Besluit draadomroep en kabelinrichtingen BES

§

1

Definities

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§

2

Aanvraag

1

Indiening van een aanvraag

Artikel

2

Een aanvraag om verlening, wijziging of intrekking van een machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing voor een draadomroepinrichting of kabelinrichting dient te geschieden op een door Onze Minister te bepalen wijze.

Artikel

3

Artikel

4

De aanvraag om verlening of wijziging van een machtiging voor een kabelinrichting bevat de volgende gegevens:

  • a.

    naam en adres van de aanvrager;

  • b.

    dagtekening en ondertekening;

  • c.

    de lokatie en aantal woningen waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • d.

    het doel waarvoor de machtiging wordt aangevraagd;

  • e.

    de technische gegevens die voor de beoordeling van de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

Artikel

5

De aanvraag om verlening of wijziging van een ontheffing bevat de volgende gegevens:

  • a.

    naam en adres van de aanvrager;

  • b.

    dagtekening en ondertekening;

  • c.

    de lokatie waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • d.

    het doel waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd;

  • e.

    de technische gegevens die voor de beoordeling van de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

Artikel

6

De aanvraag om intrekking van een machtiging, aanvullende machtiging of een ontheffing voor een draadomroepinrichting of kabelinrichting bevat tenminste de volgende gegevens:

  • a.

    naam en adres van de aanvrager;

  • b.

    dagtekening en ondertekening;

  • c.

    redenen van de aanvraag.

Artikel

7

De aanvrager kan weigeren gegevens en bescheiden te verschaffen op grond van het feit dat het belang daarvan voor de beslissing van Onze Minister niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of tegen het belang van de bescherming van bedrijfsgegevens.

Artikel

8

Indien een aanvraag niet is ingediend op de wijze krachtens artikel 2 voorgeschreven of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de voorbereiding van de beschikking, verzoekt Onze Minister de aanvrager de aanvraag aan te vullen binnen een bij het verzoek te stellen termijn.

2

Behandeling van een aanvraag

Artikel

9

Artikel

10

Indien Onze Minister voornemens is een aanvraag tot een machtiging, geheel of gedeeltelijk te weigeren op grond van gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen en die niet in overeenstemming zijn met de gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt, wordt de aanvrager gedurende een door Onze Minister te stellen termijn in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze daarover naar voren te brengen.

Artikel

11

§

3

Machtiging, aanvullende machtiging en ontheffing

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Indien de houder van de verleende machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing deze niet binnen een periode van twaalf maanden gebruikt, trekt Onze Minister deze in behoudens ingeval zulks naar het oordeel van Onze Minister als onredelijk is aan te merken. In dat geval bepaalt Onze Minister een termijn waarbinnen de machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing alsnog gebruikt dient te worden. Geschiedt zulks niet binnen die termijn dan trekt Onze Minister de machtiging in.

§

4

Registratie

Artikel

16

§

5

Vergoeding

Artikel

17

§

6

Technische eisen

Artikel

18

§

7

Installeren van draadomroep- en kabelinrichtingen

Artikel

19

Artikel

20

§

8

Keuring

Artikel

21

§

9

Storingen en behandeling storingsklachten

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Aan de houder van de draadomroepinrichting of kabelinrichting die storing of belemmering veroorzaakt, kan een vergoeding als bedoeld in artikel 31, onderdeel c, van de wet in rekening worden gebracht die binnen een termijn van zes weken na dagtekening dient te worden voldaan.

Artikel

25

Toewijzing van radiofrequenties voor het zendgedeelte van een draadomroep- of kabelinrichting geeft geen aanspraak op een exclusief en storingvrij gebruik daarvan.

Artikel

26

§

10

Waarschuwing, administratieve boete en intrekking

Artikel

27

§

12

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

28

Artikel

29

Technische eisen die krachtens artikel 18, eerste lid, van het Landsbesluit draadomroep en kabelinrichtingen zijn vastgesteld, alsmede technische eisen als bedoeld in artikel 29 van het Landsbesluit draadomroep en kabelinrichtingen, voor zover laatstbedoelde eisen niet zijn vervangen ingevolge artikel 18, eerste lid, van het Landsbesluit draadomroep en kabelinrichtingen, blijven gelden tot het tijdstip dat Onze Minister krachtens artikel 18, tweede lid, nieuwe technische eisen heeft vastgesteld.

Artikel

29a

De geldigheidsduur van een machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing die is verleend krachtens de artikelen 18, eerste lid, 18b, tweede lid, 18c, eerste lid, of 19, tweede lid, van de Landsverordening telecommunicatievoorzieningen is, gerekend vanaf het tijdstip van verlening, gelijk aan de duur waarvoor de machtiging, aanvullende machtiging of ontheffing is verleend.

Artikel

29b

Een goedkeuring verleend krachtens artikel 14, tweede lid, van het Landsbesluit draadomroep en kabelinrichtingen wordt gelijkgesteld met een goedkeuring verleend krachtens artikel 14, tweede lid.

Artikel

29c

Een erkenning van een vakopleiding die is verleend krachtens artikel 19, eerste lid, van het Landsbesluit draadomroep en kabelinrichtingen is gelijk gesteld met een erkenning verleend krachtens artikel 19, eerste lid.

Artikel

30

Een goedkeuring die is verleend krachtens artikel 21, eerste lid, van het Landsbesluit draadomroep en kabelinrichtingen wordt gelijkgesteld met een goedkeuring verleend krachtens artikel 21, eerste lid.

Artikel

31

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit draadomroep en kabelinrichtingen BES.