Besluit van de Minister van Justitie van 20 juli 2009, nr. 5598435/Justis/09, strekkende tot verlenging van het categoriaal besluit buitengewoon opsporingsambtenaar teleservicemedewerkers KLPD 2004
de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;
b.
KLPD: het Korps Landelijke Politiediensten.
Artikel
2
Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012, werkzaam in de functie van teleservicemedewerker bij de Dienst Coördinatie en Ondersteuning en bij de Dienst Verkeerspolitie voor de Landelijke eenheid, voorheen Korps landelijke politiediensten.
Artikel
3
1
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Artikel
4
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 70 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel
5
1
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het landelijk parket.
2
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
Artikel
6
1
De korpschef brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot de onder diens verantwoordelijkheid werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren verslag uit over:
a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 2 genoemde functie;
b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c.
de stand van zaken met betrekking tot de door deze categorie van buitengewoon opsporingsambtenaren verplicht te volgen (interne) opleiding(en).
2
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan de Dienst Justis, team BTR/BOA, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.