranche 2011.

Uitgangspunt bij de eindrapportage is dat u ons inzicht geeft in de uiteindelijke resultaten en outcome die door het project zijn behaald. De eindrapportage dient zo veel mogelijk kwalitatief en kwantitatief te worden onderbouwd.

In de eindrapportage komen minimaal de volgende vragen aan de orde:

  • 1.

    Algemene indruk

    • Hoe kijkt u terug op de samenwerking van de deelnemers (inzet, commitment, communicatie) binnen het netwerk?

    • Geef een beschrijving van de successen die zijn behaald; wat is de outcome van het project?

    • Welke knelpunten zijn er geweest en hoe zijn die opgelost?

    • Wat zijn de lessons learned; zou u als projectleider (achteraf gezien) zaken anders hebben aangepakt; heeft u tips voor anderen?

  • 2.

    Ten aanzien van doelstelling A:

    Het voor andere onderwijsinstellingen bruikbaar, overdraagbaar en gemakkelijk toepasbaar maken van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken met betrekking tot leren ondernemen in het onderwijs en de uitvoering daarvan:

    • Welke activiteiten zijn hiervoor uitgevoerd? Geef per activiteit een korte toelichting en geef aan hoe deze activiteiten zorgen voor de verankering van leren ondernemen bij de betrokken onderwijsinstellingen in beleid, lesprogramma, organisatie etc.

    • Welke resultaten zijn er geboekt en wat is de outcome van het project? Geef per resultaat een korte toelichting en beschrijf op welke wijze het project heeft bijgedragen aan het bereiken van bovenstaande doelstelling.

    • Hoeveel leerlingen, docenten en managers en overige partijen per onderwijsinstelling zijn uiteindelijk betrokken bij het project?

    • Hebben zich, na de tussenrapportage, nog wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan/planning voorgedaan? Indien van toepassing, benoem daarbij de consequenties op activiteiten, financiën, planning, resultaten, samenwerking;

    • Is het beoogde eindresultaat (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

    • Is het ondernemend gedrag van leerlingen, docenten en management door het project toegenomen? Waar blijkt dit uit?

    • Worden de projectactiviteiten na afloop van de subsidieperiode voortgezet en hoe wordt dat gedaan?

    • Hoe is het project of zijn de activiteiten overdraagbaar gemaakt? Geef ook aan naar welke doelgroep (basisschool, voortgezet onderwijs, MBO, Hoger Onderwijs, ondernemers, overige partijen zoals ...) en licht dat toe.

  • 3.

    Ten aanzien van doelstelling B:

    Het verder verdiepen en versterken van reeds ontwikkelde en aantoonbaar effectieve uitvoeringspraktijken:

    • Welke activiteiten zijn hiervoor uitgevoerd? Geef per activiteit een korte toelichting en geef aan hoe deze activiteiten zorgen voor de verankering van leren ondernemen in beleid, lesprogramma, organisatie etc.

    • Welke resultaten zijn er geboekt en wat is de outcome van het project? Geef per resultaat een korte toelichting en beschrijf op welke wijze het project heeft bijgedragen aan het bereiken van bovenstaande doelstelling.

    • Hoeveel leerlingen, docenten en managers en overige partijen per onderwijsinstelling zijn uiteindelijk betrokken bij het project?

    • Hebben zich, na het voortgangsverslag, nog wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan/planning voorgedaan? Indien van toepassing, benoem de wijzigingen met daarbij de consequenties op activiteiten, financiën, planning, resultaten, samenwerking;

    • Is het beoogde eindresultaat (beschreven in oorspronkelijk activiteitenplan) gehaald?

    • Is het ondernemend gedrag van leerlingen, docenten en management door het project toegenomen? Waar blijkt dit uit?

    • Worden de projectactiviteiten na afloop van de subsidieperiode voortgezet en hoe wordt dat gedaan?

    • Is het project in zijn geheel of zijn activiteiten overdraagbaar? Zo ja geef aan naar welke doelgroep (basisschool, voortgezet onderwijs, MBO, Hoger Onderwijs, ondernemers, overige partijen zoals …) en licht toe. Zo, nee licht toe.

  • 4.

    Communicatieactiviteiten

    • Welke communicatieactiviteiten zijn uitgevoerd? Geef per activiteit de impact daarvan;

  • 5.

    Financieel

    • Is het project binnen de projectbegroting gerealiseerd?

    • Ja/Nee geef daarop een toelichting

    • Welke partijen hebben uiteindelijk de co-financiering ingebracht?

  • 6.

    Vragen of opmerkingen aan de adviseurs van Agentschap NL.