Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;
-
b.
ProRail: ProRail B.V. gevestigd te Utrecht.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;
ProRail: ProRail B.V. gevestigd te Utrecht.
Aan de directeur Projecten van ProRail wordt mandaat verleend om namens de Minister besluiten te nemen op verzoeken om schadevergoeding in het kader van de Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute, met uitzondering van het beslissen op bezwaarschriften tegen voornoemde besluiten.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De directeur Projecten van ProRail kan schriftelijk ondermandaat verlenen om bij zijn afwezigheid zijn in de artikelen 2 en 3 bedoelde bevoegdheid te laten uitoefenen door een plaatsvervanger.
Bij de uitoefening van het mandaat neemt de directeur Projecten van ProRail, alsmede de in artikel 4, eerste lid, bedoelde persoon, de in de bijlage bij dit besluit opgenomen algemene instructie in acht.
Aan de President-directeur van ProRail wordt mandaat verleend om namens de Minister te beslissen op bezwaar tegen besluiten op grond van Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute als bedoeld in artikel 2 en 3.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De President-directeur van ProRail kan schriftelijk ondermandaat verlenen om bij zijn afwezigheid zijn in de artikelen 6 en 7 bedoelde bevoegdheid te laten uitoefenen door een plaatsvervanger.
Bij de uitoefening van zijn mandaat neemt de President-directeur van ProRail of de in artikel 8, eerste lid, bedoelde persoon de in de bijlage bij dit besluit opgenomen algemene instructie in acht.
Het Besluit mandaat Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute van 20 november 1996 (Stcrt. 1996, 229) en het Mandaat bezwaarschriften Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute van 5 december 1997 (Stcrt. 1997, 239) worden ingetrokken.
Dit besluit treedt, met uitzondering van de artikelen 3 en 7, in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Indien het bij koninklijke boodschap van 14 december 2004 ingediende voorstel van wet tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met de mogelijkheid van dwangsom bij niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan (Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen, 29934, nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treden de artikelen 3 en 7, op hetzelfde tijdstip in werking.
Besluiten in eerste aanleg worden ondertekend met:
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Namens deze,
De Directeur Projecten van ProRail B.V.
(naam)
Besluiten op bezwaar worden ondertekend met:
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Namens deze,
De President-Directeur van ProRail B.V.
(naam)
Gemandateerden houden een archief met ten minste afschriften van ieder door hen genomen besluit en de verslagen van hoorzittingen van de bezwaarcommissie.
Gemandateerde beslist niet op bezwaar dan nadat ter zake advies is uitgebracht door een commissie bestaande uit:
twee vertegenwoordigers van ProRail, waarvan één tevens handelend als voorzitter;
twee vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat.
Het is niet mogelijk zowel deel uit te maken van de adviescommissie als bedoeld in artikel 6 van de Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute als van de bezwaarcommissie.
Gemandateerden verstrekken ondergetekende desgevraagd alle inlichtingen omtrent de behandeling van de verzoeken en de behandeling van de bezwaarschriften.
Gemandateerden informeren ondergetekende over beslissingen van principiële aard dan wel met buitengewone consequenties of een grote precedentwerking.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat, ter attentie van Hoofddirectie Juridische Zaken, sector Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, postbus 20906, 2500 EX Den Haag.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:
naam en adres van de indiener;
de dagtekening;
een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer of kenmerk);
een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.