Besluit mandaat, volmacht en machtiging leden van de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s
Het bestuur van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten,
Gelet op
–
de Verordening op de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s (Verordening op grond van artikel 24, eerste lid van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten, vastgesteld op 31 oktober 2002, Staatscourant 2002, 215, laatstelijk gewijzigd op 15 juni 2009, Staatscourant 2009, 11637);
–
de Verordening op de Periodieke Preventieve Toetsing (Verordening op grond van artikel 24, eerste lid van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten, vastgesteld op 31 oktober 2002, Staatscourant 2002, 215, laatstelijk gewijzigd op 15 juni 2009, Staatscourant 2009, 11637);
het bestuur van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten aan de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s mandaat en machtiging wenst te verlenen voor de bevoegdheden genoemd in het Delegatie- en uitvoeringsbesluit Verordening Kwaliteitsonderzoek;
Secretaris: de functionaris die krachtens de Verordening op de arbeidsvoorwaarden door de NOvAA in dienst is genomen in de functie van secretaris en door de NOvAA is belast met de ambtelijke ondersteuning van de Raad van Toezicht;
PPT-nummer: het door de Raad van Toezicht gehanteerde dossiernummer met betrekking tot een periodieke preventieve toetsing, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Verordening PPT;
Bij de uitvoering van het mandaat en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, neemt de Raad van Toezicht de overige bepalingen van het delegatiebesluit in acht en komt namens het bestuur de verplichtingen na welke met het delegatiebesluit aan het bestuur zijn opgelegd.
3
Bij de uitvoering van het mandaat en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, neemt de Raad van Toezicht tevens de nadere afspraken in acht welke tussen het bestuur en het bestuur van het NIVRA worden gemaakt ten aanzien van de uitvoering van het delegatiebesluit.
4
Het bestuur stelt de Raad van Toezicht onverwijld op de hoogte van de in het derde lid bedoelde nadere afspraken.
Artikel
4
De Raad van Toezicht kan ter uitoefening van zijn gemandateerde bevoegdheid schriftelijk rechtstreeks aan zijn secretaris ondermandaat verlenen voor het nemen van de besluiten genoemd in artikel 14, eerste en zesde lid van de Verordening PPT.
Artikel
5
Behoudens het besluit genoemd in artikel 11, tweede lid van de Verordening PPT, verleent het bestuur aan de secretaris de bevoegdheid om de door de Raad van Toezicht namens het bestuur genomen beslissingen te ondertekenen.
De Raad van Toezicht en de secretaris zijn gehouden in de ondertekening van stukken de vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de formule:
‘Bestuur NOvAA
voor deze,’
gevolgd door de handtekening, naam en functie van de (onder) gemandateerde.
De secretaris is, in het geval het mandaat uitsluitend betrekking heeft op ondertekening, gehouden in de ondertekening van stukken de tekeningsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de formule:
‘Overeenkomstig de namens het Bestuur van de NOvAA door de Raad van Toezicht genomen beslissing,’
gevolgd door de handtekening, naam en de aanduiding ‘secretaris’.
Artikel
8
Het bestuur neemt de volgende beslissingen van de Raad van Toezicht, die een eindoordeel inhouden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Verordening PPT, voor zijn rekening en bekrachtigt deze.
1.
04117
6.
07389
2.
05216
7.
08032
3.
06174
8.
08087
4.
07006
5.
07175
Artikel
9
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit besluit wordt het Besluit mandaat, volmacht en machtiging leden Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s, zoals dat is gepubliceerd in Staatscourant 2007, 191 ingetrokken.
Artikel
10
Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na publicatie in de Staatscourant.