Artikel
1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
-
b.
toezichthoudende ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 31a, van de wet;
-
c.
zendinrichting: radio-elektrische zendinrichting, bestaande uit één apparaat dan wel uit een samenstel van apparaten;
-
d.
ontvanginrichting: radio-elektrische ontvanginrichting, bestaande uit één apparaat dan wel uit een samenstel van apparaten, niet uitsluitend bestemd voor de ontvangst van omroepprogramma’s;
-
e.
vrijstelling van een machtiging: vrijstelling van het vereiste van een machtiging, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet;
-
f.
machtiginghouder: degene aan wie machtiging is verleend ten aanzien van een zendinrichting of een ontvanginrichting;
-
g.
houder:
-
1°.
met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor een machtiging is verleend: de machtiginghouder, en
-
2°.
met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor het vereiste van een machtiging niet geldt dan wel ten aanzien waarvan vrijstelling van een machtiging is verleend: degene die deze inrichtingen aanlegt, aanwezig heeft of gebruikt;
-
1°.
-
h.
ondernemer: degene die het vervaardigen, verhandelen, installeren of herstellen van zendinrichtingen of ontvang-inrichtingen als beroep of bedrijf uitoefent;
-
i.
een ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet;
-
j.
technische eisen ten aanzien van zendinrichtingen
-
1°.
de technische eisen, bedoeld in artikel 18; en
-
2°.
ten aanzien van ontvanginrichtingen: de technische eisen, bedoeld in artikel 51;
-
1°.
-
k.
verklaring van conformiteit:
-
1°.
ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 21, eerste lid; en
-
2°.
ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 54, eerste lid;
-
1°.
-
l.
verklaring van toelating:
-
1°.
ten aanzien van zendininrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 23, eerste lid; en
-
2°.
ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 56, eerste lid;
-
1°.
-
m.
bewijs van goedkeuring
-
1°.
ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 38, eerste lid; en
-
2°.
ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 69, eerste lid.
-
1°.