Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
De personen, werkzaam in de functie van medewerker verwerking, radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionaal politiekorps, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein generieke opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.
De buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent kan de in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 omschreven bevoegdheden uitoefenen en daarbij gebruikmaken van handboeien.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 30 personen per regionaal politiekorps als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen.
Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de regiopolitie waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen.
De teamleider Verkeer van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 2 genoemde functie;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving van 3 december 2009, nr. 5629537/Justis/09, wordt ingetrokken.
De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011 en vervalt met ingang van 1 juni 2011.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2011.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.