Artikel
1:1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
Besluit: Besluit prudentiële regels Wft;
-
b.
cumulatief preferent aandeel: een aandeel dat recht geeft op een vast jaarlijks dividend, ook over de periode dat de dividenduitkeringen op dat aandeel waren opgeschort;
-
c.
directe uitgifte: de uitgifte van een hybride instrument door een verzekeraar die dat hybride instrument als een van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98 van het Besluit, in aanmerking neemt of zal nemen;
-
d.
DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
-
e.
verzekeraar: een verzekeraar als bedoeld in artikel 95, eerste lid, van het Besluit;
-
f.
-
1.
een innovatief financieel instrument, als bedoeld in artikel 89, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit, in samenhang met de artikelen 95 tot en met 98 van het Besluit; of
-
2.
een niet-innovatief financieel instrument, als bedoeld in deze regeling;
-
1.
-
g.
indirecte uitgifte: de uitgifte van een hybride instrument door een andere entiteit dan de verzekeraar die dat hybride instrument als een van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98 van het Besluit, in aanmerking neemt of zal nemen, mits de verzekeraar en die entiteit samen een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vormen;
-
h.
innovatief financieel instrument: een financieel instrument dat vanwege zijn kenmerken kan worden gelijkgesteld met een vermogensbestanddeel als bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98 van het Besluit en waaraan een of meer voorwaarden zijn verbonden waarvan een aflossingsstimulans kan uitgaan;
-
i.
niet-cumulatief preferent aandeel: aandeel dat recht geeft op een vast jaarlijks dividend, met uitzondering van de periode waarover de dividenduitkeringen op dat aandeel opgeschort zijn geweest;
-
j.
niet-innovatief financieel instrument: een financieel instrument dat vanwege zijn kenmerken materieel in voldoende mate kan worden gelijkgesteld met een vermogensbestanddeel als bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98 van het Besluit en waaraan geen voorwaarden zijn verbonden waarvan een aflossingsstimulans kan uitgaan; en
-
k.
trigger-moment: het moment waarop de aanwezige solvabiliteitsmarge, al dan niet op geconsolideerde dan wel subgeconsolideerde basis, van een verzekeraar daalt onder het minimumbedrag, bedoeld in artikel 65, 66, 67 respectievelijk 68 van het Besluit.