Kadasterregeling 1994

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Kadasterwet;

  • b.

    het besluit: het Kadasterbesluit;

  • c.

    de Dienst: Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;

  • d.

    de bewaarder: de bewaarder, bedoeld in artikel 6 van de Kadasterwet;

  • e.

    perceel: een deel van het Nederlandse grondgebied van welk deel de Dienst de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik en dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt.

Artikel

2

Hoofdstuk

2

Openbare registers voor onroerende zaken

Titel

1

Vorm van de openbare registers

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Titel

2

Aantekeningen in de openbare registers

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

De in de artikelen 2, 7, 8 en 10 bedoelde aantekeningen geschieden met zwarte inkt in de daarvoor bestemde plaatsen op de formulieren Hypotheken 3, 4 en 4D.

Titel

2a

Formulieren voor de inschrijving van stukken in de openbare registers; vereisten voor de invulling en aanbieding ter inschrijving van die formulieren

Artikel

11a

Artikel

11b

Bij de aanbieding ter inschrijving van alle andere dan de in artikel 11a bedoelde stukken wordt een afschrift van het desbetreffende stuk gesteld op het door de Dienst verstrekte formulier Hypotheken 4, zo nodig vervolgd op één of meer vervolgbladen op A4-formaat.

Artikel

11c

Indien een ter inschrijving aangeboden stuk feiten bevat, zowel bedoeld in artikel 11a als in artikel 11b, zijn beide genoemde artikelen van toepassing, met dien verstande dat uitsluitend artikel 11b van toepassing is, indien het betreft:

Artikel

11e

Titel

3

Rangschikking en wijze van opberging van de afschriften van ter inschrijving van aangeboden stukken

Artikel

12

Artikel

15

De losse tekeningen, bedoeld in artikel 7, vierde lid, worden van een doorlopend volgnummer voorzien en bewaard.

Titel

4

Voorlopige aantekeningen

Artikel

16

Indien op een ingeschreven stuk tevens melding moet worden gemaakt van de doorhaling van de voorlopige aantekening als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet, wordt aan de in artikel 13 van de wet bedoelde aantekening het volgende toegevoegd:

‘De voorlopige aantekening onder nr. ... is doorgehaald. (Tijdstip van hernieuwde aanbieden: ...)’, onder invulling van de desbetreffende gegevens.

Artikel

17

Artikel

18

Titel

5

Bewijs van ontvangst en overige bepalingen

Artikel

19

Artikel

20

Indien de bewaarder vermoedt dat een inschrijving, bedoeld in de artikelen 38 en 39 van de wet, niet meer van belang is, benadert hij de in artikel 40, onder a, van de wet bedoelde personen, met de vraag of de desbetreffende inschrijving nog van belang is, en met de uitnodiging om, zo dit niet het geval is, de waardeloosheid daarvan te doen inschrijven. Desgewenst kan door de bewaarder het in te schrijven stuk zodanig worden gereedgemaakt dat betrokkene de stukken slechts heeft te ondertekenen en ter inschrijving aan te bieden.

Artikel

21

Hoofdstuk

3

Kadastrale registratie, kaartenbestand, daaraan ten grondslag liggende bescheiden en net van coördinaatpunten

Titel

1

Wijze waarop de kadastrale registratie wordt gehouden

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Titel

2

Kaartenbestand

Afdeling

1

Op de kadastrale kaart voorgestelde opstallen

Artikel

26

Afdeling

2

Inrichting van de kadastrale kaarten

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

30

Titel

3

Vorm van de aan de kadastrale kaarten ten grondslag liggende bescheiden

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Titel

4

Registratie en weergave van de coördinaatpunten

Artikel

34

Artikel

35

Hoofdstuk

4

Bijwerking van de kadastrale registratie, het kaartenbestand en het net van coördinaatpunten

Titel

1

Bijwerking van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten

Afdeling

1

Wijze van bijwerking van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten

Paragraaf

1

Aantekening betreffende de inschrijving van een stuk: verwijzing naar het stuk op grond waarvan de bijwerking heeft plaatsgevonden

Artikel

37

Artikel

38

Paragraaf

2

Wijziging of aanvulling van de in de kadastrale registratie vermelde gegevens

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

Artikel

42

Artikel

43

Artikel

44

Artikel

45

De handhaving van de vermelding van een publiekrechtelijke eigendoms- of gebruiksbeperking dan wel een schuldplichtigheid met zakelijke werking, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit, geschiedt door bij de actuele gegevens de desbetreffende aanduiding over te nemen, zo mogelijk onder verwijzing naar het deel en nummer van inschrijving van het stuk op grond waarvan de desbetreffende aanduiding werd gesteld.

Artikel

45a

De artikelen 39, achtste lid, 41, 42 en 45 zijn van overeenkomstige toepassing ingeval een besluit is ontvangen als bedoeld in artikel 55 van de Wet bodembescherming, met dien verstande dat als aanduiding van de aard van het stuk bij het perceel wordt vermeld: Inzake dit perceel bestaat een besluit als bedoeld in artikel 55 van de Wet bodembescherming.

Paragraaf

3

Wijze van bijwerking van de kadastrale registratie in bijzondere gevallen

Artikel

46

Artikel

47

Artikel

48

Indien een inschrijving in de openbare registers een overdracht betreft onder een ontbindende voorwaarde, wordt bij het perceel van de verkrijger aangetekend: ‘Verkregen onder ontbindende voorwaarde’.

Artikel

49

Artikel

50

Vervallen

Artikel

51

Artikel

52

Vervallen

Paragraaf

4

Wijze van bijwerking omtrent appartementsrechten

Artikel

53

Artikel

54

Artikel

55

Artikel

56

Vervallen

Artikel

57

Vervallen

Artikel

58

Paragraaf

5

Wijze van bijwerking terzake van hypotheken en beslagen

Artikel

59

Vervallen

Artikel

60

Vervallen

Artikel

61

In verband met artikel 100 van de wet wordt bij de percelen een ‘d’ of ‘n’ vermeld, naar gelang al dan niet een doorhaling van een inschrijving ter zake van hypotheken en beslagen heeft plaatsgevonden. Is het perceel ontstaan in verband met een toedeling ingevolge de Landinrichtingswet, de Reconstructiewet Midden-Delfland dan wel de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, of in verband met een ingeschreven akte van verdeling als bedoeld in artikel 17, juncto artikel 119, vierde lid, van de Landinrichtingswet waarin artikel 208, derde en vierde lid, van die wet toepasselijk is verklaard en dit beding door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is goedgekeurd, dan wordt bij de nieuwe kadastrale aanduiding van het perceel een ‘n’ vermeld.

Paragraaf

6

Wijze van bijwerking van gegevens als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder i, van de wet

Artikel

62

Artikel

63

Artikel

64

Zodra het afschrift van een lijst van rechthebbenden, bedoeld in artikel 188 van de Landinrichtingswet, artikel 68 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, dan wel in artikel 53 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Dentse Veenkoloniën is ontvangen, worden in de kadastrale registratie aantekeningen geplaatst, waaruit de afwijkingen blijken die bestaan tussen de lijst van rechthebbenden en de in de kadastrale registratie vermelde rechthebbenden. Desgewenst worden omtrent die lijst zo volledig mogelijke inlichtingen aan derden verstrekt.

Artikel

65

Artikel

66

Vervallen

Artikel

67

Paragraaf

7

Wijze van bijwerking van de kadastrale kaarten: perceelsvorming

Artikel

68

Artikel

69

Kunstwerken als sluizen, bruggen, kribben en dergelijke worden in het algemeen niet als afzonderlijke percelen beschouwd.

Artikel

70

Zonodig vindt bij bestemmingsplannen de perceelsvorming zodanig plaats dat het middel van de wegen als perceelsgrens fungeert.

Artikel

71

Artikel

72

Artikel

73

Is bij de opmeting van nieuwe gebouwen gebleken of blijkt bij de kartering van deze, dat scheidsmuren niet zijn geplaatst volgens de vóór de bouw aanwezige afpaling die indertijd als kadastrale grens werd opgemeten, dan is die afwijking, behoudens het geval, bedoeld in artikel 72, derde lid, geen reden tot redressering van de kadastrale grenzen. In dat geval wordt zonodig tot afzonderlijke perceelsvorming overgegaan.

Paragraaf

8

Berekening van de grootte van de percelen

Artikel

74

Artikel

75

Bij de in artikel 74, tweede lid, bedoelde nauwkeurige grootteberekening wordt, indien de meting ambtshalve is verricht, geen hogere nauwkeurigheid nagestreefd dan verantwoord is in verband met de waarde van de onroerende zaak.

Artikel

76

Paragraaf

9

Metingstaten overige bepalingen

Artikel

77

Artikel

78

Artikel

79

Artikel

81

Afdeling

2

Bijhouding

Paragraaf

1

Bijhouding op grond van ingeschreven stukken, waarbij een meting noodzakelijk is

Artikel

82

Artikel

83

Paragraaf

2

Bijhouding op grond van inlichtingen omtrent het overlijden van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een onroerende zaak in de kadastrale registratie staan vermeld

Artikel

84

Paragraaf

3

Bijhouding op grond van inlichtingen van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een onroerende zaak in de kadastrale registratie staan vermeld omtrent hun wettelijke woonplaats

Artikel

85

Vervallen

Paragraaf

4

Bijhouding op grond van inlichtingen of waarnemingen omtrent feiten, bedoeld in de artikelen 29 en 35 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek

Paragraaf

5

Bijhouding op grond van inlichtingen of waarnemingen omtrent de feitelijke gesteld heid van onroerende zaken

Artikel

87

Artikel

88

Artikel

89

De bijhouding van de coördinaten van de percelen in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting geschiedt door opneming van de coördinaten in de metingstaat, bedoeld in artikel 44, op grond waarvan in de kadastrale registratie de desbetreffende coördinaten worden vervangen door de in de metingstaat vermelde. De coördinaten worden vermeld in het percelenbestand, bedoeld in artikel 9 van het besluit.

Artikel

90

Artikel

91

Bijhouding van de in artikel 90 bedoelde gegevens vindt plaats op grond van schriftelijke inlichtingen die van de rechthebbende zijn verkregen. Na ontvangst van bedoelde inlichtingen wordt de kadastrale registratie daarmee in overeenstemming gebracht onder verwijzing bij de desbetreffende gegevens naar de datum en het volgnummer van het betrokken stuk.

Artikel

92

Paragraaf

6

Bijhouidng met betrekking tot voorlopige aantekeningen en doorhalingen daarvan

Artikel

93

Paragraaf

7

Bijhouding inzake splitsing of samenvoeging van percelen, ambtshalve of op verzoek

Afdeling

3

Vernieuwing

Artikel

96

Artikel

97

Artikel

98

Afdeling

4

Metingen

Artikel

99

Artikel

100

Artikel

101

Met het oog op de in artikel 100 gestelde eisen worden bij de meting behalve rechtsgrenzen zonodig ook afpalingstekens en scheidsmuren gemeten en op de relazen van bevindingen vermeld.

Artikel

102

Artikel

103

Bij de meting van rechtsgrenzen, van cultuurscheidingen die geen rechtsgrens zijn maar bij de toepassing van de meting perceelgrens zullen worden, en van de ligging van hoofdgebouwen zorgt mede met de meting belaste ambtenaar voor een behoorlijke controle. Deze moet blijken uit de constructie van de meting. Als controlemogelijkheden komen ook in aanmerking:

  • a.

    meting van zogenoemde eigen maten;

  • b.

    hoekmetingen en

  • c.

    dubbele meting van afstanden.

Artikel

104

Artikel

106

Ingeval bij een meting op het terrein verandering wordt geconstateerd in een vroeger in kaart gebrachte cultuurgrens die wel perceelgrens doch geen rechtsgrens is, gaat de met de meting belaste ambtenaar na of deze cultuurgrens noodzakelijk als perceelgrens moet blijven bestaan. is dit niet het geval, dan laat hij de cultuurgrens geheel of gedeeltelijk op de kaart vervallen.

Artikel

107

Artikel

108

Andere dan de in artikel 56d, derde lid, van de wet bedoelde metingen kunnen door anderen dan ambtenaren van de Dienst worden verricht, mits deze metingen afhankelijk zijn van de goedkeuring door de Dienst.

Afdeling

5

Vorm van mededelingen, kennisgevingen, relazen van bevindingen, voorstellen van vernieuwing en te geven beslissingen op bezwaarschriften

Artikel

109

Artikel

110

Het relaas van bevindingen heeft de vorm van het model dat als bijlage 19 bij deze regeling is gevoegd.

Artikel

111

Artikel

112

Artikel

114

Artikel

115

Artikel 111 is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing op de in artikel 76, zesde lid, van de wet bedoelde beslissing van de ambtenaar op bezwaarschriften tegen voorstellen van vernieuwing alsmede op de brief waarbij die beslissing aan belanghebbenden wordt bekendgemaakt.

Titel

2

Bijhouding van het net van coördinaatpunten

Artikel

116

Hoofdstuk

5

Verstrekking van inlichtingen

Titel

1

Verstrekking van inlichitngen uit de openbare registers voor onroerende zaken

Afdeling

1

Afschriften

Artikel

119

Afdeling

2

Getuigschriften

Artikel

126

De vorm van de in artikel 99, eerste lid, van de wet bedoelde getuigschriften wordt vastgesteld overeenkomstig:

  • a.

    voorzover betreffend het resultaat van onderzoek naar erfdienstbaarheden: het model dat als bijlage 25 bij deze regeling is gevoegd;

  • b.

    voorzover betreffend het resultaat van onderzoek naar erfdienstbaarheden (negatieve mededeling): het model dat als bijlage 26 bij deze regeling is gevoegd;

  • c.

    voorzover betreffend het resultaat van onderzoek naar ingeschreven akten: het model dat als bijlage 27 bij deze regeling is gevoegd.

Afdeling

3

Vermelding van voorlopige aantekeningen; wijze van raadpleging

Artikel

129

Indien op een getuigschrift als bedoeld in artikel 126 percelen voorkomen ten aanzien waarvan sprake is van voorlopige aantekeningen die nog niet zijn doorgehaald, worden afschriften van de desbetreffende stukken toegevoegd. Artikel 119 is van toepassing op deze afschriften.

Artikel

130

De raadpleging van de openbare registers geschiedt door het verlenen van inzage aan het kantoor van de Dienst en digitale raadpleging.

Titel

2

Verstrekking van inlichtingen uit de kadastrale registratie, het kaartenbestand, de daaraan ten grondslag liggende bescheiden en het net van coördinaatpunten

Afdeling

1

Uittreksels uit de kadastrale registratie

Artikel

131

Artikel

132

Vervallen

Artikel

133

Vervallen

Artikel

134

Vervallen

Afdeling

2

Afschriften en uittreksels van de kadastrale kaarten

Artikel

135

Afschriften van de kadastrale kaart worden verstrekt in de vorm van een digitaal bestand en een plot.

Afdeling

3

Wijze van raadpleging van de kadastrale registratie en de door de Dienst gehouden kaarten

Artikel

136

De raadpleging van de kadastrale registratie en de kadastrale kaart geschiedt door het verlenen van inzage aan het kantoor van de Dienst en digitale raadpleging.

Afdeling

4

Inlichtingen uit bescheiden die ten grondslag liggen aan door de Dienst gehouden kaarten

Artikel

137

Artikel

138

De raadpleging van de bescheiden die ten grondslag liggen aan door de Dienst gehouden kaarten, geschiedt door het verlenen van inzage aan het kantoor van de Dienst, en het verstrekken van inlichtingen, zowel mondeling als door middel van telefoon, telefax en soortgelijke apparatuur.

Artikel

139

Artikel

140

Afdeling

5

Inlichtingen omtrent het net van coördinaatpunten

Artikel

141

Het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in artikel 102, vierde lid, van de wet geschiedt door het in elektronische vorm verstrekken van een afschrift van de in artikel 35 bedoelde overzichtskaarten, alsmede door het in schriftelijke dan wel elektronische vorm verstrekken van een afschrift van de in artikel 35 bedoelde coördinaatlijsten.

Afdeling

6

Overige bepalingen

Artikel

142

Met de verstrekking van de in artikel 103, tweede lid, van de wet bedoelde inlichtingen zijn belast:

  • a.

    voor zover het betreft de kadastrale kaarten: de bewaarder van het kantoor van de Dienst waar de kaarten worden gehouden, alsmede de directeur van het kadaster en de openbare registers van dat kantoor;

  • b.

    voor zover het betreft het net van coördinaatpunten, bedoeld in artikel 52 van de wet: het hoofd van het bureau Rijksdriehoeksmeting, welk bureau onderdeel is van de eenheid Vastgoedinformatie en Geodesie van de concernstaf van de Dienst.

Hoofdstuk

6

Overige en slotbepalingen

Artikel

144

Artikel

145

Artikel

146

Artikel

147

Artikel

148

De kennelijke misslagen, begaan bij de bijwerking van de kadastrale registratie, bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de wet, worden op de dag dat zulks blijkt, onverwijld hersteld. Bij de herstelde gegevens wordt een aantekening gesteld, inhoudende een korte vermelding van de inhoud van de misslag en het tijdstip der herstelling.

Artikel

149

Artikel

150

Apeldoorn
Raad van Bestuur; J.W.J. Besemer.

Bijlage

1

Ligt ter inzage op de afdeling Bewaring, Juridische Zaken en Vastgoedinformatie van alle kantoren van het Kadaster, met uitzondering van het kantoor te Apeldoorn.

Bijlage

2

Ligt ter inzage op de afdeling Bewaring, Juridische Zaken en Vastgoedinformatie van alle kantoren van het Kadaster, met uitzondering van het kantoor te Apeldoorn.

Bijlage

3

Ligt ter inzage op de afdeling Bewaring, Juridische Zaken en Vastgoedinformatie van alle kantoren van het Kadaster, met uitzondering van het kantoor te Apeldoorn.

Bijlage

4

Niet opgenomen.

Bijlage

5

Niet opgenomen.

Bijlage

6

Niet opgenomen.

Bijlage

7

Niet opgenomen.

Bijlage

8

Niet opgenomen.

Bijlage

9

Niet opgenomen.

Bijlage

10

Niet opgenomen.

Bijlage

11

Niet opgenomen.

Bijlage

12

Niet opgenomen.

Bijlage

12a

Niet opgenomen.

Bijlage

13

Niet opgenomen.

Bijlage

13a

Niet opgenomen.

Bijlage

14

Niet opgenomen.

Bijlage

14a

Niet opgenomen.

Bijlage

14b

Niet opgenomen.

Bijlage

15

Niet opgenomen.

Bijlage

16

Vervallen

Bijlage

17

Niet opgenomen.

Bijlage

18

Niet opgenomen.

Bijlage

19

Ligt ter inzage op elk van de kantoren van de directies van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers in de regio’s.

Bijlage

20

als bedoeld in artikel 111, tweede lid

Vervallen

Bijlage

21

als bedoeld in artikel 112, tweede lid

Kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te ......

Aan .......

Datum:

Beslissing op het verzoek

Naar aanleiding van uw verzoek van ...... om een onderzoek in te stellen naar het zich voorgedaan hebben van een feit als bedoeld in artikel 29(35) van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, deel ik u mede dat ik uw verzoek heb afgewezen. Een afschrift van deze beslissing treft u hierbij aan.

Indien u het met deze beslissing niet eens bent, kunt u op grond van artikel 56b, eerste lid, van de Kadasterwet bij mij een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag van verzending van deze brief.

De directeur.

Bijlage

22

als bedoeld in artikel 113

Kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te .......

Aan: ......

Datum:

Mededeling inzake niet-bijhouding van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten

Onder verwijzing naar het op ....... gehouden onderzoek ter plaatse naar het zich voorgedaan hebben van een feit als bedoeld in artikel 29(35) van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, deel ik u mede dat het onderzoek geen aanleiding heeft gegeven tot bijhouding.

Indien u het met deze beslissing niet eens bent, kunt u op grond van artikel 56b, eerste lid, van de Kadasterwet bij mij een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag van verzending van deze brief.

De directeur.

Bijlage

23

als bedoeld in artikel 114, tweede lid

Kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te .......

Aan: ......

Datum:

Afwijzing verzoek

Naar aanleiding van uw verzoek van ....... tot splitsing/samenvoeging van het perceel/de percelen kadastraal bekend gemeente ...... sectie ...... nr(s) ....... deel ik u mede dat ik uw verzoek heb afgewezen. Een afschrift van deze beslissing treft u hierbij aan.

Indien u het met deze beslissing niet eens bent, kunt u op grond van artikel 56b, eerste lid, van de Kadasterwet bij mij een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag van verzending van deze brief.

De directeur.

Bijlage

24

als bedoeld in artikel 114, derde lid

Kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te .......

Aan: ......

Datum:

Bekendmaking van voorstellen van vernieuwing

Hierbij deel ik u mede dat het door het Kadster uitgevoerde onderzoek van vernieuwing heeft geleid tot vernieuwing van de kadastrale registratie en kaarten

Bijgaand doe ik u toekomen het voorstel/de voorstellen van vernieuwing betreffende het perceel/de percelen waarbij u belanghebbende bent. Dit voorstel/Deze voorstellen ligt/liggen voorts ook voor een ieder ter inzage op mijn kantoor (kamer ...), en wel tot en met ...

In het voorstel/de voorstellen zijn onder meer vermeld de gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, de grootte en de kadstrale aanduiding betreffende het perceel/de percelen.

Indien u het met de inhoude van het voorstel/de voorstellen van vernieuwing niet eens bent, kunt u op grond van artikel 56b, eerste lid, van de Kadasterwet bij mij een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag van de verzending van deze brief.

De directeur.

Bijlage

25

Niet opgenomen.

Bijlage

26

Niet opgenomen.

Bijlage

27

Niet opgenomen.

Bijlage

28

Niet opgenomen.

Bijlage

29

Niet opgenomen.

Bijlage

30

Niet opgenomen.

Bijlage

31

Niet opgenomen.

Bijlage

32

Niet opgenomen.

Bijlage

32a

Niet opgenomen.

Bijlage

33

Niet opgenomen.

Bijlage

34

Niet opgenomen.