Regeling teboekgestelde schepen 1994
14 april 1994/Nr. KAZ15494003
Dienst voor het kadaster en de openbare registers
Besluit:
Hoofdstuk
1
Algemene bepalingen
Hoofdstuk
2
Openbare registers
Artikel
2
Op het register van voorlopige aantekeningen voor schepen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder d, van de Kadasterwet, zijn de artikelen 5 en 6 van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
Artikel
3
Ten aanzien van door de bewaarder te stellen aantekeningen in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, van de Kadasterwet en in het in artikel 2 bedoelde register, zijn de artikelen 7 tot en met 11 van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
Artikel
4
De inschrijvingen in elk der registers genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a en b, van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 geschieden onder doorlopende volgnummers die in elk register een ononderbroken reeks vormen.
Artikel
5
De formulieren Hypotheken 3 en 4 worden voorzien van het in artikel 13 van de wet bedoelde deel en nummer. Zij worden gerangschikt in volgorde van deel en nummer en vervolgens gescand en gemicrofotografeerd.
Artikel
6
De artikelen 16 tot en met 21 van de Kadasterregeling 1994 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel
7
Voor de inschrijving van stukken in de registers Hypotheken 3 en 4, zijn de artikelen 11a, 11b, 11c en 11e van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
Artikel
8
1
Ten behoeve van de inschrijving van stukken ten aanzien waarvan mede inlevering van een afschrift niet is vereist, maakt de Dienst een mechanische reproduktie van het ter inschrijving aangeboden stuk op een formulier Hypotheken 4, zo nodig vervolgd op een of meer formulieren Hypotheken 3/4-vervolg.
Hoofdstuk
3
Wijze waarop de registratie voor schepen wordt gehouden en bijgehouden
Artikel
9
1
De registratie voor schepen wordt, onverminderd het tweede tot en met vijfde lid, gehouden in de vorm van geautomatiseerde bestanden, overeenkomstig de desbetreffende technische handleidingen.
2
Gegevens die betrekking hebben op de toestand van vóór de omzetting naar de geautomatiseerde registratie voor schepen, zijn opgenomen in de desbetreffende oorspronkelijke registers en kaartsystemen, welke registers en kaartsystemen deel uitmaken van de registratie voor schepen.
3
De geautomatiseerde registratie voor schepen is behalve door het brandmerk ook toegankelijk door middel van de naam van de rechthebbende en de naam van het schip.
4
De in artikel 85, tweede lid, onder a en b, van de Kadasterwet genoemde gegevens, die ten gevolge van bijwerking niet meer actueel zijn, blijven, ook voor schepen waarvan de teboekstelling is doorgehaald, raadpleegbaar.
5
Ten aanzien van het gebruik van hoofd- en kleine letters en diacritische tekens, en van het al dan niet aan elkaar schrijven van letters behoeft geen overeenstemming te bestaan tussen de bij de Dienst bekend gestelde schrijfwijze der in de registratie voor schepen te vermelden gegevens en de wijze van vermelding van die gegevens daarin. In geval van diacritische tekens wordt in de registratie voor schepen een indicatie opgenomen waaruit van het bestaan van deze tekens blijkt.
Artikel
10
1
Omtrent de wijze van bijhouding van de registratie voor schepen zijn de artikelen 37, 38, eerste lid, 39, 41, 46 tot en met 49 en 51, eerste lid, en 84 van de Kadasterregeling 1994 voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van hetgeen in het tweede tot en met vierde lid is bepaald.
2
Artikel 39, tweede lid, van de Kadasterregeling 1994 is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen of aanvullingen van de gegevens inzake een schip.
3
Indien de inschrijving in de openbare registers een hypotheek of beslag betreft, worden bovendien vermeld de naam, voornamen en gekozen woonplaats van de schuldeiser dan wel beslaglegger en het desbetreffende bedrag. Ingeval de inschrijving een hypotheek betreft worden tevens vermeld de aard van de hypotheek en, in geval van medeëigendom of een rederij, het desbetreffende aandeel van de rechthebbende waarop de hypotheek betrekking heeft.
4
Indien een ingeschreven stuk een wijziging of aanvulling van de in het derde lid bedoelde gegevens betreft, worden de in de registratie voor schepen vermelde gegevens met het ingeschreven stuk in overeenstemming gebracht.
5
De in het eerste lid, juncto de artikelen 39, achtste lid, en 41 van de Kadasterregeling 1994 bedoelde aanduidingen van de aard van de ingeschreven stukken luiden bovendien als volgt:
|
a. Afwijkend beding als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek |
Afwijkend beding, onder vermelding van het scheepstoebehoren ten aanzien waarvan dat beding is gemaakt |
|
Scheepshuurkoopovereenkomst waarop artikel 800, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is |
Scheepshuurkoop |
Artikel
11
Terstond na de inschrijving van een verzoek tot teboekstelling worden in de geautomatiseerde registratie voor schepen zoveel mogelijk de in artikel 85, tweede lid, van de Kadasterwet bedoelde gegevens opgenomen.
Artikel
12
1
De in de artikelen 18 en 21 van de Wet aansprakelijkheid olietankschepen bedoelde stukken worden na ontvangst voorzien van het desbetreffende brandmerk, alsmede de dagtekening van ontvangst.
Artikel
13
Omtrent de bijhouding van de registratie voor schepen met betrekking tot voorlopige aantekeningen en de doorhaling daarvan, is artikel 93 van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
4
Teboekstelling en doorhaling van de teboekstelling
Artikel
14
1
In geval van teboekstelling van een schip dat reeds in een register heeft te boek gestaan, wordt in de registratie voor schepen vermeld:
‘heeft te boek gestaan in het register te ...
met teboekstellingskenmerk ...’, onder invulling van de desbetreffende gegevens.
2
In geval van teboekstelling van een schip dat reeds in een buitenlands register te boek staat, wordt in de registratie voor schepen aangetekend:
‘staat te boek in het register te ... met teboekstellingskenmerk ...
De Nederlandse teboekstelling heeft eerst gevolg nadat de teboekstelling in het buitenlandse register is doorgehaald’, onder invulling van de desbetreffende gegevens.
3
In geval van inschrijving van het in de artikelen 18, derde lid, en 19, derde lid, van de M.t.s. genoemde bewijs wordt de in het tweede lid bedoelde vermelding doorgehaald onder aantekening van het tijdstip en het deel en nummer van inschrijving van het bewijs. Het eerste lid is van toepassing.
4
In geval van weigering van doorhaling in het buitenlands register als bedoeld in de artikelen 18, vierde lid, en 19, vierde lid, van de M.t.s., wordt in de registratie voor schepen toegevoegd de aantekening:
‘bewaarder buitenlands register weigert doorhaling teboekstelling’, onder aantekening van het tijdstip en het deel en nummer van inschrijving van het bewijsstuk van de weigering.
Artikel
15
1
Wanneer een schip in een andere rubriek wordt teboekgesteld, wordt in de registratie voor schepen bij de doorhaling der teboekstelling aangetekend:
‘later teboekgesteld B, V of Z nr. ...’, onder invulling van de desbetreffende gegevens, en bij de nieuwe teboekstelling bij het brandmerk: ‘vroeger geboekt B, V of Z nr. ...’, onderinvulling van de desbetreffende gegevens. In geval van een nieuwe teboekstelling van een schip dat reeds eerder te boek stond, wordt op gelijke wijze onderling verwezen.
Artikel
16
1
In geval van doorhaling van de teboekstelling wordt de datum van doorhaling en het nummer van de verklaring waaruit de doorhaling blijkt in de registratie voor schepen opgenomen.
2
Indien de teboekstelling van een zeeschip wordt doorgehaald geeft de bewaarder daarvan kennis aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Scheepvaart, zonder opgaaf van de reden van doorhaling.
3
De in artikel 30, vierde lid, van de M.t.s. bedoelde vermelding wordt geplaatst in de registratie voor schepen bij de desbetreffende teboekstelling.
Artikel
17
1
De in artikel 31, eerste en vierde lid, van de M.t.s. bedoelde mededeling wordt in de registratie voor schepen bij de desbetreffende teboekstelling vermeld.
2
Indien de bewaarder blijkt dat een binnenschip in meer dan één verdragsregister te boek staat en artikel 31 van de M.t.s. niet van toepassing is, overlegt de bewaarder met de houder van het desbetreffende verdragsregister welke teboekstelling gehandhaafd blijft.
3
Indien besloten wordt om de Nederlandse teboekstelling niet te handhaven, is artikel 32 van de M.t.s. van toepassing.
Artikel
18
1
Van de in artikel 6, eerste lid, van de M.t.s. bedoelde opgaaf wordt melding gemaakt in de registratie voor schepen.
2
In de registratie voor schepen worden bij de gehandhaafde teboekstelling alle gegevens vermeld die bij de vervallen teboekstelling zijn vermeld.
3
De vervallen teboekstellingen worden doorgehaald onder verwijzing naar de in artikel 6, tweede lid, van de M.t.s. bedoelde beslissing.
Artikel
19
1
Indien de bewaarder bemerkt dat een wijziging waarvan aangifte is voorgeschreven, heeft plaatsgehad zonder dat daarvan aangifte is gedaan, houdt hij hiervan aantekening en stelt de voor de aangifte aansprakelijke personen van hun verzuim in kennis. Hij verzoekt hun onder verwijzing naar artikel 447a van het Wetboek van Strafrecht alsnog binnen een termijn van ten hoogste één maand aan de desbetreffende voorschriften te voldoen. Indien niet of niet behoorlijk aan dit verzoek wordt voldaan, handelt de bewaarder overeenkomstig het tweede lid.
2
De bewaarder die in de uitoefening van zijn ambt ontdekt of vermoedt dat een misdrijf is gepleegd of een overtreding is begaan, genoemd in artikel 389ter onderscheidenlijk artikel 447a van het Wetboek van Strafrecht, doet hiervan onder mededeling van alle hem bekende ter zake dienende feiten, aangifte bij het Openbaar Ministerie.
Hoofdstuk
5
Branding
Artikel
20
De registratie voor schepen wordt bijgewerkt met gegevens inzake het brandmerk:
-
a.
ingeval blijkens bericht van de Scheepsmetingsdienst een brandmerk is verwijderd dan wel voorlopig of definitief aangebracht, alsmede
-
b.
ingeval blijkens bericht van de eigenaar een brandmerk is verwijderd.
Artikel
20a
1
Het branden geschiedt in een vast deel van het schip dat weinig aan beschadiging of slijtage onderhevig is.
2
Bij het aanbrengen van het brandmerk wordt de naam van het kantoor verkort aangeduid op de volgende wijze:
|
Amsterdam |
A |
|
Arnhem |
N |
|
Breda |
B |
|
Groningen |
G |
|
Roermond |
E |
|
Rotterdam |
R |
|
Zwolle |
Z |
3
De aan te brengen letters en cijfers moeten ongeveer 4 centimeter hoog zijn. Indien het brandmerk in een houten constructiedeel wordt aangebracht moeten de letters en cijfers 6 centimeter hoog en 1 centimeter diep zijn. Betreft het een binnenschip met minder dan 10 kubieke meters verplaatsing, dan moeten de aan te brengen tekens tenminste 1 centimeter en ten hoogste 4 centimeter hoog zijn.
5
Van de branding wordt een schriftelijk relaas opgemaakt en ondertekend door degene die met het aanbrengen van het brandmerk op het schip is belast. Dit relaas maakt deel uit van de registratie voor schepen en bevat tenminste de volgende gegevens:
-
a.
brandmerk, naam, soort en type van het schip;
-
b.
datum, tijdstip en plaats van branding;
-
c.
meetbriefgegevens en HIN-nummer;
-
d.
eventueel aangetroffen oude brandmerken en hoe daarmee is gehandeld;
-
e.
plaats op het schip waar het brandmerk is aangebracht.
Artikel
20b
De registratie voor schepen wordt bijgewerkt met gegevens inzake het brandmerk:
-
a.
ingeval een brandmerk is verwijderd dan wel voorlopig of definitief is aangebracht,
alsmede
-
b.
ingeval blijkens bericht van de eigenaar een brandmerk is verwijderd.
Hoofdstuk
6
Verstrekking van inlichtingen uit de registratie voor schepen en de openbare registers voor schepen
Artikel
21
1
Uit de registratie voor schepen worden de volgende uittreksels verstrekt:
-
a.
het uittreksel van de registratie voor schepen, met uitzondering van gegevens inzake hypotheken en beslagen;
-
b.
het uittreksel van de registratie voor schepen, inzake hypotheken en beslagen.
2
De uittreksels bevatten een weergave van de in de registratie voor schepen opgenomen actuele gegevens.
3
Een uittreksel inzake een niet-actuele toestand wordt zoveel mogelijk verstrekt in de vorm van een mechanische reproductie van het desbetreffende stuk.
4
Een bewijs van doorhaling van de teboekstelling van een schip heeft de vorm van het model dat als bijlage 32 bij deze regeling is gevoegd.
5
De in artikel 106, eerste lid, van de Kadasterwet bedoelde verklaring heeft de vorm van het model dat als bijlage 4 bij deze regeling is gevoegd.
6
De in artikel 106, eerste lid, van de Kadasterwet bedoelde afschriften worden verstrekt in de vorm van mechanische reproducties van die bescheiden.
Artikel
22
Vervallen
Artikel
23
1
Omtrent de vorm van de in artikel 99 van de Kadasterwet bedoelde afschriften, uittreksels en getuigschriften inzake de openbare registers betreffende schepen, en de wijze van raadpleging van die registers, zijn de artikelen 119, 126, onder c, en 128 tot en met 130 van de Kadasterregeling 1994 voorzover mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in laatstgenoemde artikelen bedoelde formulieren naar omstandigheden worden aangepast.
2
Omtrent de wijze van raadpleging van de registratie voor schepen is artikel 136 van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
7
Overige en slotbepalingen
Artikel
24
1
De kennisgevingen van het resultaat van de bijhouding, bedoeld in artikel 88 van de Kadasterwet, voor zover het de wijziging van een rechthebbende betreft, hebben de vorm van de modellen die als bijlagen 1 en 2 bij deze regeling zijn gevoegd.
2
Omtrent de kennisgeving, bedoeld in artikel 89, derde lid, juncto artikel 59, derde lid, van de Kadasterwet, is artikel 109, vierde lid, van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
3
Omtrent de mededeling, bedoeld in artikel 91, eerste lid, juncto artikel 64, tweede lid, van de Kadasterwet, is artikel 109, vijfde lid, van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
4
Omtrent de mededeling, bedoeld in artikel 91, tweede lid, juncto artikel 65, tweede lid, van de Kadasterwet, is artikel 109, zesde lid, van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
5
Artikel 111 van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing op de beslissing van de ambtenaar op het bezwaarschrift waarbij bezwaar is gemaakt tegen de beslissing, bedoeld in de artikelen 89, derde lid, juncto artikel 59, derde lid, van de Kadasterwet en op diens beslissing op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 87b juncto artikel 56c, eerste lid, van de Kadasterwet tegen beschikkingen inzake de bijhouding, alsmede op de brief waarbij die beslissingen van de ambtenaar aan belanghebbenden wordt toegezonden.
6
De in artikel 34 van de M.t.s. bedoelde kennisgeving van een teboekstelling dan wel van een doorhaling van een teboekstelling bestaat uit een uitvoerprodukt met de vorm van bijlage 1 met een begeleidende brief.
Artikel
25
De in artikel 36 juncto artikel 35, eerste lid, van de M.t.s. bedoelde aangifte heeft de vorm van het model dat als bijlage 9 bij deze regeling is gevoegd.
Artikel
26
1
Omtrent de kennisgeving van het herstel van een kennelijke misslag begaan bij de bijwerking van de registratie voor schepen, bedoeld in artikel 113, eerste lid, van de Kadasterwet, is artikel 146, eerste lid, van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
2
Artikel 112, eerste lid, van de Kadasterregeling 1994 is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de in artikel 113, eerste lid, juncto artikel 112, eerste lid, van de Kadasterwet bedoelde afwijzende beslissing op verzoeken tot herstel. Het in artikel 146, derde lid, van de Kadasterregeling 1994 bedoelde model voor de brief waarbij de beslissing wordt bekend gemaakt, wordt aangepast aan de omstandigheden.
3
Artikel 111 van de Kadasterregeling 1994 is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de beslissing van de ambtenaar op bezwaarschriften, waarbij bezwaar is gemaakt tegen de beslissing op een zodanig verzoek dan wel tegen de beslissing tot een ambtshalve herstel van een kennelijke misslag, alsmede op de brief waarbij de desbetrefffende beslissing aan de belanghebbende wordt bekendgemaakt. Het in artikel 111, tweede lid, van de Kadasterregeling 1994 bedoelde model voor de in de vorige zin bedoelde brief wordt aangepast naar de omstandigheden.
Artikel
27
Omtrent de wijze waarop de in artikel 116 van de Kadasterwet bedoelde vergissingen, verzuimen, kennelijk misslagen en andere onregelmatigheden omtrent de openbare registers voor schepen en de registratie voor schepen worden hersteld, zijn de artikelen 147 en 148 van de Kadasterregeling 1994 van overeenkomstige toepassing.
Artikel
28
1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
2
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling teboekgestelde schepen 1994, dan wel als: R.t.s. 1994.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen.
Bijlage
1
Niet opgenomen.
Bijlage
2
Niet opgenomen.
Bijlage
3
Niet opgenomen.
Bijlage
4
Niet opgenomen.
Bijlage
5
Niet opgenomen.
Bijlage
6
Niet opgenomen.
Bijlage
7
Niet opgenomen.
Bijlage
8
Niet opgenomen.
Bijlage
9
Niet opgenomen.
Bijlage
10
Niet opgenomen.
Bijlage
32
Niet opgenomen.