Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 februari 2010, nr. AI/AMF/MO/10/1335, tot Vaststelling van de Beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen
Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen wordt voor alle overtredingen als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die zijn neergelegd in de ‘Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen’ die als bijlage bij deze beleidsregels is gevoegd.
Indien sprake is van een overtreding van artikel 2, eerste lid van de Wet arbeid vreemdelingen of artikel 5:20 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht door een rechtspersoon kan tevens een bestuurlijke boete worden opgelegd aan hen die tot de overtreding opdracht hebben gegeven, als mede aan hen die feitelijk leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging. Als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete gehanteerd: 0,5 maal het boetenormbedrag. Dit uitgangspunt geldt alleen in gevallen waarin geen matiging van de bestuurlijke boete op grond van artikel 7, 8, 9 of 10 van deze Beleidsregels wordt toegepast.
De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, ingeval er sprake is van meer overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
Indien op de dag van het constateren van de overtreding nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden, worden deze maximale boetebedragen per beschikking met 50% verhoogd.
Bij een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen waarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van de overtreding alsnog volledig melding, als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen doet van de desbetreffende arbeid, wordt de bestuurlijke boete gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze overtredingen.
2
Bij een overtreding van artikel 15, eerste lid, Wet arbeid vreemdelingen waarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van de overtreding alsnog volledig melding als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen doet van de desbetreffende arbeid, wordt de bestuurlijke boete voor overtreding van artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze overtredingen.
3
Bij een overtreding van artikel 15, tweede of derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen waarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van de overtreding alsnog volledig melding als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen doet van de desbetreffende arbeid, wordt de bestuurlijke boete voor de overtreding van artikel 15, tweede of derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze overtredingen.
Indien de werkgever kan aantonen dat hij zich redelijkerwijze in voldoende mate heeft ingespannen om een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen te voorkomen, kan de bestuurlijke boete worden gematigd tot € 4000,– voor een rechtspersoon en tot € 2000,– voor een natuurlijke persoon per overtreding.
Indien sprake is van een incidentele onzorgvuldigheid van administratieve aard bij de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning kan de bestuurlijke boete voor zowel een rechtspersoon als een natuurlijke persoon worden gematigd tot € 1500,– per overtreding.
Het is een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning;
€ 8.000
15
1
Indien de werkgever door een vreemdeling arbeid laat verrichten waarbij die arbeid feitelijk wordt verricht bij een andere werkgever, draagt de eerstgenoemde werkgever er bij aanvang van de arbeid onverwijld zorg voor dat de andere werkgever een afschrift van het document, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de vreemdeling ontvangt;
€ 1.500
15
2
De werkgever die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid ontvangt, stelt de identiteit van de vreemdeling vast aan de hand van het genoemde document en neemt het afschrift op in de administratie;
€ 1.500
15
3
De werkgever bedoeld in het tweede lid, bewaart het afschrift tot tenminste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de arbeid door de vreemdeling is beëindigd.
€ 1.500
15
4
De vreemdeling verstrekt een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht aan de werkgever, die het afschrift van het document, bedoeld in het eerste lid, ontvangt, en stelt die werkgever in de gelegenheid een afschrift van dit document te maken
€ 150
18
2
Het door de werkgever niet naleven van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover het betreft het door de toezichthouder uitoefenen van bevoegdheden ter vaststelling van de identiteit van degene die voor de werkgever arbeid verricht of heeft verricht.