Besluit van 6 augustus 2009, houdende vaststelling van het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden

Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 april 2009, directie Wetgeving, nr. 5596690/09/6;
De Raad van State gehoord (advies van 3 juni 2009, nr. W03.09.0137/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 3 augustus 2009, directie Wetgeving, nr. 5606689/09/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§

2

De strafrechtsketendatabank

Artikel

2

In de strafrechtsketendatabank worden de volgende gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de identiteit van een verdachte of veroordeelde, verwerkt:

  • a.

    zijn naam, voornamen, geboorteplaats, -land en -datum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats,

  • b.

    de eventuele alias of aliassen waaronder hij in het verleden in de strafrechtsketen bekend heeft gestaan,

  • c.

    zijn strafrechtsketennummer of, bij het ontbreken van dit nummer, zijn VIP-nummer,

  • d.

    zijn burgerservicenummer,

  • e.

    het parketnummer van de strafzaak,

  • f.

    zijn vreemdelingennummer, indien hij een vreemdeling is,

  • g.

    de foto’s die van hem overeenkomstig de wet zijn genomen,

  • h.

    het nummer waaronder de vingerafdrukken die van hem overeenkomstig de wet zijn genomen, zijn verwerkt,

  • i.

    het nummer waaronder een DNA-profiel dat van hem is bepaald, in de DNA-databank voor strafzaken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken, is verwerkt,

  • j.

    een kopie van het door hem ter inzage aangeboden identiteitsbewijs en de gegevens die op dat bewijs zijn vermeld, en

  • k.

    verwijzingen naar andere bestanden waarin gegevens over hem ten behoeve van de toepassing van het strafrecht zijn verwerkt.

Artikel

3

Het strafrechtsketennummer mag voor het uitwisselen van persoonsgegevens van verdachten en veroordeelden ten behoeve van de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 worden gebruikt in geval van:

  • a.

    beoordeling van het al dan niet toegang verlenen tot Nederland;

  • b.

    beoordeling of aanspraak bestaat op een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in de artikelen 14 en 28 van de Vreemdelingenwet 2000, verlenging van de geldigheidsduur daarvan dan wel wijziging van de beperking waaronder deze is verleend;

  • c.

    beoordeling of aanspraak bestaat op een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onder b en d, van de Vreemdelingenwet 2000;

  • d.

    staandehouding en ophouding indien sprake is van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf;

  • e.

    vrijheidsbeperking, vrijheidsontneming en bewaring;

  • f.

    uitzetting uit Nederland, en

  • g.

    beoordeling tot ongewenstverklaring of een aanvraag om de opheffing daarvan.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De gegevens, bedoeld in artikel 2, van verdachten en veroordeelden wegens overtredingen worden vernietigd:

  • a.

    vijf jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een overtreding en in het kader van de overtreding de gegevens zijn verwerkt of een strafbeschikking wegens een overtreding volledig ten uitvoer is gelegd,

  • b.

    tien jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een overtreding en in het kader van de overtreding de gegevens zijn verwerkt of een strafbeschikking wegens een overtreding volledig ten uitvoer is gelegd, en daarbij een vrijheidsstraf, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, of een taakstraf is opgelegd, dan wel aan een rechtspersoon een geldboete van de derde categorie of hoger is opgelegd,

  • c.

    twee jaar na het overlijden van betrokkene, of

  • d.

    na het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring.

Artikel

7a

Artikel

7b

Artikel

8

Het openbaar ministerie verstrekt de Justitiële Informatiedienst de informatie die nodig is om te kunnen voldoen aan de artikelen 5 tot en met 7.

§

3

De databanken met vingerafdrukken

Artikel

8a

Artikel

9

Artikel

9a

Artikel

10

§

4

De berichtenvoorziening ten behoeve van de strafrechtsketen

Artikel

11

§

5

Wijzigingen in andere besluiten

Artikel

12

Wijzigt het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.

Artikel

13

Wijzigt het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen.

Artikel

14

Wijzigt het Besluit politiegegevens.

§

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

15

Artikel

16

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip met uitzondering van de artikelen 11 en 12, onderdeel C, onder 1, die in werking treden op 1 september 2009.

Artikel

17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin