Verordening op de Vakbekwaamheid

Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten,
Overwegende;
dat het in het belang van een goede praktijkuitoefening en het vertrouwen in de advocatuur gewenst is regels te stellen over de vakbekwaamheid van advocaten mede in het licht van de kernwaarden advocatuur;
Gezien het ontwerp van de Algemene Raad met bijbehorende toelichting;
Gelet op het advies van de Adviescommissie Regelgeving;
Gelet op het advies van de Raad van Advies;

Stelt de navolgende verordening vast:

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Advocaat: de advocaat die in het bezit is van een stageverklaring(2)De stageverklaring bedoeld in artikel 10 Stageverordening 1988, artikel 10 Stageverordening 2005 en artikel 3, tweede lid, Stageverordening 2012., de advocaat die langer dan 39 maanden in Nederland ingeschreven staat op het tableau, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet;

  • b.

    Deken: de deken van het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt;

  • c.

    Raad van Toezicht: de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt als bedoeld in artikel 22 Advocatenwet;

  • d.

    Algemene Raad: de Algemene Raad als bedoeld in artikel 18 van de Advocatenwet;

  • e.

    Secretaris: de secretaris van de Algemene Raad als bedoeld in artikel 34 van de Advocatenwet:

  • f.

    Vakbekwaamheid: het voldoen aan eisen betreffende de professionele kennis en kunde van de advocaat, de betamelijkheid van zijn handelen of nalaten als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet, de kantoororganisatie en de dienstverlening.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De advocaat is verplicht desgevraagd aan de deken of aan de namens de deken optredende secretaris te verklaren dat is voldaan aan de hem in deze verordening opgelegde verplichtingen. De deken of de namens de deken optredende secretaris bepaalt de wijze waarop deze verklaring dient te geschieden. Wanneer de deken van oordeel is dat inzake deze verplichtingen een nader onderzoek noodzakelijk is, stelt hij of de namens de deken optredende secretaris een nader onderzoek in. De deken of de namens de deken optredende secretaris kan hiervoor een of meer deskundigen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Verordening op het landelijk dekenberaad toezicht, aanwijzen. De advocaat is verplicht aan een dergelijk onderzoek zijn medewerking te verlenen.

Artikel

6

Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten.