Prijzenwet BES

Artikel

1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

  • goederen: roerende zaken in de zin van het Burgerlijk Wetboek;

  • diensten: de verrichtingen, welke het voorwerp zijn van overeenkomsten tot het verrichten van enkele diensten of van aanneming van werk, als bedoeld in artikel 1613 van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek of van verzekerings- of garantieovereenkomsten.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Het Bestuurscollege kan van een ieder de inlichtingen verlangen, die het nodig acht om te kunnen oordelen of aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 2, eerste of derde lid.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan dit geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel

8

Artikel

8a

Artikel

9

Artikel

10

Met het opsporen van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen personen, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken aangewezen ambtenaren en andere personen.

Artikel

11

De opsporingsambtenaren zijn te alle tijden bevoegd om in beslag te nemen zomede ter inbeslagneming de uitlevering te vorderen van alle voorwerpen, welk tot ontdekking der waarheid kunnen dienen, of welker verbeurdverklaring, vernietiging of onbruikbaarmaking kan worden bevolen.

Artikel

12

Artikel

13

Deze wet wordt aangehaald als: Prijzenwet BES.

Artikel

14

Een besluit ter uitvoering van artikel 2, 7 of 10 van de Prijzenverordening 1961, dat op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, al dan niet krachtens overgangsrecht, gelding heeft, wordt vanaf dat tijdstip geacht uitvoering te geven aan artikel 2, 7 of 10 van deze wet, totdat het door het bevoegde bestuurscollege is vervangen door een ander besluit.