1
De korpschef brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot de onder diens verantwoordelijkheid werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren verslag uit over:
-
a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 1 genoemde functie;
-
b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
-
c.
de stand van zaken met betrekking tot de door deze categorie van buitengewoon opsporingsambtenaren verplicht te volgen (interne) opleiding(en).
2
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder, als bedoeld in artikel 4 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.