Besluit kwaliteit drinkwater BES

Besluit kwaliteit drinkwater BES

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    ISO-norm 17025: norm 17025, getiteld «Algemene eisen aan de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria» van de Internationale Organisatie voor Standaardisatie;

  • b.

    Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel

2

Dit besluit is van toepassing op:

  • a.

    drinkwater als bedoeld in de Wet drinkwater BES, behoudens voor zover die bij of krachtens die wet van de werking van die wet zijn uitgesloten;

  • b.

    drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal, niet zijnde mineraal water; en

  • c.

    drinkwater dat in enig levensmiddelenbedrijf wordt gebruikt voor de vervaardiging, de behandeling, de conservering of het in de handel brengen van voor menselijke consumptie bestemde producten of stoffen, voor zover dit water in direct contact komt of kan komen met deze producten of stoffen.

Artikel

3

Bij dit besluit horen de volgende bijlagen:

  • a.

    Bijlage A. Minimum kwaliteitseisen, omvattende de volgende onderdelen:

    • Ia.

      Microbiologische parameters, openbare of interne watervoorziening.

    • Ib.

      Microbiologische parameters, drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal

    • II.

      Chemische parameters

    • IIIa.

      Indicatoren – bedrijfstechnische parameters

    • IIIb.

      Indicatoren – organoleptische – esthetische parameters

    • IIIc.

      Indicatoren – signaleringsparameters;

  • b.

    Bijlage B. Bewaking en audit bij een openbare of een interne watervoorziening, omvattende de volgende tabellen:

    Tabel I. Bewaking en audit parameters voor drinkwater geleverd door een openbare of interne watervoorziening

    Tabel II. Meetfrequenties behorend bij bewaking en audit bij een openbare of een interne watervoorziening

    Tabel III. Meetfrequenties en te onderzoeken parameters voor de gebruikte grondstof bij een openbare watervoorziening en interne watervoorziening in acht te nemen bij het opstellen van het meetprogramma;

  • c.

    Bijlage C. Bewaking en audit van drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal, omvattende de volgende tabellen:

    Tabel I. Microbiologische bewaking- en auditparameters voor drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal

    Tabel II. Meetfrequentie behorende bij bewaking en audit van lokaal geproduceerd drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal

    Tabel III. Meetfrequentie behorende bij bewaking en audit van geïmporteerd drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal;

  • d.

    Bijlage D. Meetmethoden en Prestatiekenmerken, omvattende de volgende tabellen:

    Tabel I. Parameters waarvoor analysemethoden zijn gespecificeerd

    Tabel II. Parameters waarvoor prestatiekenmerken zijn gespecificeerd;

  • e.

    Bijlage E. Monstername en -stabilisatie.

Hoofdstuk

2

Regels met betrekking tot de kwaliteit

Artikel

5

Drinkwater voldoet op de volgende punten aan de parameters die zijn opgenomen in de onderdelen I, II en III van de tabel in bijlage A:

  • a.

    voor water dat via een distributienet wordt geleverd, op het punt waar het binnen een gebouw of perceel aan de tappunten ter beschikking komt;

  • b.

    voor water dat geleverd wordt uit een tankschip of tankauto, op het punt waar het uit het tankschip of tankauto komt;

  • c.

    voor water in flessen of verpakkingen, op het punt waarop de flessen of verpakkingen worden gevuld of bij import voordat deze in het vrije verkeer worden gebracht; of

  • d.

    voor water dat wordt gebruikt in een levensmiddelenbedrijf, op het punt waar het in het bedrijf wordt gebruikt.

Artikel

6

Indien het drinkwater aan een tappunt niet voldoet aan de in artikel 5 bedoelde parameters en wordt vastgesteld dat het drinkwater bij het desbetreffende leverantiepunt van de distributeur daaraan wèl voldoet, wordt ervan uitgegaan dat het niet voldoen aan bedoelde parameters wordt veroorzaakt in het intern leidingnet.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Hoofdstuk

3

Regels met betrekking tot de waarborging van de kwaliteit

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

In het kader van de waarborging van de kwaliteit van het drinkwater controleert de producent of distributeur van een openbare watervoorziening de rechtstreeks of indirect op het leidingnet van zijn bedrijf aangesloten woninginstallaties, interne watervoorzieningen en interne leidingnetten op gevaar voor verontreiniging van het leidingnet van zijn bedrijf.

Hoofdstuk

4

Regels met betrekking tot de controle van de kwaliteit

Artikel

15

In de bijlagen B, C, D en E is ter uitvoering van artikel 12, derde lid, van de Wet drinkwater BES opgenomen wie, waar, wanneer en op welke wijze wordt gecontroleerd ten einde vast te stellen of drinkwater voldoet aan de bij artikel 12, eerste lid, van de Wet drinkwater BES en aan de krachtens artikel 12, tweede lid, van de Wet drinkwater BES bij dit besluit gestelde eisen.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

De producent of distributeur houdt de in artikelen 16 tot en met 19 bedoelde resultaten van de aldaar bedoelde onderzoeken gedurende vijf jaar onder zich.

Artikel

21

Artikel

22

Hoofdstuk

5

Voorschriften voor laboratoria

Artikel

23

Het analyseren van monsters, voorgeschreven in dit besluit, geschiedt uitsluitend door een laboratorium dat een kwaliteitsborgingsysteem hanteert dat minimaal gebaseerd is op ISO-norm 17025 of een gelijkwaardige norm en die daarvoor overeenkomstig die norm geaccrediteerd zijn.

Artikel

24

Een gelijkwaardige norm als bedoeld in artikel 23 wordt uitsluitend toegepast na daartoe verkregen toestemming van Onze Minister, gehoord de inspecteur. Bij de aanvraag worden alle gegevens die voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid met de bedoelde norm relevant zijn, in de door de inspecteur aangegeven vorm aan hem overgelegd.

Hoofdstuk

6

Voorschriften met betrekking tot het personeel van producenten en distributeurs

§

1

Gezondheid

Artikel

26

De producent of distributeur draagt de in artikel 27 bedoelde personeelsleden niet op, de in dat lid bedoelde werkzaamheden te verrichten, noch laat hij toe, dat zodanige personen deze werkzaamheden verrichten, indien het voorgeschreven geneeskundig onderzoek niet heeft plaatsgehad.

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

30

Degene die belast is met het geneeskundige onderzoek, is verplicht:

  • a.

    de toezichthouder onverwijld in kennis te stellen van de resultaten daarvan, indien blijkt, dat besmetting met bacteriën van de geslachten Salmonella of Shigella aanwezig is of anamnestische verdenking bestaat betreffende besmetting met de verwekker van febris typhoïdea, paratyfus B (salmonella Schotmüller) of dysenteria amoebica;

  • b.

    aan de toezichthouder alle door deze met betrekking tot het geneeskundige onderzoek gevraagde inlichtingen te verstrekken.

Artikel

31

§

2

Hygiëne

Artikel

32

De producenten en distributeurs dragen zorg voor het opstellen, regelmatig voorlichten en hanteren van hygiënische richtlijnen voor het personeel, dat geregeld werkzaamheden verricht bij aanleg, herstel, onderhoud of controle van middelen tot behandeling, opslag, vervoer of distributie van drinkwater, voor zover zij bij het verrichten van deze werkzaamheden middellijk of onmiddellijk het drinkwater kunnen besmetten.

§

3

Deskundigheid

§

4

Derden

Artikel

34

Het in de artikelen 26 tot en met 33 bepaalde is van overeenkomstige toepassing in geval bij het verrichten van de werkzaamheden gebruikt gemaakt wordt van aannemers of onderaannemers.

Hoofdstuk

7

Voorschriften met betrekking tot materialen en chemicaliën

Artikel

35

Artikel

36

Hoofdstuk

8

Voorschriften met betrekking tot rapportage

Artikel

37

Voor de verplichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, van de Wet drinkwater BES, geldt voor de in onderdeel III van bijlage A opgenomen parameters een rapportageplicht aan de toezichthouder direct na drie gemeten normafwijkingen binnen een periode van een week. Bij continue meting van de parameter geschiedt de melding bij gemeten overschrijding op drie verschillende dagen binnen een week.

Artikel

38

Hoofdstuk

9

Voorschriften met betrekking tot de voorlichting door de producenten en distributeurs van drinkwater aan hun afnemers en gebruikers

Artikel

39

Artikel

40

De producent of distributeur, die op grond van artikel 16 verplicht is tot het opstellen van een meetprogramma, stelt jaarlijks voor 1 april een overzicht op van de kwaliteit van het door hem geleverde drinkwater in het voorgaande kalenderjaar, dat bedoeld is voor afnemers en gebruikers. Dit overzicht is openbaar en ligt ter inzage op een voor een ieder toegankelijke plaats.

Hoofdstuk

10

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

42

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kwaliteit drinkwater BES.

Artikel

43

[vervallen]

Artikel

44

[vervallen]

Artikel

45

[vervallen]

Artikel

46

[vervallen]

Artikel

47

[vervallen]

Bijlage

A

Minimum kwaliteitseisen

Ia. Microbiologische parameters, openbare of interne watervoorziening1

Escherichia coli

0

kve/100 ml

Kve = kolonievormende eenheden

Enterococcen

0

kve/100 ml

Ib. Microbiologische parameters, drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal2

Escherichia coli

0

kve/250 ml

Kve = kolonievormende eenheden

Enterococcen

0

kve/250 ml

Pseudomonas aeruginosa

0

kve/250 ml

Telling kolonies bij 37ºC

20

kve/ml

II. Chemische parameters

Acrylamide

0,10

μg/l

3

Antimoon

5,0

μg/l

Arseen

10

μg/l

Benzeen

1,0

μg/l

Benzo(a)pyreen

0,010

μg/l

Boor

1,0

μg/l

Bromaat

1,0

μg/l

Bij disinfectie geldt een maximale waarde van 5,0 μg/l (als 90 percentielwaarde, met een maximum van 10 μg/l)

Cadmium

5,0

μg/l

Chroom

50

μg/l

Cyaniden (totaal)

50

μg/l

4

1,2-Dichloorethaan

3,0

μg/l

Epichloorhydrine

0,10

μg/l

3

Fluoride

1,5

μg/l

Koper

2,0

μg/l

Kwik

1,0

μg/l

Lood

10

μg/l

Nikkel

20

μg/l

Nitraat

50

mg/l

5

Nitriet

0,1

mg/l

5

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) (som)

0,10

μg/l

Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie hoger dan de detectiegrens.6

PCB’s (som)

0,50

μg/l

Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie > 0,05 μg/l.7

Pesticiden (individueel)

0,10

μg/l

Per stof.8

Voor aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide geldt een maximum waarde van 0,030 μg/l.

Seleen

10

μg/l

Tetra- en trichlooretheen (som)

10

μg/l

Trihalomethanen (som)

100

μg/l

Som van gespecificeerde verbindingen (als 90 percentiel, met een maximum van 50 μg/l)9

Vinylchloride

0,50

μg/l

3

IIIa. Indicatoren10 – bedrijfstechnische parameters

Aluminium

200

μg/l

11

Ammonium

0,50

mg/l

Bacteriën van coligroep

0

kve/100 ml

Chloride

150

mg/l

Het water mag niet agressief zijn.12

Clostridum perfringens (inclusief sporen)

0

kve/100 ml

DOC/TOC

Geen abnormale verandering

mg/l

13

Faecale Streptococcen

0

kve/100 ml

Geleidingsvermogen

100 bij 37ºC

mS/m

Het water mag niet agressief zijn.12

Hardheid (totaal)

> 1 en < 2.5

mmol/l

Totale hardheid te berekenen als aantal mmol Ca2 plus Mg2+/l. Bij toepassing van ontharding of ontzouting geldt deze waarde als 90 percentiel.

Koloniegetal bij 37°C

500

kve/ml

Geen abnormale verandering.

Radioactiviteit: Tritium

Totale Indicatieve Dosis14

100

0,10

Bq/l

mSv/jaar

Saturatie Index SI

> -0,2

SI

Het water mag niet agressief zijn.12

Temperatuur

40

ºC

Vrij chloor

> 0.3 en < 2

mg/l

14

Zuurgraad / waterstof-ionenconcentratie

> 7,8 en < 8,5

pH-eenheden

Het water mag niet agressief zijn.12

IIIb. Indicatoren – Organoleptische – estethische parameters

Geur

Aanvaardbaar door de gebruikers en geen abnormale verandering

-

15

Kleur

20

Mg/l Pt/Co

IJzer

200

μg/l

Mangaan

50

μg/l

Natrium

150

mg/l

Smaak

Aanvaardbaar door de gebruikers en geen abnormale verandering

-

15

Sulfaat

150

mg/l

Het water mag niet agressief zijn.12

Troebelingsgraad

4 (tap) 1 (afpompstation)

FTE

FTE = formazine troebelingseenheden16

Zink

3,0

mg/l

Na > 16 uur stilstand

1 Micro-organismen mogen krachtens artikel 12, eerste lid, van de Wet drinkwater BES, niet in zodanige concentratie in het drinkwater voorkomen dat gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan.

2 De microbiologische kwaliteitsparameters voor drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal wijken af van die van de openbare of interne watervoorziening. De overige kwaliteitsparameters zijn voor verpakt water gelijk aan die van de openbare of interne watervoorziening.

3 Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximum migratie van de overeenkomstige polymeer in contact met water.

4 Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.

5 Ten aanzien van de concentraties nitraat en nitriet dient tevens te worden voldaan aan de voorwaarde dat [nitraat]/50+[nitriet]/3<1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO3, en voor nitriet in NO2

6 De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen.

7 De gespecificeerde verbindingen zijn: PCB nr. 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.

8 Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, oraganische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren), en hun metabolieten en afbraak- of reactieproducten die humaan toxicologisch relevant zijn.

9 De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dichloorbroommethaan en broomdichloormethaan. De concentratie broomdichloormethaan mag niet hoger zijn dan 15 μg/l.

10 Indicatorparameters: parameters die dienen voor kwalitatieve controledoeleinden; wanneer er afwijkingen optreden, dient direct onderzoek te worden uitgevoerd om de oorzaak vast te stellen, dienen herstelmaatregelen te worden uitgevoerd om de kwaliteit weer op peil te brengen, waarbij onder meer wordt gelet op de mate waarin de parameterwaarde in kwestie is overschreden en op het mogelijke gevaar voor de volksgezondheid en dient en de toezichthouder te worden ingelicht, die op zijn beurt het bestuurscollege en de Inspectie moet inlichten (artikel 13, eerste en tweede lid, van de Wet drinkwater BES)

11 Bij (dreigende) overschrijding van een waarde voor aluminium van – vooralsnog – 100 μg/l dient dit aan de toezichthouder gemeld te worden in verband met het eventueel gebrui van het drinkwater voor nierdialyse. Op termijn treedt de meldingsplicht bij 30 μg/l in werking.

12 De producent of distributeur draagt zorg dat de kwaliteit van het geleverde drinkwater zodanig is dat het leidingstelsel en de installaties bij de verbruikers zo min mogelijk worden aangetast. De Saturatie Index strekt daartoe. De definitie daarvoor luidt: SI = log ((Ca2+).(CO32-)/Ks)=pH-pHs, waarbij (Ca2+).(CO32-) het product van de activiteiten van Ca2+ en CO32-, Ks het oplosbaarheidproduct van CaCO3, pH de actuele pH en pHs de evenwichts pH zijn.

13 Indien DOC-TOC (dissolved organ carbon/Total organ carbon) niet wordt bepaald, dan dient de oxideerbaarheid met KMnO4 te worden bepaald (norm 5,0 mg/l O2)

14 Wekelijkse rapportage van de gebruikte hoeveelheid chloor en plaats waar gedoseerd is. Tevens moeten mogelijke bijproducten conform aanwijzingen van de toezichthouder worden gemeten. De aangegeven waarde is de maximale waarde van vrij chloor in het drinkwater na chloreren.

15 Analyse kan kwalitatief worden uitgevoerd, indien het resultaat positief is dient een kwantitatieve analyse te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld volgens de verdunningsmethode.

16 In aanvulling op de kwantitatieve eis geldt dat de troebelingsgraad aanvaardbaar voor de gebruikers dient te zijn en geen abnormale veranderingen mag vertonen.

Bijlage

B

Bewaking en audit bij een openbare of een interne watervoorziening.

Bewaking heeft tot doel regelmatig informatie te verstrekken over de organoleptische en microbiologische kwaliteit van drinkwater, alsook informatie over de doeltreffendheid van de behandeling van drinkwater (met name van desinfectie) waar die plaatsvindt, om uit te maken of het drinkwater al dan niet in overeenstemming is met de parameterwaarden van het besluit horende bij artikel 12 van de Wet drinkwater BES en aanvullende eisen zoals vastgesteld door de toezichthouder.

Audit heeft tot doel de informatie te verstrekken die nodig is om uit te maken of alle parameterwaarden van de Wet drinkwater BES al dan niet worden nageleefd. Alle parameters vastgesteld in het besluit voortvloeiende uit artikel 12 van de Wet drinkwater BES en aanvullende eisen zoals vastgesteld door de toezichthouder, moeten aan een audit worden onderworpen, tenzij door de bevoegde autoriteiten kan worden vastgesteld dat gedurende een door hen te bepalen periode een parameter naar alle waarschijnlijkheid niet in bepaald water voorkomt in concentraties die kunnen leiden tot het risico dat de betrokken parameterwaarde wordt overschreden.

Op grond van artikel 16 van deze Wet drinkwater BES zijn de producenten of distributeurs verantwoordelijk voor de monitoring van de kwaliteit van het drinkwater. De toezichthouder is belast met de monstername van de auditmonsters (artikel 22, eerste lid). Een extern laboratorium is belast met de analyse van de auditmonsters (artikel 22, tweede lid) en de analyse van de microbiologische analyse van de bewakingsmonsters (artikel 22, derde lid). De kosten van monstername door de toezichthouder en analyse door het extern laboratorium zijn voor rekening van de producenten of distributeurs.

Tabel

I

Bewaking en audit parameters voor drinkwater geleverd door een openbare of interne watervoorziening.

De minimumfrequenties voor monitoring staan aangegeven in tabel II van deze bijlage.

I. Microbiologische parameters

Escherichia coli

X

X

(zie Toelichting)

Enterococcen

X

5

II. Chemische parameters

Acrylamide

X

Antimoon

X

Arseen

X

Barium

X

Benzeen

X

Benzo(a)pyreen

X

Boor

X

Bromaat

X

6

Cadmium

X

Chroom

X

Cyaniden (totaal)

X

1,2-Dichloorethaan

X

Epichloorhydrine

X

Fluoride

X

Koper

X

Kwik

X

Lood

X

Nikkel

X

Nitraat

X

Nitriet

X

X

7

Polycyclische aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s) (som)

X

PCB’s

X

Pesticiden (individueel)

X

Pesticiden (som)

X

Seleen

X

Tetra- en trichlooretheen

X

Trihalomethanen (som)

X

6

Vinylchloride

X

Zilver

X

IIIa. Indicatoren – bedrijfstechnische parameters

Aluminium

X

X

Ammonium

X

X

Bacteriën van de coligroep

X

X

(zie Toelichting)

Chloride

X

Clostridium perfringens (inclusief sporen)

X

Corrosie Index

X

DOC/TOC

X

Faecale Streptococcen

X

Geleidinsvermogen

X

X

Hardheid (totaal)

X

Koloniegetal bij 37ºC

X

X

(zie Toelichting)

Radioactiviteit

Tritium

Totale Indicatieve dosis (totaal)

X

8

Saturatie Index (SI)

X

Temperatuur

X

Vrij chloor

X

Zuurgraad / waterstof-ionenconcentratie

X

X

IIIb. Indicatoren – Organoleptische - esthetische parameters

Geur

X

X

Kleur

X

X

IJzer

X

X

9

Mangaan

X

Natrium

X

Smaak

X

X

Sulfaat

X

Troebelingsgraad

X

X

Zink

X

Zwavelwaterstof

X

IIIc. Indicatoren – signaleringsparameters

Fenolen

X

1 De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben op het punt waar het aan het tappunt (aangeduid met t) beschikbaar komt voor menselijke consumptie. De in tabel II aangegeven frequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in artikel 17, eerste, tweede en vierde lid, van dit besluit. De toezichthouder kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het onbehandelde water (o) of na da laatste zuiveringsstap (p).

2 De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben na de laatste zuiveringsstap (p) of aan het tappunt (t). Bij die parameters die in het distributienet zijn toegepast, dienen in elk geval de metingen aan de tap te geschieden, zoals en niet beperkt tot acrylamide, antimoon, cadmium, chroom, epichloorhydrine, koper, lood, nikkel, vinylchloride, zink. De in tabel II aangegeven bewakingsfrequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in artikel 17, eerste, tweede en vierde lid, van dit besluit. De toezichthouder kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het onbehandelde water (o).

3 De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben op het punt waar het aan het tappunt (aangeduid met t) beschikbaar komt voor menselijke consumptie. De in tabel II aangegeven frequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in artikel 17, eerste, derde en vierde lid, van dit besluit. De toezichthouder kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het onbehandelde water (o) of na de laatste zuiveringsstap (p).

4 De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben na de laatste zuiveringsstap (p) o! aan het tappunt (t). Bij die parameters die in het distributienet zijn toegepast, dienen in elk geval de metingen aan de tap te geschieden, zoals en niet beperkt tot acrylamide, antimoon, cadmium, chroom, epichloorhydrine, koper, lood, nikkel, vinylchloride. De in tabel II aangegeven auditfrequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet hat bepaalde in artikel 17, eerste, derde en vierde lid, van dit besluit. De toezichthouder kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het onbehandelde water (o),

5 De bemonstering dient voor in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben in het onbehandelde water (o).

6 Alleen een meetverplichting indien deze stof als desinfectiemiddel wordt toegepast of indien deze stof ais verbinding bij de toegepaste desinfectie- of oxydatietechniek gevormd kan worden.

7 Bewaking alleen indien chlooraminen als desinfectiemiddel worden gebruikt. Indien dit niet het geval is geldt de auditfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.

8 Hier is nog geen meetmethode voor vastgesteld. Het meetprincipe van radiochemie wordt vooralsnog gehanteerd.

9 Alleen indien deze stof als vlokmiddel bij de zuivering wordt gebruikt. Indien dit niet het geval is geldt de auditfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage

Toelichting:

Voor deze parameter geldt in afwijking van de in tabel II aangegeven frequentie, de volgende minimumfrequentie:

A. bij innamepunt

52 keer per jaar

B. af productie

365 keer per jaar

C .af belangrijke distributieknooppunten, zoals tankparken en pompstations

52 keer per jaar

D. bemonstering aan het tappunt (t)

26 keer per jaar per 2000 m3/dag

Tabel

II

Meetfrequenties behorend bij bewaking en audit bij een openbare of interne watervoorziening

Het minimum aantal monsterpunten is gerelateerd aan de dagelijkse productiehoeveelheid, en is altijd meer dan een. De monsterpunten zijn een representatieve vertegenwoordiging van de distributievoorziening.

Voortvloeiende uit artikel 11 van dit besluit wordt een risico analyse van de productie en distributie van drinkwater van bron tot verbruiker uitgevoerd door producenten en distributeurs. Hierbij dient rekening te worden gehouden met onder meer zaken zoals de historische gegevens, de infrastructuur van de productie en distributie, Legionella preventie, verhoogde risicogebieden (gebieden waar er risicogroepen aanwezig zijn of omdat de volksgezondheid dit vereist, bijvoorbeeld ziekenhuizen). De uitkomsten van deze risico analyse vormen het uitgangspunt voor het door de toezichthouder vast te stellen uiteindelijke aantal en de locatie van de monsterpunten en de uiteindelijke frequentie van onderzoek.

In de navolgende gevallen kan de frequentie tijdelijk verhoogd worden: epidemieën, overstromingen (wateroverlast), calamiteiten en na werkzaamheden aan de infrastructuur van de drinkwatervoorziening die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van het drinkwater.

≤100

2

1

> 100, ≤ 1000

4

1

> 1000, ≤ 10 000

4

+3 voor elke 1000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

1

+1 voor elke 3300 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

> 10 000, ≤ 100 000

4

+3 voor elke 1000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

3

+1 voor elke 10 000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

> 100 000

4

+3 voor elke 1000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

10

+1 voor elke 25 000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

1 Een leveringsgebied is een geografisch afgebakend gebied waarbinnen het drinkwater afkomstig is uit een of enkele bronnen waarbinnen het water kan worden geacht van vrijwel uniforme kwaliteit te zijn.

2 De hoeveelheden zijn gemiddeld berekend over een kalenderjaar.

3 Voor de verschillende parameters in dit besluit, mogen de bestuurscolleges het in de tabel vermelde aantal monsters verslagen indienen:

° De waarden van de resultaten van de in een periode van tenminste twee opeenvolgende jaren genomen monsters constant zijn en significant beter dan de in dit besluit genoemde grenswaarden; en

° Het aannemelijk is dat geen enkele factor aanwezig is waardoor de kwaliteit van het water achteruit zou kunnen gaan.

4 Voor zover mogelijk moet het aantal monsters gelijkelijk over plaats en tijd worden verdeeld.

Tabel

III

Meetfrequenties en te onderzoeken parameters voor de gebruikte grondstof bij een openbare watervoorziening en interne watervoorziening in acht te nemen bij het opstellen van het meetprogramma

Ammonium

I

X

Nitriet

I

X

Nitraat

I

X

Waterstofcarbonaat

II

X

Sulfaat

II

X

Fosfaat

II

X

Orthofosfaat

II

X

Silicaat

II

X

Cyanide

II

X

Fluoride

II

X

Chloride

II

X

Bromide

II

X

Natrium

II

X

Kalium

II

X

Calcium

II

X

Magnesium

II

X

Boor

II

X

Chroom

II

X

Vanadium

II

X

Mangaan

II

X

IJzer

II

X

IJzer opgelost

II

X

Nikkel

II

X

Kobalt

II

Koper

II

X

Zink

II

X

Arseen

II

X

Antimoon

II

Seleen

II

X

Cadmium

II

X

Barium

II

X

Beryllium

II

Zilver

II

Kwik

II

X

Lood

II

X

Tritium2

II

Totaal ß-activiteit

II

X

Bacteriën van de coligroep (totaal)

I

X

Escherichia coli 3

I

Enterococcen

II

X

Clostridium perfringens

II

X

1 Indeling in verband met de toepassing van artikel 4.5, vijfde lid.

2 Indien is aangetoond dat er geen grote fluctuaties van deze parameters zijn te verwachten, kan worden volstaan met een frequentie van éénmaal per jaar.

3 Conform Toelichting, tabel I, Bijlage B, wordt het innamepunt op Escherichia Coli gecontroleerd.

Bijlage

C

Bewaking en audit van drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal.

De bewaking en audit van drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal wordt op dezelfde parameters uitgevoerd als bij een openbare of interne watervoorziening. Alleen de microbiologische parameters wijken af van die van een openbare of interne watervoorziening.

Tabel

I

Microbiologische bewaking en auditparameters voor drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal.

X

X

Enterococcen

X

Pseudomonas aeruginosa

X

X

Telling kolonies bij 37°C

X

X

1 De microbiologische kwaliteitsparameters voor drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal wijken af van die van de openbare of interne watervoorziening. De overige parameters zijn gelijk als die van de openbare of interne watervoorziening.

Tabel

II

Meetfrequentie behorende bij bewaking en audit van lokaal geproduceerd drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal

≤ 10

1

1

> 10 ≤ 60

12

1

> 60

1 voor elk 5 m3 en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

1 voor elk 100 m3 en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

2 De hoeveelheden zijn gemiddelden berekend over een kalenderjaar.

Tabel

III

Meetfrequentie behorende bij bewaking en audit van geïmporteerd drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal

≤ 10

1

1

> 10 ≤ 60

12

1

> 60

1 voor elk 5 m3 en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

1 voor elk 100 m3 en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

Bijlage

D

Meetmethoden en Prestatiekenmerken.

De krachtens artikel 14, eerste lid, van de Wet drinkwater BES aangewezen laboratoria, hanteren een stelsel van analytische kwaliteitscontrole dat op gezette tijden wordt gecontroleerd door iemand die onafhankelijk is van het laboratorium en door de bevoegde autoriteiten voor dat doel is erkend.

Tabel

I

Microbiologische bewaking en auditparameters voor drinkwater verpakt in flessen of andersoortig klein verpakkingsmateriaal.

De volgende beginselen voor methoden voor microbiologische parameters worden gegeven als referentie wanneer een NEN/ISO-methode wordt opgegeven of als leidraad, in afwachting van de eventuele toekomstige aanneming van verdere internationale NEN/SSO-methoden voor deze parameters. Alternatieve methoden kunnen worden gebruikt, mits aan artikel 24 van dit besluit wordt voldaan.

Bacteriën van de coligroep

Ontwerp NEN-EN-ISO 9308 - 1:1998

Clostridium perfringens (inclusief sporen)

Membraanfiltratie gevolgd door anaërobe incubatie van het membraan op m-CP agar (zie Toelichting) bij (44 +/– 1) ºC gedurende (21 +/– 3) uur. Tel de opake gele kolonies die roze of rood worden na de blootstelling aan ammoniumhydroxidedampen gedurende 20 tot 30 seconden

Enterocoocen

Ontwerp NEN-EN-ISO 7899 – 2:1998

Escherichia coli (E. coli)

Ontwerp NEN-EN-ISO 9308 – 1:1998

Faecale Streptococcen

Membraanfiltratie gevolgd door incubatie van het membraan op KF medium bij ... (37 +/- 1) ºC gedurende (48 +/– 4) uur. Tel de rode kolonies en ent ieder apart op een bloedplaat. Bij groei wordt voor verdere confirmatie nog een biochemische rij (Sherman reeks) en katalase ingezet.

Koloniegetal bij 37ºC

Opsomming van micro-organismen die gekweekt kunnen worden. NEN-EN-ISO 6222: 1999

Pseudomonas aeruginosa

2de Ontwerp NEN-EN 12780:2000

Toelichting:

De samenstelling van m-CP agar is als volgt:

Tryplose

30 g

Gistextract

20 g

Sucrose

5 g

L-cysteïne hydrochloride

1g

MgSO4.7H20

0,1 g

Bromocresol purper

40 mg

Agar

15 g

Water

1000 ml

De ingrediënten van het basismedium oplossen, de pH instellen op 7,6 en gedurende 15 minuten steriliseren bij 121 °C. Het medium laten afkoelen en het volgende toevoegen:

D-cycloserine

400 mg

Polymyxine-B-sulfaat

25 mg

Indoxyl-D-glucocide

(voor toevoeging opgelost in 8 ml sterile water)

60 mg

Filtergesteriliseerde 0,5% fenolftaleïne difosfaat-oplossing

20 ml

Filtergesteriliseerde 4,5% FeCI3.6H2O

2 ml

Tabel

II

Parameters waarvoor prestatiekenmerken zijn gespecificeerd

Voor onderstaande parameters geldt dat door middel van de toegepaste analysemethode met de aangegeven juistheid, precisie en aantoonbaarheidsgrens ten minste concentraties moeten kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de in bijlage A genoemde waarde. Ongeacht de gevoeligheid van de gebruikte analysemethode wordt het resultaat in ten minste evenveel decimalen uitgedrukt als de parameterwaarde genoemd in bijlage A, onderdelen II en III.

Acrylamide

4

Aluminium

10

10

10

Ammonium

10

10

10

Antimoon

25

25

25

Arseen

10

10

10

Barium

10

10

10

Benzo(a)pyreen

25

25

25

Benzeen

25

25

25

Boor

10

10

10

Bromaat

25

25

25

Cadmium

10

10

10

Calcium

10

10

10

Chloride

10

10

10

Chroom

10

10

10

Corrosie Index

Cyanide

10

10

10

5

1,2-Dichloormethaan

25

25

10

DOC/TOC

Epichloorhydrine

4

Fenolen

25

25

25

Fluoride

10

10

10

Geleidingsvermogen

10

10

10

Hardheid

Koper

10

10

10

Kwik

20

10

20

Lood

10

10

10

Magnesium

10

10

10

Mangaan

10

10

10

Natrium

10

10

10

Nikkel

10

10

10

Nitraat

10

10

10

Nitriet

10

10

10

Oxideerbaarheid

25

25

10

6

PCB’s

25

25

25

Pesticiden

25

25

25

7

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

25

25

25

8

Saturatie Index (SI)

10

10

10

Berekenen

Seleen

10

10

10

Sulfaat

10

10

10

Troebelingsgraad

9

Temperatuur

10

10

10

Tetrachlooretheen

25

25

10

10

Trichlooretheen

25

25

10

10

Trihalomethanen

25

25

10

8

Vinylchloride

4

Vrij Chloor

Waterstofcarbonaat

10

10

10

IJzer

10

10

10

Zilver

Zink

Zuurgraad

10

10

10

Zuurstof

10

10

10

Zuurgraad/waterstof-ionenconcentratie

Zwavelwaterstof

1 Juistheid is de systematische fout en is het verschil tussen de via een groot aantal metingen vastgestelde gemiddelde waarde en de werkelijke waarde. Deze term is nader gespecificeerd in ISO 5725.

2 Precisie of variatiecoëfficiënt is de toevallige fout en wordt gewoonlijk uitgedrukt in standaardafwijking (binnen een groep en tussen groepen onderling) van de spreiding van de resultaten rond het gemiddelde. De aanvaardbare precisie bedraagt twee maal de relatieve standaardafwijking. Deze term is nader gespecificeerd in ISO 5725.

3 De aantoonbaarheidsgrens is hetzij:

° driemaal de standaardafwijking binnen een groep onafhankelijke waarnemingen aan een origineel drinkwatermonster met een lage concentratie van de parameter; hetzij

° vijfmaal de standaardafwijking binnen een groep waarnemingen aan een blancomonster.

4 Controleren via producspecificatie.

5 Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.

6 De oxydatie dient gedurende 10 minuten te worden uitgevoerd met behulp van permanganaat bij 100 ºC in een zuur milieu.

7 De prestatiekenmerken gelden voor elke afzonderlijke pesticide.

8 De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 25% van de parameterwaarde in bijlage A.

9 Voor de bewaking van de troebelingsgraad in behandeld oppervlaktewater geldt dat door middel van de toegepaste analysemethode ten minste met een juistheid van 25% concentraties moeten kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de parameterwaarde.

10 De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 50% van de parameterwaarde in bijlage A.

Bijlage

E

Monstername en -stabilisatie.

  • 1.

    De monsters dienen een representatieve weergave te zijn van het drinkwater en er mag geen contaminatie optreden gedurende de monstername.

  • 2.

    De wijze van monstername en monsterstabilisatie dient volgens geldende erkende regelingen, bijvoorbeeld NEN 6559, te worden uitgevoerd.

  • 3.

    Indien het drinkwater gedesinfecteerd wordt en mogelijk op het punt van monstername chlorine, chloramine, chlorine dioxide of ozon bevat, dan dient natrium thiosulfaat te worden toegevoegd om de rest desinfectans te neutraliseren. De concentratie van de rest desinfectans en de zuurgraad dient bij het monsternamepunt te worden gemeten op het moment van monstername.

  • 4.

    Indien het drinkwater zware metalen bevat, met name koper, dan dient tevens chelating agents (bijvoorbeeld EDTA) of nitrilotriacetic (NTA) te worden toegevoegd.

  • 5.

    Indien op hetzelfde monsterpunt meerdere monsters moeten worden genomen, dan dient het monster voor microbiologische onderzoeken als eerst te worden afgenomen. E.e.a. om het risico van contaminatie te voorkomen.

  • 6.

    De monsters die voor microbiologisch onderzoek worden aangeboden, moeten in het donker en koel, bij voorkeur tussen 4° en 10°C worden bewaard. De monsters mogen niet bevriezen. De monsters dienen zo spoedig mogelijk te worden geanalyseerd, in elk geval binnen vierentwintig uur na monstername. Indien de monsters niet gekoeld worden, dan dient het onderzoek in twee uren na monstername te geschieden.

  • 7.

    Voorts dient rekening te worden gehouden met het gegeven dat de kans om een periodieke verontreiniging van het drinkwater te constateren groter is, indien op verschillende momenten van de dag en op verschillende dagen van de week monstername wordt uitgevoerd. De eerste lijn toezichthouder zal daartoe specifieke richtlijnen verstrekken.