Besluit financiële eisen verzekeringsbedrijf BES

Artikel

2

Het bedrag dat de solvabiliteitsmarge van een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam ingevolge Artikel 36, derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES tenminste dient te belopen, wordt vastgesteld op:

  • a.

    USD 223.000 voor een verzekeraar die het levensverzekeringsbedrijf uitoefent;

  • b.

    USD 167.000 voor een verzekeraar die het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent.

Artikel

3

De waarden die een verzekeraar met zetel in het buitenland als solvabiliteitsfonds in de openbare lichamen moet aanhouden ingevolge Artikel 22, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet belopen een bedrag van:

  • a.

    USD 223.000 voor een verzekeraar die het levensverzekeringsbedrijf uitoefent;

  • b.

    USD 167.000 voor een verzekeraar die het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent;

  • c.

    USD 279.000 voor een verzekeraar als bedoeld in Artikel 19A van de wet.

Artikel

4

De in de Artikel 3 bedoelde waarden moet de verzekeraar voor eigen rekening aanhouden. Als waarden kunnen slechts dienen:

  • a.

    schatkistpapier ten laste van de Staat der Nederlanden, het land Curaçao of het land Sint Maarten;

  • b.

    aandeelbewijzen, schuldbrieven, winst-, oprichtings- en optiebewijzen, warrants en soortgelijke waardepapieren;

  • c.

    bewijzen van rechten van deelgenootschap;

  • d.

    certificaten van waarden, bedoeld in de onderdelen b en c;

  • e.

    recepissen van waarden, bedoeld in de onderdelen a tot en met c;

  • f.

    schuldbekentenissen jegens de verzekeraar, niet zijnde schatkistpapier of schuldbrieven, ten laste van of rechtstreeks en onvoorwaardelijk voor rente en aflossing gewaarborgd door de Staat der Nederlanden, het land Curaçao, het land Sint Maarten of een openbaar lichaam;

  • g.

    schuldbekentenissen jegens de verzekeraar, niet zijnde schuldbrieven, ten laste van in de openbare lichamen gevestigde naamloze vennootschappen of ten laste van kredietinstellingen die in bezit zijn van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES;

  • h.

    schuldbekentenissen jegens de verzekeraar, verzekerd door het recht van hypotheek op in de openbare lichamen gelegen onroerende goederen;

  • i.

    in de openbare lichamen gelegen onroerende goederen.

Artikel

5

De waardering en de spreiding van de waarden, aangewezen in Artikel 4, behoeven de goedkeuring van de Bank.

Artikel

6

Uit de schuldbekentenissen, bedoeld in Artikel 4, onderdelen f, g en h, dan wel – voor wat betreft de bepalingen, hierna opgenomen in de onderdelen b tot en met e – uit een afzonderlijke overeenkomst, moet blijken dat:

  • a.

    ten aanzien van de desbetreffende schuldvordering geen overeenkomst mag worden gesloten noch enige andere rechtshandeling mag worden verricht zonder schriftelijke toestemming van de Bank;

  • b.

    overeengekomen aflossingen en rentebetalingen niet zonder schriftelijke toestemming van de Bank mogen plaatsvinden voor zover de Bank dat aan de schuldenaar heeft verboden;

  • c.

    extra aflossingen en vervroegde rentebetalingen niet mogen plaatsvinden zonder schriftelijke toestemming van de Bank;

  • d.

    de aflossingen en rentebetalingen, verricht in strijd met het bepaalde in de onderdelen b en c, niet in mindering komen op de schuldvordering;

  • e.

    de schuldenaar zich niet op compensatie zal beroepen.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

11

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiële eisen verzekeringsbedrijf BES.