Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en de Minister van Verkeer en Waterstaat, van 14 december 2009, nr. BJZ2009064879, houdende nadere regels voor het criterium ter beoordeling van de kosten van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige terreinen in relatie tot kwaliteit, aard en gebruik van geluidsgevoelige objecten en tot de doeltreffendheid van die maatregelen (Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder)

Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Besluiten:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bronmaatregel: geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 1 en tabel 3, onder 1, van Bijlage 1;

  • cluster: geluidsgevoelig object of verzameling bijeengelegen geluidsgevoelige objecten, gelegen binnen de zone van een weg of spoorweg, die een relevante verlaging van de geluidsbelasting vanwege een weg of spoorweg zou kunnen ondervinden van een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel;

  • geluidbeperkende maatregel: maatregel of combinatie van maatregelen als bedoeld in de tabellen 1, 2 en 3 van Bijlage 1, indien en voor zover toegepast onder de in die tabellen genoemde voorwaarden;

  • geluidsgevoelig object: woning, ander geluidsgevoelig gebouw, woonwagenstandplaats en ligplaats voor een woonschip;

  • geluidreductie: geluidreductie bepaald overeenkomstig artikel 7;

  • ligplaats voor een woonschip: ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen;

  • maatregelpunt: rekeneenheid waarin de kosten voor het treffen van een geluidbeperkende maatregel zijn uitgedrukt;

  • overdrachtsmaatregel: geluidbeperkende maatregel als bedoeld in tabel 2 van Bijlage 1;

  • reductiepunt: rekeneenheid waarin het budget van een cluster voor het treffen van geluidbeperkende maatregelen is uitgedrukt;

  • Saneringsobject: een geluidsgevoelig object waarvoor niet eerder een hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding is vastgesteld, dat is gelegen binnen de zone van een te wijzigen of verbreden hoofdweg of landelijke spoorweg op grond van de Tracéwet en waar de geluidsbelasting:

    • a.

      vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van de hoofdweg of de landelijke spoorweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van de woning of ander geluidsgevoelig gebouw op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de hoofdweg of binnen het tracé van de hoofdweg of de landelijke spoorweg gelegen wegen, hoger was dan 60 dB(A);

    • b.

      vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van de woning of aan de rand van het geluidsgevoelige terrein op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de landelijke spoorweg of binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen, hoger was dan 65 dB(A), of

    • c.

      vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen op 1 juli 1987, van de gevel van het andere geluidsgevoelige gebouw, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de landelijke spoorweg of binnen het tracé van de landelijke spoorweg of de hoofdweg gelegen spoorwegen, hoger was dan 60 dB(A);

  • situatie zonder maatregelen: situatie waarin geen geluidbeperkende maatregelen aanwezig zijn en:

    • a.

      een weg een wegdek heeft met de akoestische kwaliteit van dicht asfaltbeton, dan wel het wegdek heeft dat feitelijk aanwezig is, indien dit tot een hogere geluidsbelasting leidt dan dicht asfaltbeton;

    • b.

      een spoorweg een bovenbouwconstructie heeft van langgelast spoor op houten dwarsliggers, dan wel de bovenbouwconstructie heeft die feitelijk aanwezig is indien deze tot een hogere geluidsbelasting leidt dan langgelast spoor op houten dwarsliggers;

  • woonwagenstandplaats: standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.

Artikel

10

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder.

Artikel

11

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, J.M.Cramer
De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S.Eurlings

Bijlage

1

In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidsgevoelig object naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.

Tabel 1 Bronmaatregelen, de randvoorwaarden en de maatregelpunten

Weg

Stille elementverharding

– enkel bij sanering

3 per 10 m2 t.o.v. elementverharding

Dicht Asfalt Beton (DAB)

– enkel bij sanering

5 per 10 m2 t.o.v. elementverharding

Steenmastiekasfalt (SMA)

– enkel bij sanering

5 per 10 m2 t.o.v. DAB

Wegdek:

Zeer Open Asfalt Beton (ZOAB)

– voldoende verkeersintensiteit

– geen wringend of remmend verkeer

– snelheid meer dan 70 km per uur

4 per 10 m2 t.o.v. DAB

Wegdek:

2-laags Zeer Open Asfalt Beton

– voldoende verkeersintensiteit

– geen wringend of remmend verkeer

– snelheid meer dan 70 km per uur

26 per 10 m2 t.o.v. DAB

22 per 10 m2 t.o.v. ZOAB

Wegdek:

Dunne deklaag

– Niet op kruisingen met afslaand verkeer, rotondes of verkeerspleinen

13 per 10 m2 t.o.v. DAB

9 per 10 m2 t.o.v. ZOAB

16 per 10 m2 t.o.v. elementverharding

Spoorweg

Raildemper

– niet tegen wissels of voegen

– bij houten dwarsliggers indien toestemming is verkregen van de beheerder

– De afstand waarover raildempers worden aangelegd is ten minste 50 meter per spoor.

– Onverminderd het derde gedachtestreepje is de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd ten minste twee maal D, berekend vanuit het in het cluster, waarvoor de raildempers worden overwogen, gelegen geluidsgevoelige object dat het dichtst bij een spoorstaaf ligt. Van deze eis kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.

– In afwijking van het vierde gedachtestreepje is bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd zodanig dat:

  • 1°.

    voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de raildempers worden overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de spoorweg loopt het gedeelte van de spoorweg met de raildempers doorsnijdt, en

  • 2°.

    deze voor ten minste driekwart van alle saneringsobjecten in het cluster waarvoor de raildempers worden overwogen, gelijk is aan de afstand twee maal D, waarbij de onder 1° bedoelde loodlijn laatstgenoemde afstand in twee gelijke delen verdeelt.

Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.

29 per meter enkel spoor

Tabel 2 Overdrachtsmaatregelen, de randvoorwaarden en de maatregelpunten

Weg

Geluidscherm

– Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de lengte van een geluidscherm zodanig dat dit geluidscherm ten minste:

1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van het geluidscherm wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de weg loopt, doorsnijdt, en

2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte vier maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt.

Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.

– Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de hoogte van het geluidscherm ten hoogste 8 meter.

– Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder, in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen:

1. is het nieuwe geluidscherm ten minste 3 meter hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal, en

2. staan, in vergelijking met een geluidscherm dat 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe geluidscherm in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat scherm.

Per strekkende meter bij een hoogte1 van:

1 m

2 m

3 m

4 m

5 m

6 m

7 m

8 m

elke m hoogte boven 8 m

53

93

133

173

212

251

289

327

44

Geluidwal

– Ruimtebeslag.

– Grondgesteldheid.

– Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de lengte van een geluidwal zodanig dat deze geluidwal ten minste:

1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van een geluidwal wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de weg loopt, doorsnijdt, en

2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte vier maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt.

Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.

– Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de hoogte van de geluidwal ten hoogste 8 meter.

– Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder, in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen:

1. is de nieuwe geluidwal ten minste 3 meter hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal, en

2. staan, in vergelijking met een geluidwal die 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor de nieuwe geluidwal in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van die geluidwal.

Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm

Middenbermscherm

– Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de lengte van een middenbermscherm zodanig dat dit scherm ten minste:

1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van het middenbermscherm wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de weg loopt, doorsnijdt, en

2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte vier maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt.

Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.

– Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder is de hoogte van het middenbermscherm ten hoogste 8 meter.

– Bij toepassing van artikel 89 van de Wet geluidhinder in een situatie waarbij een bestaand middenbermscherm wordt vervangen:

1. is het nieuwe middenbermscherm ten minste 3 meter hoger dan het bestaande middenbermscherm, en

2. staan, in vergelijking met een middenbermscherm dat 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe middenbermscherm in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat middenbermscherm.

Per strekkende meter bij een hoogte van:

1 m

2 m

3 m

4 m

5 m

6 m

7 m

8 m

64

112

160

207

254

301

347

392

Schermtop (T-top)

– Op bestaand scherm passend.

– Passend in het profiel.

Per strekkende meter:

44

Spoorweg

Geluidscherm

– Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de lengte van een geluidscherm zodanig dat dit scherm ten minste:

1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van het geluidscherm wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de spoorweg loopt, doorsnijdt, en

2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte twee maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt.

Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.

– Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de hoogte van het geluidscherm ten hoogste 5 meter.

– Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen:

1. is het nieuwe geluidscherm ten minste 2 meter hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal, en

2. staan, in vergelijking met een geluidscherm dat 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe geluidscherm in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat geluidscherm.

Per strekkende meter bij een hoogte van:

1 m

1,5 m

2 m

3 m

4 m

5 m

6 m

7 m

8 m

elke m hoogte boven 8 m

83

87

92

122

148

173

198

223

248

25

Geluidwal

– Ruimtebeslag.

– Grondgesteldheid.

– Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de lengte van een geluidwal zodanig dat die geluidwal ten minste:

1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van de geluidwal wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de spoorweg loopt, doorsnijdt, en

2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte twee maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt.

Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.

– Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de hoogte van de geluidwal ten hoogste 5 meter.

– Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen:

1. is de nieuwe geluidwal ten minste 2 meter hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal, en

2. staan, in vergelijking met een geluidwal die 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor de nieuwe geluidwal in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van die geluidwal.

Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm

Scherm tussen sporen

– Niet bij wissels.

– Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de lengte van een scherm tussen sporen zodanig dat dit scherm ten minste:

1. voor elk saneringsobject in het cluster waarvoor de aanleg van het scherm tussen sporen wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsobject naar de spoorweg loopt, doorsnijdt, en

2. voor driekwart van alle saneringsobjecten in dat cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte twee maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt.

Van deze eisen kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.

– Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder is de hoogte van het scherm tussen sporen ten hoogste 5 meter.

– Bij toepassing van artikel 4.18 van het Besluit geluidhinder in een situatie waarbij een bestaand scherm tussen sporen wordt vervangen:

1. is het nieuwe scherm tussen sporen ten minste 2 meter hoger dan het bestaande scherm, en

2. staan, in vergelijking met een scherm tussen sporen dat 1 meter lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe scherm tussen sporen in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat scherm tussen sporen.

Per strekkende meter bij een hoogte van:

1 m

1,5 m

2 m

3 m

4 m

5 m

83

87

92

122

148

173

1 Bepaald overeenkomstig artikel 4, derde lid.

Tabel 3 Overige geluidbeperkende maatregelen

1. bronmaatregelen

Aanpassen en vervangen van een spoorbrug

Niet van toepassing

2. Overige maatregelen

Onttrekken van een woning aan de bestemming

Alleen mogelijk in het kader van sanering en alleen voor zover met andere maatregelen niet het beoogde resultaat kan worden behaald

Bijlage

2

Tabel 1 Bepaling reductiepunten, bedoeld in artikel 5

48

55

0

49

56

1000

50

57

1300

51

58

1600

52

59

1900

53

60

2100

54

61

2400

55

62

2700

56

63

3000

57

64

3300

58

65

3600

59

66

3900

60

67

4100

61

68

4400

62

69

4700

63

70

5000

64

71

7800

65

72

8100

66

73

8300

67

74

8600

68

75

8900

69

76

9200

70

77

9500

71

78

9800

72

79

10100

73

80

10300

74

81

10600

75

82

10900

76

83

11200

77

84

11500

Tabel 2 Waarde, bedoeld in artikel 7

Aanleg, reconstructie of wijziging van een weg of spoorweg als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 7, van de Wet geluidhinder ten aanzien van andere geluidsgevoelige objecten dan die zijn gemeld op grond van artikel 89 van de Wet geluidhinder

De voor bedoelde objecten ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 4, van de Wet geluidhinder en artikel 3.1 van het Besluit geluidhinder

De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in paragraaf 4.2.2 van het Besluit geluidhinder

Wijziging of reconstructie van een weg of spoorweg als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 7, van de Wet geluidhinder, ten aanzien van geluidsgevoelige objecten die zijn gemeld op grond van artikel 89 van de Wet geluidhinder

De geluidsbelasting van de gevel van de saneringsobjecten, in de situatie dat er voor deze saneringsobjecten financieel doelmatige geluidbeperkende maatregelen zouden zijn getroffen op grond van hoofdstuk VI, afdeling 3, van de Wet geluidhinder en afdeling 3.2 van het Besluit geluidhinder

De geluidsbelasting van de gevel onderscheidenlijk aan de grens van de saneringsobjecten, in de situatie dat er voor deze saneringsobjecten financieel doelmatige geluidbeperkende maatregelen zouden zijn getroffen op grond van afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder

Sanering op grond van hoofdstuk VI, afdeling 3, van de Wet geluidhinder en afdeling 3.1 en 4.3 van het Besluit geluidhinder

De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 3, van de Wet geluidhinder en afdeling 3.1 van het Besluit geluidhinder

De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder

Wijziging van een spoorweg als bedoeld in artikel 4.7 van het Besluit geluidhinder, ten aanzien van geluidsgevoelige objecten die zijn gemeld op grond van artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder

N.v.t.

De geluidsbelasting van de gevel onderscheidenlijk aan de grens van de gemelde objecten, in de situatie dat er voor deze objecten financieel doelmatige geluidbeperkende maatregelen zouden zijn getroffen op grond van afdeling 4.3 van het Besluit geluidhinder

Wijziging van een spoorweg als bedoeld in artikel 4.7 van het Besluit geluidhinder, ten aanzien van andere geluidsgevoelige objecten dan die zijn gemeld op grond van artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder

N.v.t.

De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in paragraaf 4.2.2 van het Besluit geluidhinder

Bijlage

3

Lijst van projecten als bedoeld in artikel 8, tweede lid

Wegen

1

WAB/MER

Rw9 Alkmaar–Uitgeest

2

WAB

Rw2 Maasbracht–Geleen (spitsstrook)

3

TB/MER

Rw28 Utrecht –Amersfoort

4

TB

Rw2 Oudenrijn–Everdingen

5

TB

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam–Almere

6

TB/MER

N11 Leiden/Zoeterwoude–Alphen a/d Rijn

7

TB/MER

Rw2 Passage Maastricht

8

TB

Rw74 Venlo

9

TB

Rw4 Delft–Schiedam

10

TB

Rw12 Ede–Grijsoord

11

TB/MER

Rw12 Zoetermeer–Zoetermeer-Centrum

12

TB

A9 Omlegging Badhoevedorp

13

TB/MER

Rw1/27 Utrecht–Hilversum–Amersfoort

14

TB

N33 Assen–Zuidbroek (zuid)

15

TB

Rw61 Hoek–Schoondijke

16

TB/MER

A29 Vaanplein Barendrecht

17

WAB/MER

A2/A27 Everdingen–Lunetten

18

TB/MER

A2 Den Bosch–Eindhoven

19

TB

A4 Dinteloord–Bergen op Zoom

20

OTB/MER

A12 Gouda – Woerden

21

OTB/MER

A12 Woerden – Ouderijn

22

OTB/MER

A27 Lunetten – Rijnsweerd

Spoorwegen

1

TB

OV SAAL

2

TB

Sporen in Den Bosch

3

TB

Vrije spoorkruising Amersfoort-West

4

SAN

Zeeuwse lijn

WAB = wegaanleggingsbesluit

MER = Milieu-effectrapportage

TB = Tracébesluit

SAN= Saneringsprogramma