Artikel
1
Begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
fonds: de stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, het fonds is een stichting als bedoeld in artikel 9 van de Wet op Specifiek Cultuurbeleid;
-
b.
bestuur van het fonds: het bestuur van het fonds, als bedoeld in artikel 5 van de statuten van het fonds;
-
c.
minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
d.
provincies: de 12 provincies;
-
e.
gemeenten: de 35 gemeenten met meer dan 90.000 inwoners en/of de cultuurconvenantpartners.
De lijst met gemeenten is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling. In de bijlage is een nader onderscheid gemaakt tussen de 26 gemeenten enerzijds (meer dan 90.000 inwoners peildatum 1 januari 2007 en/of de cultuurconvenantpartners) en de G9 te weten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Maastricht, Arnhem, Enschede en Groningen anderzijds;
-
f.
deelnemer: een college van burgemeester en wethouders van een gemeente of gedeputeerde staten van een provincie;
-
g.
programmalijnen: amateurkunst, cultuureducatie en volkscultuur;
-
h.
amateurkunst: het actief beoefenen van kunst, uit passie, liefhebberij of engagement, zonder daarmee primair in het levensonderhoud te willen voorzien;
-
i.
cultuureducatie: de verzamelnaam voor kunsteducatie, erfgoededucatie en media-educatie.
Cultuureducatie is leren over, door en met cultuur. Ook het leren beoordelen, genieten en zelf beoefenen van kunst – binnen- en buitenschools – hoort daarbij;
Kunsteducatie omvat de disciplines: beeldende kunst, dans, literatuur, muziek, theater en audiovisuele kunst. Ook toegepaste kunsten en wereldcultuur maken hier onderdeel van uit;
Erfgoededucatie heeft betrekking op archeologie, cultuurlandschap, monumenten, musea, archieven en bibliotheken en omvat een breed spectrum aan activiteiten voor allerlei publieksgroepen, die zowel kennis en begrip als beleving van erfgoed tot doel hebben;
Media-educatie gaat over het leren interpreteren van de inhoud van media, het bepalen door welke belangen of waardesystemen deze worden gestuurd en het bewust worden van de plaats en rol van media in het persoonlijke en maatschappelijke leven;
-
j.
volkscultuur: het geheel van cultuuruitingen die als wezenlijk worden ervaren voor specifieke groepen, steeds onder verwijzing naar traditie, verleden en nationale, regionale of lokale identiteiten;
-
k.
thema’s: diversiteit, vernieuwing en verankering;
-
l.
diversiteit: brede deelname aan cultuurparticipatie. Het gaat om alle leeftijden, bevolkingsgroepen en opleidingsniveaus;
-
m.
vernieuwing: bevordert ontwikkeling en innovatie van de drie programmalijnen op alle niveaus (scholing/opleiding, productie, presentatie en afname);
-
n.
verankering: het opnemen van verrichte succesvolle activiteiten in regulier beleid en daarbij behorende programma’s van de deelnemers na afloop van de bijdrage door het fonds;
-
o.
culturele loopbaan: de mogelijkheid voor de culturele burger om op elk gewenst moment van zijn leven in aanraking te komen – voor het eerst dan wel opnieuw te beginnen – met een cultuurdiscipline;
-
p.
cultuurparticipatie: actieve en passieve deelname aan cultuuruitingen;
-
q.
beleid van de deelnemer: een beredeneerde keuze voor de sectoren, lacunes of juist kansen, specifieke disciplines of samenwerkingsverbanden, bepaalde doelgroepen of combinaties daarvan waarop een gemeente of provincie zich in 2009-2012 wil richten;
-
r.
programmacoördinator: een coördinator als bedoeld in het huishoudelijk reglement van het fonds;
-
s.
monitoring: het door middel van een monitorinstrument jaarlijks volgen van de ontwikkelingen per deelnemer;
-
t.
evaluatie: het (tussentijds) beoordelen van de werking van de regeling;
-
u.
verklaring: model verklaring tot deelname aan deze regeling, ondertekend door het college van burgemeester en wethouders of door gedeputeerde staten, met bijgevoegd een vier-jarenprogramma voor de stimulering van de cultuurparticipatie, volgens het bij de verklaring gevoegde format, bestaande uit een sterktezwakte analyse, een daarop gebaseerde inhoudelijke visie, de beoogde doelen en resultaten voor de programmalijnen en doorsnijdende thema’s en een meerjarenbegroting;
-
v.
decentralisatie-uitkering: de decentralisatie- uitkering als bedoeld in artikel 13, lid 5 van de Financiële verhoudingswet, waarbij het in deze regeling steeds gaat om de decentralisatie- uitkering cultuurparticipatie.