Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 26 oktober 2010 houdende regels ingevolge de artikelen 108, tweede lid, en 111, zesde lid, van het Besluit prudentiële regels Wft met betrekking tot de posten van de vereiste en de aanwezige liquiditeit en de weging daarvan (Regeling liquiditeit Wft 2011)

Regeling liquiditeit Wft 2011

De Nederlandsche Bank N.V.,
Na raadpleging van de betrokken representatieve organisaties;
Gelet op de definitie van ‘officiële stand-by faciliteiten’ in artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft;
Gelet op richtlijn nr. 2009/111/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot wijziging van de Richtlijnen 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2007/64/EG wat betreft banken die zijn aangesloten bij centrale instellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtkader en het crisisbeheer (PbEU L 302);

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling en de Bijlage wordt verstaan onder:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

5

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2011.

Artikel

6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling liquiditeit Wft 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam
De Nederlandsche Bank N.V., H.J. Brouwer, directeur

Bijlage

bij artikel 2 van de Regeling liquiditeit Wft 2011

1.

Bankbiljetten / munten

100

100

2.

Vorderingen op centrale banken

1

Saldi direct opeisbaar

100

100

2

Te ontvangen bedragen

K

100

100

3

Vorderingen uit hoofde van omgekeerde retrocessieovereenkomsten (reverse repo’s)

K

100

100

4

Vorderingen luidende in effecten

K

*

*

3.

Incassopapier

1

Direct opeisbaar

100

100

2

Te ontvangen

K

100

100

4.

Onbezwaarde, goed verhandelbare en door een erkende centrale bank als onderpand aanvaarde schuldinstrumenten

4.0.

Door een overheid [1] of een erkende centrale bank uitgegeven schuldinstrumenten en equivalente schuldinstrumenten

1

(Equivalente) schuldinstrumenten die door een erkende centrale bank als onderpand worden aanvaard

90**

90**

4.1.

Door kredietinstellingen uitgegeven schuldinstrumenten

1

Schuldinstrumenten van hoge kwaliteit, exclusief gedekte obligaties (covered bonds), die door een erkende centrale bank als onderpand worden aanvaard

50

50

2

Gedekte obligaties (covered bonds), die door een erkende centrale bank als onderpand worden aanvaard

50***

80***

3

Overige liquide schuldinstrumenten met een overheidsgarantie van een staat met een convertibele valuta

50

50

4.2.

Door overige instellingen (niet zijnde krediet-instellingen) uitgegeven schuldinstrumenten

1

Schuldinstrumenten van hoge kwaliteit, exclusief bedrijfsobligaties, die door een erkende centrale bank als onderpand worden aanvaard

50

50

2

Bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit, die door een erkende centrale bank als onderpand worden aanvaard

50***

80***

3

Overige verhandelbare schuldinstrumenten met een overheidsgarantie van een staat met een convertibele valuta

50

50

5.

Te ontvangen bedragen

5.0.

Van niet in de rapportage betrokken bijkantoren en bancaire deelnemingen

1

Direct opeisbare tegoeden

100

100

2

Vorderingen uit hoofde van effectentransacties

K*

100

100

3

Overige te ontvangen bedragen

K

100

90

5.1.

Van overige kredietinstellingen

1

Direct opeisbare tegoeden

100

100

2

Vorderingen uit hoofde van effectentransacties

K*

100

100

3

Overige te ontvangen bedragen

K

100

90

5.2.

Van overheden

1

Direct opeisbare tegoeden

100

100

2

Vorderingen uit hoofde van effectentransacties

K*

100

100

3

Overige te ontvangen bedragen

K

100

90

5.3.

Van overige professionele geldmarktpartijen, bedoeld in artikel 1 van het Besluit

1

Direct opeisbare tegoeden

100

100

2

Vorderingen uit hoofde van effectentransacties

K*

100

100

3

Overige te ontvangen bedragen

K

100

90

5.4.

Van overige tegenpartijen

1

Direct opeisbare tegoeden

0

0

2

Vorderingen uit hoofde van effectentransacties

K*

100

100

3

Overige te ontvangen bedragen, waarin verwerkt verwachte vervroegde aflossingen

K

50

40

6.

Vorderingen uit hoofde van (omgekeerde) retrocessieovereenkomsten (niet met centrale banken) en effectenleentransacties

6.0.

Omgekeerde retrocessieovereenkomsten (reverse repo’s), niet met centrale banken

1

Vorderingen tegenover obligaties

K

100

100

2

Vorderingen tegenover aandelen

K

100

100

6.1.

Retrocessieovereenkomsten (repo’s), niet met centrale banken

1

Vorderingen luidende in obligaties

K

90

90

2

Vorderingen luidende in aandelen

K

70

70

6.2.

Effectenleentransacties (securities lending /borrowing transactions)

1

Voorraad effecten uit hoofde van effectenleentransacties

K

100

100

2

Te vorderen effecten uit hoofde van effectenleentransacties

100

100

7.

Overige effecten en goud

1

Overige liquide aandelen, repobaar

50

70

2

Incourante aandelen

0

0

3

Incourante obligaties

K

100

100

4

Goud

90

90

8.

Officiële stand-by faciliteiten (erkend)

1

Ontvangen officiële stand-by faciliteiten

100

100

9.

Vorderingen uit hoofde van derivaten

1

Bekende vorderingen uit hoofde van derivaten

K

+++

+++

10.

TOTAAL

11.

Bij centrale banken opgenomen gelden

1

Debetsaldo (binnen één week af te lossen)

100

100

2

Overige verplichtingen

K

100

100

12.

Uitgegeven schuldinstrumenten van de bank of clearinginstelling zelf

1

Uitgegeven schuldbewijzen

K

100

100

2

Achtergestelde schulden

K

100

100

13.

Deposito’s en overige opgenomen gelden op vaste termijn

13.0.

Van niet in de rapportage betrokken kantoren en bancaire deelnemingen

1

Verplichtingen uit hoofde van effectentransacties

K*

100

100

2

Deposito’s en overige opgenomen gelden met een termijnkarakter

K

100

90

13.1.

Van overige kredietinstellingen

1

Verplichtingen uit hoofde van effectentransacties

K*

100

100

2

Deposito’s en overige opgenomen gelden met een termijnkarakter

K

100

90

13.2.

Van overige professionele geldmarktpartijen, bedoeld in artikel 1 van het Besluit

1

Verplichtingen uit hoofde van effectentransacties

K*

100

100

2

Deposito’s en overige opgenomen gelden met een termijnkarakter, en te betalen rente

K

100

90

13.3

Van overige tegenpartijen

1

Verplichtingen uit hoofde van effectentransacties

K*

100

100

2

Deposito’s en overige opgenomen gelden met een termijnkarakter, en te betalen rente

K

50

40

3

Spaardeposito’s met een vaste termijn

K

20

20

14.

Verplichtingen uit hoofde van (omgekeerde) retrocessieovereenkomsten (niet met centrale banken) en effectenleentransacties

14.0.

Retrocessieovereenkomsten (repo’s), niet met centrale banken

1

Verplichtingen tegenover obligaties

K

100

100

2

Verplichtingen tegenover aandelen

K

100

100

14.1.

Omgekeerde retrocessieovereenkomsten (reverse repo’s), niet met centrale banken

1

Verplichtingen luidende in obligaties

K

100

100

2

Verplichtingen luidende in aandelen

K

100

100

14.2.

Effectenleentransacties (securities lending / borrowing transactions)

1

Negatieve voorraad effecten uit hoofde van effectenleentransacties

100

100

2

Te leveren effecten uit hoofde van effectenleentransacties

K

100

100

15.

Creditsaldi en overige opgenomen gelden met een onbepaalde effectieve looptijd

15.0.

Niet in de rapportage opgenomen kantoren en bancaire deelnemingen

1

Creditsaldi in rekening-courant en overige direct opvraagbare tegoeden

100

100

15.1.

Overige kredietinstellingen

1

Creditsaldi (loro) van bankiers

100

100

2

Overige direct opvraagbare tegoeden

100

100

15.2.

Overige professionele geldmarktpartijen, bedoeld in artikel 1 van het Besluit

1

Direct opvraagbare tegoeden

100

100

15.3.

Spaargelden

1

Spaargelden zonder vaste termijn

2,5

10

15.4.

Overige

1

Direct opvraagbare tegoeden en overige schulden

5

20

2

Overige nog te verantwoorden en te betalen bedragen, waaronder saldo termijnaffaires en verplichtingen aan sociale- en voorzieningsfondsen

5

20

16.

Officiële stand-by faciliteiten

1

Afgegeven officiële stand-by faciliteiten

100

100

17.

Verplichtingen uit hoofde van derivaten

1

Bekende verplichtingen uit hoofde van derivaten

K

+++

+++

2

Onbekende verplichtingen uit hoofde van derivaten en margin calls

+++

+++

18.

Overige voorwaardelijke schulden en onherroepelijke kredietfaciliteiten

1

Onbenutte onherroepelijke kredietfaciliteiten, waaronder uitgiftegaranties

2,5

10

2

Geaccepteerde wissels

K

100

100

3

Kredietvervangende garanties

2,5

10

4

Niet-kredietvervangende garanties

1,25

5

5

Overige verplichtingen buiten de balans

1,25

5

19.

TOTAAL

20.

Extra aan te houden liquiditeit, als gevolg van specifieke omstandigheden ten aanzien van de betrokken onderneming (zie artikel 2, tweede en derde lid, van deze regeling)

###

###

Aantekeningen / verklaring van tekens:

[1]

=

met ‘overheid’ wordt in rubriek 4 bedoeld een nationaal of regionaal overheidslichaam of een overheidslichaam dat de overheidsschuld beheert;

K

=

in de kalender op te nemen post;

K*

=

settlement binnen een week of onbepaald, opnemen in de weekperiode onderscheidenlijk in de kalender;

*

=

100% minus de toepasselijke discount;

**

=

of met betrekking tot obligaties het beleningspercentage van de desbetreffende centrale bank, waarbij bovendien geldt dat het beleningspercentage van de centrale bank in ieder geval moet worden gebruikt, indien dit percentage lager is dan 90%; voor onderhandse leningen die aan de criteria voldoen, geldt het laagste van het genoemde percentage of het beleningspercentage;

***

=

het laagste van het genoemde percentage of beleningspercentage;

+++

=

het berekende bedrag voor de aangegeven periode;

###

=

in voorkomende gevallen per afzonderlijke bank of clearinginstelling vastgesteld door DNB, met toepassing van artikel 2, tweede en derde lid, van deze regeling).