Artikel
1
1
Onverminderd de overige vereisten van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES is geen machtiging als bedoeld in artikelen 15, eerste lid, en 16, derde lid, onderdeel a, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES vereist voor radio-elektrische zend- en ontvanginrichtingen die uitsluitend te gebruiken is in samenwerking met een radio-elektrische zend- en ontvanginrichting die op commerciële basis wordt geëxploiteerd door de houder van een concessie als bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, 16, derde lid, onderdeel a, 18, 18b en 18c van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES, en waarbij de zend- en ontvangfrequenties worden toegewezen aan bedoelde concessiehouder.
2
Tot de in het eerste lid bedoelde radio-electrische zend- en ontvanginrichtingen behoren in ieder geval:
-
a.
telefoontoestellen bestemd voor aansluiting op de mobiele telecommunicatie-infrastructuur;
-
b.
gebruikerstoestellen bestemd voor aansluiting op een trunkingsysteem;
-
c.
gebruikerstoestellen bestemd voor aansluiting op een paging-systeem; en
-
d.
gebruikerstoestellen ten behoeve van datacommunicatie.
3
In afwijking van het eerste lid is een machtiging als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES wel vereist, indien een gebruikerstoestel als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, tevens is uitgerust met de mogelijkheid van het gebruik van een additionele frequentie buiten de in het eerste lid bedoelde radio-elektrische zend- en ontvanginrichting van de concessiehouder of machtigingshouder om.