Regeling beoordeling centraal examen

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Beoordelingsnormen

Artikel

3

Algemene regels

Artikel

4

Algemene regels specifiek voor de beoordeling van schriftelijke toetsen

Artikel

5

Algemene regels specifiek voor de beoordeling van cspe en cpe

Artikel

6

Vermeende fouten

Artikel

7

Noteren scorepunten

Artikel

8

Toekennen scorepunten

Artikel

9

Afwijking

Het dagelijks bestuur, of bij ontstentenis van het dagelijks bestuur de voorzitter, kan, de voorzitter van de betreffende vaksectie gehoord, beslissen dat voor een of meer opdrachten aan alle kandidaten het maximale aantal scorepunten of ten minste een aantal kleiner dan het maximum aantal scorepunten wordt toegekend.

Artikel

9a

Gebruik vaktaal

Indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bij voorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn.

Artikel

10

Aanvullende regels

Het Dagelijks Bestuur kan op voorstel van een vaksectie beslissen, dat in het correctievoorschrift bij een toets aanvullende regels worden opgenomen, waaronder regels voor aftrek van scorepunten. Deze zijn evenzeer verbindend als hetgeen in deze regeling is voorgeschreven.

Artikel

11

Bepaling cijfer centraal examen

Artikel

12

Bekendmaking

Deze regeling zal in de Staatscourant worden gepubliceerd. Daarnaast is de regeling te raadplegen via www.cfi.nl.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2009.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordeling centraal examen.

De voorzitter van de CEVO, H.W.Laan

Bijlage

1

Het normeringsvoorschrift

Het normeringsvoorschrift bestaat uit twee onderdelen:

  • •.

    de hoofdrelatie: een formule die, voor de overgrote meerderheid der kandidaten, het berekeningsvoorschrift geeft voor het omzetten van de scores naar cijfers.

  • •.

    de grensrelaties: vier formules die, voor kandidaten met zeer lage of zeer hoge scores, het met de hoofdrelatie berekende cijfer zonodig corrigeren.

1

De hoofdrelatie luidt aldus:

C = 9,0 * (S/L) + N ...............................(1)

waarin:

C =. het examencijfer.

S =. de score, dat wil zeggen: het door de kandidaat behaalde aantal scorepunten.

L =. de lengte van de scoreschaal, zoals vastgelegd in het correctievoorschrift;

N =. de normeringsterm, waarvan de waarde ligt tussen N = 0,0 en N = 2,0 , vast te stellen door het CEVO-bestuur middels een normeringsbeslissing.

2

De grensrelaties gelden bij N ≠ 1,0 en zeer hoge of lage scores. Hiervoor geldt:

– bij N > 1,0:

C ≤ 1,0 + S/5,0

..................................(2a)

en

C ≤ 10,0 – (L-S)/20,0

..................................(2b)

– bij N < 1,0:

C ≥ 1,0 + S/20,0

..................................(3a)

en

C ≥ 10,0 – (L-S)/5,0

..................................(3b)

Bij voorbaat zullen dus alle score / cijfer combinaties liggen binnen het gebied van toegestane waarden dat wordt begrensd door deze vier ongelijkheden.

Dreigt bij toepassing van hoofdrelatie (1) een cijfer buiten deze grenzen te vallen, dan moet dat cijfer vervangen worden door het cijfer te berekenen met de corresponderende grensrelatie.

3

Het cijfer C wordt afgerond op één decimaal

Als de tweede decimaal 5 of hoger is, wordt de eerste decimaal met 1 verhoogd en de tweede en volgende decimalen weggelaten.

Als de tweede decimaal 4 of lager is, wordt de eerste decimaal met 1 verlaagd en de tweede en volgende decimalen weggelaten.

Bijlage

2

Inrichting correctievoorschrift centraal (schriftelijk) examen

Bij elke toets hoort een correctievoorschrift, waarin de relevante bepalingen van het Eindexamenbesluit vwo-havo- mavo-vbo en van de onderhavige regeling beoordeling centraal examen zijn opgenomen.

Het correctievoorschrift bestaat uit de onderdelen

  • 1.

    Regels voor de beoordeling

  • 2.

    Algemene regels

  • 3.

    (indien van toepassing) Vakspecifieke regels

  • 4.

    Beoordelingsmodel

1

Regels voor de beoordeling

Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 41 en 42 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. Voorts heeft de CEVO op grond van artikel 39 van dit Besluit de Regeling beoordeling centraal examen vastgesteld.

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 36, 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang:

  • 1.

    De directeur doet het gemaakte werk met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen en het proces verbaal van het examen toekomen aan de examinator. Deze kijkt het werk na en zendt het met zijn beoordeling aan de directeur. De examinator past de beoordelingsnormen en de regels voor het toekennen van scorepunten toe die zijn gegeven door de CEVO.

  • 2.

    De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces verbaal en de regels voor het bepalen van de score onverwijld aan de gecommitteerde toekomen.

  • 3.

    De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past de beoordelingsnormen en de regels voor het bepalen van de score toe die zijn gegeven door de CEVO. De gecommitteerde voegt bij het gecorrigeerde werk een verklaring betreffende de verrichte correctie. Deze verklaring wordt mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde.

  • 4.

    De examinator en de gecommitteerde stellen in onderling overleg het aantal scorepunten voor het centraal examen vast.

  • 5.

    Indien de examinator en de gecommitteerde daarbij niet tot overeenstemming komen, wordt het geschil voorgelegd aan het bevoegd gezag van de gecommitteerde. Dit bevoegd gezag kan hierover in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator. Indien het geschil niet kan worden beslecht, wordt hiervan melding gemaakt aan de inspectie. De inspectie kan een derde onafhankelijke gecommitteerde aanwijzen. De beoordeling van de derde gecommitteerde komt in de plaats van de eerdere beoordelingen.

2

Algemene regels

Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de CEVO-regeling van toepassing:

  • 1.

    De examinator vermeldt op een lijst de namen en/of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere vraag toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat.

  • 2.

    Voor het antwoord op een vraag worden door de examinator en door de gecommitteerde scorepunten toegekend, in overeenstemming met het beoordelingsmodel.

    Scorepunten zijn de getallen 0, 1, 2, .., n, waarbij n het maximaal te behalen aantal scorepunten voor een vraag is. Andere scorepunten die geen gehele getallen zijn, of een score minder dan 0 zijn niet geoorloofd.

  • 3.

    Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels:

    • 3.1

      indien een vraag volledig juist is beantwoord, wordt het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend;

    • 3.2

      indien een vraag gedeeltelijk juist is beantwoord, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend, in overeenstemming met het beoordelingsmodel;

    • 3.3

      indien een antwoord op een open vraag niet in het beoordelingsmodel voorkomt en dit antwoord op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, moeten scorepunten worden toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel;

    • 3.4

      indien slechts één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerstgegeven antwoord beoordeeld;

    • 3.5

      indien meer dan één voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerstgegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal;

    • 3.6

      indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven;

    • 3.7

      indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken /, gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van hetzelfde antwoord of onderdeel van dat antwoord;

    • 3.8

      indien in het beoordelingsmodel een gedeelte van het antwoord tussen haakjes staat, behoeft dit gedeelte niet in het antwoord van de kandidaat voor te komen;

    • 3.9

      indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bij voorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn.

  • 4.

    Het juiste antwoord op een meerkeuze vraag is de hoofdletter die behoort bij de juiste keuzemogelijkheid. Voor een juist antwoord op een meerkeuze vraag wordt het in het beoordelingsmodel vermelde aantal punten toegekend. Voor elk ander antwoord worden geen scorepunten toegekend. Indien meer dan één antwoord gegeven is, worden eveneens geen scorepunten toegekend.

  • 5.

    Een fout mag in de uitwerking van een vraag maar één keer worden aangerekend, tenzij daardoor de vraag aanzienlijk vereenvoudigd wordt en/of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.

  • 6.

    Een zelfde fout in de beantwoording van verschillende vragen moet steeds opnieuw worden aangerekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.

  • 7.

    Indien de examinator of de gecommitteerde meent dat in een toets of in het beoordelingsmodel bij die toets een fout of onvolkomenheid zit, beoordeelt hij het werk van de kandidaten alsof toets en beoordelingsmodel juist zijn.

    Hij kan de fout of onvolkomenheid mededelen aan de CEVO. Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsmodel. Met een eventuele fout wordt bij de definitieve normering van het examen rekening gehouden.

  • 8.

    Scorepunten worden toegekend op grond van het door de kandidaat gegeven antwoord op iedere vraag. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.

  • 9.

    Het cijfer voor het centraal examen wordt als volgt verkregen.

Eerste en tweede corrector stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.

De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen vast op basis van de regels voor omzetting van de scores naar cijfers.

3

Vakspecifieke regel(s)

In het correctievoorschrift van een vak kunnen vakspecifieke regels gegeven worden.

4

Beoordelingsmodel

(antwoorden en scores per vraag).

Bijlage

3

Inrichting correctievoorschrift centraal schriftelijk en praktisch examen vmbo

Het correctievoorschrift bestaat uit:

  • 1.

    Regels voor de beoordeling

  • 2.

    Algemene regels

  • 3.

    Vakspecifieke regels (indien van toepassing)

  • 4.

    Beoordelingsmodel

  • 5.

    Berekening cijfer

1

Regels voor de beoordeling

Het werk van de kandidaten wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. Voorts heeft de CEVO op grond van artikel 39 van dit Besluit de Regeling beoordeling centraal examen vastgesteld en bekend gemaakt via de Staatscourant. De regeling is ook te raadplegen via www.cfi.nl en www.examenblad.nl.

Voor de beoordeling zijn op grond van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit de volgende passages van belang.

  • 1.

    De directeur doet een exemplaar van de opdrachten en de beoordelingsnormen van het examen toekomen aan de examinator.

  • 2.

    Deze beoordeelt de prestaties, voor zover van toepassing tijdens het maken van de praktijkopdrachten, volgens de door de CEVO gegeven richtlijn en legt zijn bevindingen schriftelijk vast in het beoordelingsschema (4.2).

  • 3.

    De door de directeur aangewezen tweede examinator beoordeelt het resultaat van de praktijkopdrachten, alsmede de verrichtingen van de kandidaat zoals blijkend uit de in het vorige lid bedoelde schriftelijke vastlegging daarvan. De directeur overhandigt de tweede examinator daartoe een exemplaar van de opdrachten en de beoordelingsnormen.

  • 4.

    De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast.

  • 5.

    De examinator zendt de score en voor zover mogelijk het beoordeelde werk aan de directeur.

2

Algemene regels

Voor de beoordeling van het examenwerk zijn de volgende bepalingen uit de Regeling beoordeling centraal examen van toepassing:

  • 1.

    De examinator vermeldt op het beoordelingsschema de namen en/of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere opdracht toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat.

  • 2.

    De examinator kent voor een prestatie scorepunten toe in overeenstemming met het beoordelingsmodel. Wijzigen, weglaten of toevoegen van onderdelen van het beoordelingsmodel is niet toegestaan. Scorepunten zijn alleen de gehele getallen 0, 1, .., n. Waarbij n het maximaal te behalen aantal scorepunten voor een opdracht is. Andere scorepunten die geen gehele getallen zijn, of een score minder dan 0 zijn niet geoorloofd.

  • 3.

    Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels:

    • 3.1

      voor een volledig juiste prestatie wordt bij de desbetreffende opdracht het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend;

    • 3.2

      indien een prestatie gedeeltelijk juist is, wordt indien het beoordelingsmodel dit toelaat, een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel;

    • 3.3

      indien een andere prestatie is geleverd dan aangegeven in het beoordelingsmodel en deze is aantoonbaar vakinhoudelijk juist of gedeeltelijk juist worden moeten scorepunten toegekend naar analogie van het beoordelingsmodel;

    • 3.4

      indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken /, gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van eenzelfde prestatie.

  • 4.

    Mocht tijdens het examen een hulpmiddel niet werken en dit is niet te wijten aan het verkeerd gebruik door de kandidaat dan mag dat geen invloed hebben op de beoordeling van de kandidaat. De kandidaat mag daar in tijd en punten niet door benadeeld worden.

  • 5.

    Indien de examinator voor het begin van het examen meent dat in het examen of in het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid zit, deelt hij dit onverwijld mee aan de CEVO.

    Indien een vermeende fout of onvolkomenheid pas tijdens de afname blijkt, beoordeelt de examinator het werk van de kandidaten alsof het examen en beoordelingsmodel juist zijn. Hij kan de fout of onvolkomenheid dan alsnog mededelen aan de CEVO.

    Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsmodel. Met een eventuele fout wordt bij de definitieve vaststelling van de normering van het examen rekening gehouden (zie ook 5 berekening cijfer).

  • 6.

    Als een onvolkomen prestatie in een onderdeel van het examen doorwerkt in een daaropvolgend gedeelte, mag alleen die onvolkomen prestatie en niet de verdere uitwerking daarvan worden aangerekend, tenzij daardoor het volgende gedeelte aanzienlijk wordt vereenvoudigd of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld.

  • 7.

    Scorepunten worden toegekend op grond van de door de kandidaat geleverde prestaties voor iedere opdracht. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.

3

Vakspecifieke regels

Voor het centraal schriftelijk en praktisch examen zijn geen / de volgende vakspecifieke regels vastgesteld.

4

Beoordelingsmodel

Het beoordelingsmodel bestaat uit twee delen: het beoordelingsschema (paragraaf 4.1) en de toelichting bij het beoordelingsschema (paragraaf 4.2).

In (de toelichting bij) het beoordelingsschema staan:

  • de scores per vraag;

  • de juiste antwoorden bij de minitoetsen;

  • de uitwerking van schriftelijke en ICT-opdrachten;

  • mondelinge vragen met hun correctievoorschrift die niet in het beoordelingsschema opgenomen zijn.

5

Berekening cijfer

Het cijfer voor het cspe wordt als volgt verkregen.

De examinator en de tweede examinator stellen in onderling overleg de score vast Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.

De directeur stelt het cijfer voor het cspe vast op basis van de regels voor omzetting van score naar cijfer.