Regeling tot vaststelling van de Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES (Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES)

Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES

De Staatssecretaris van Financiën,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Afdeling

1.1

Definities en overige algemene bepalingen

Artikel

1.1

Afdeling

1.2

Aanwijzing inspecteur en ontvanger

Artikel

1.4

De verplichtingen, die ingevolge de artikelen 2.51 tot en met 2.54 van de wet gelden jegens de inspecteur, gelden ook jegens de voorzitter van het managementteam van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) en jegens de door deze voorzitter aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.

Afdeling

1.3

Lijfsvisitatie

Artikel

1.5

De instellingen van apparatuur waarmee door kleding van personen wordt gekeken, zijn zodanig dat de persoon, die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen, niet herkenbaar is op de beelden die door de apparatuur worden gegenereerd.

Hoofdstuk

2

Formele bepalingen douane

Afdeling

2.1

Kosten ambtelijke werkzaamheden

Artikel

2.1

Artikel

2.2

Afdeling

2.2

Formulieren en modellen

Artikel

2.3

Het model en de inhoud van het formulier voor de verklaring tot inklaring, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de wet, wordt door de inspecteur vastgesteld en bevat in ieder geval de volgende gegevens:

  • a.

    de naam van de gezagvoerder;

  • b.

    de naam, het domicilie, de tonnenmaat, de plaatsen van inlading en de plaats van bestemming van het schip of luchtvaartuig;

  • c.

    de lijst van alle ingeladen goederen met vermelding van de soort volgens de algemene handelsbenaming of goederenmanifesten;

  • d.

    het aantal, de soort en de merken van de colli of losse voorwerpen of de opmerking dat de goederen los gestort zijn; en

  • e.

    de hoeveelheid van de gestorte goederen.

Artikel

2.4

Artikel

2.5

Afdeling

2.3

Douane-expediteur

Artikel

2.6

Bij een aanvraag tot toelating als douane-expediteur worden in ieder geval gegevens verstrekt over:

  • a.

    onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling van de aanvrager in de afgelopen vijf jaren, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de schriftelijke aanvraag aan de inspecteur wordt ingezonden, wegens een strafbaar feit dat naar Nederlands recht wordt aangemerkt als een misdrijf;

  • b.

    de vakbekwaamheid van de aanvrager, die rechtstreeks samenhangt met de te verrichten activiteiten als douane-expediteur; en

  • c.

    de wijze waarop de aanvrager zekerheid zal stellen voor de gevallen waarin dit wordt verlangd.

Afdeling

2.4

Bindende inlichtingen

Artikel

2.7

Afdeling

2.5

Inklaring

Artikel

2.8

Artikel

2.9

Artikel

2.10

Artikel

2.11

Artikel

2.12

Artikel

2.13

Artikel

2.14

Artikel

2.15

Artikel

2.16

Artikel

2.17

Artikel

2.18

Artikel

2.19

Afdeling

2.6

Lossing en tijdelijke opslag

Artikel

2.20

Artikel

2.21

Artikel

2.22

Artikel

2.23

Artikel

2.24

Artikel

2.25

Artikel

2.26

Artikel

2.27

De tijdelijke opslag van postpakketten vindt plaats op een sorteerplaats of in een bergplaats van de Post.

Afdeling

2.7

Aangiften en documenten

Artikel

2.28

Artikel

2.29

Artikel

2.30

Als document, afgegeven op een op elektronische wijze gedane aangifte, geldt de uit het ASYCUDA-systeem geprinte kopie van de aangifte met eventueel bijbehorende formulier D.V. 1 voor de aangifte van gegevens inzake de douanewaarde en andere bescheiden.

Artikel

2.31

Artikel

2.32

Artikel

2.33

Artikel

2.34

De aangever ontvangt bij de voldoening van de douaneschuld een kwitantie die in ieder geval de volgende gegevens bevat:

  • a.

    de naam van de schuldenaar;

  • b.

    een omschrijving van de goederen;

  • c.

    de douanewaarde, de hoeveelheid van de goederen of naar gelang het geval een andere maatstaf van heffing;

  • d.

    de belastingsoort en de hoogte van het belastingbedrag; en

  • e.

    de datum van invoer van de desbetreffende goederen.

Afdeling

2.8

Onderzoek van goederen en monsterneming

Artikel

2.35

Artikel

2.36

Artikel

2.37

Artikel

2.38

Afdeling

2.9

Identificatiemaatregelen

Artikel

2.39

Afdeling

2.10

Zekerheid

Artikel

2.40

Een hypotheek kan als zekerheidstelling worden aanvaard, indien:

  • a.

    het onroerend goed verzekerd is tegen brand en de Staat der Nederlanden in de verzekeringspolis is aangewezen als begunstigde van de uitkering;

  • b.

    de hypotheekgever een zogenoemde hypothecair-belangverzekering heeft afgesloten;

  • c.

    in de hypotheekakte een huurbeding als bedoeld in artikel 264, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES is opgenomen;

  • d.

    in de hypotheekakte het beding is opgenomen dat geen veranderingen aan het aan hypotheek onderworpen onroerend goed mag worden aangebracht, tenzij de inspecteur hiervoor vooraf toestemming heeft gegeven; en

  • e.

    in de hypotheekakte de bedingen, bedoeld in artikel 267 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES zijn opgenomen.

Artikel

2.41

Afdeling

2.11

Doorgaand vervoer, doorvoer en overbrenging van goederen

Artikel

2.42

Een aangifte voor doorgaand vervoer van goederen, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, onderdeel c, van de wet, wordt gedaan indien de plaats waar de desbetreffende goederen zullen uitgaan een andere plaats is dan die waar de goederen zijn aangebracht.

Artikel

2.43

Een aangifte ten doorvoer, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, onderdeel f, van de wet, wordt gedaan voor:

  • a.

    goederen in tijdelijke opslag;

  • b.

    goederen in een douane-entrepot; of

  • c.

    goederen in een handels- en dienstenentrepot;

die bestemd zijn om te worden overgebracht naar het buitenland.

Artikel

2.44

Artikel

2.45

Artikel

2.46

Artikel

2.47

Afdeling

2.12

Actieve en passieve veredeling

Artikel

2.48

Artikel

2.49

Artikel

2.50

Artikel

2.51

Afdeling

2.13

Tijdelijke invoer met vrijstelling van invoerrecht

Artikel

2.52

Artikel

2.53

Van de uit te voeren goederen, bedoeld in artikel 2.52, wordt aangifte ten uitvoer gedaan, onder bijvoeging van een exemplaar van de vergunning.

Artikel

2.54

Artikel

2.55

Artikel

2.56

Afdeling

2.14

Uitvoer van goederen en uitgaande opslag

Artikel

2.57

Artikel

2.58

Artikel

2.59

Artikel

2.60

Afdeling

2.15

Het uitgaan van goederen

Artikel

2.61

Artikel

2.62

Afdeling

2.16

Diplomatiek goederenverkeer

Artikel

2.63

Afdeling

2.17

Bijzondere regelingen

Artikel

2.64

Afdeling

2.18

Geautoriseerde marktdeelnemer

Artikel

2.65

Artikel

2.66

Artikel

2.67

Teneinde de inspecteur in staat te stellen te onderzoeken of de aanvrager beschikt over een deugdelijke administratie en administratieve organisatie als bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel b, van het besluit:

  • a.

    voert de aanvrager een administratie die in overeenstemming is met de als algemeen aanvaard beschouwde boekhoudkundige principes en die de administratieve douanecontrole vergemakkelijkt;

  • b.

    verleent de aanvrager de inspecteur fysieke of elektronische toegang tot zijn administratie;

  • c.

    beschikt de aanvrager over een administratieve organisatie die in overeenstemming is met de soort en de omvang van de bedrijfsactiviteiten en geschikt is voor het beheer van de goederenstroom;

  • d.

    beschikt de aanvrager over een systeem van interne controles waarmee onrechtmatige of frauduleuze transacties kunnen worden opgespoord;

  • e.

    past de aanvrager, indien van toepassing, toereikende procedures toe voor het beheer van vergunningen die verband houden met handelspolitieke maatregelen;

  • f.

    past de aanvrager toereikende procedures toe voor het bewaren van bedrijfsbescheiden en bedrijfsinformatie en ter bescherming tegen informatieverlies;

  • g.

    ziet de aanvrager erop toe dat werknemers zich bewust zijn van de noodzaak de inspecteur in te lichten indien zich problemen voordoen met de naleving van de douanewetgeving en wijst personen aan die in dat geval contact met de inspecteur opnemen; en

  • h.

    heeft de aanvrager passende maatregelen genomen om te voorkomen dat onbevoegden zijn computersysteem binnendringen en om zijn documentatie te beschermen.

Artikel

2.68

Artikel

2.69

Afdeling

2.19

Identificatiemaatregelen van buitenlandse douaneautoriteiten

Artikel

2.70

De inspecteur kan een identificatiemiddel dat door een buitenlandse douaneautoriteit is aangebracht, aanmerken als een door hemzelf aangebracht identificatiemiddel, tenzij:

  • a.

    het identificatiemiddel niet veilig is; of

  • b.

    de inspecteur overgaat tot opname van de goederen.

Afdeling

2.20

Aanwijzing ambtenaar lijfsvisitatie

Afdeling

2.21

Verkoop in bewaring genomen goederen

Artikel

2.72

Afdeling

2.22

Model aanslagbiljet

Artikel

2.73

Het aanslagbiljet, bedoeld in artikel 2.78, vierde lid, van de wet, bevat in ieder geval de volgende gegevens:

  • a.

    de naam, het adres en de woonplaats van de schuldenaar;

  • b.

    het kenmerk en de datum van de beschikking;

  • c.

    het bedrag aan rechten, rente, kosten of bestuurlijke boete; en

  • d.

    een bezwaarclausule.

Afdeling

2.23

Forfaitaire zekerheid

Artikel

2.74

De inspecteur kan uit doelmatigheidsoverwegingen een forfaitaire zekerheid als bedoeld in artikel 2.89, derde lid, van de wet laten stellen voor de tijdelijke invoer van goederen met vrijstelling van invoerrechten.

Afdeling

2.24

Inbeslagneming van goederen

Artikel

2.75

Afdeling

2.25

Bestuurlijke boeten

Artikel

2.77

Degene die artikel 2.14, vierde lid, overtreedt, pleegt een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene aan wie het verzuim te wijten is een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste USD 140.

Artikel

2.79

Degene die artikel 2.61, zevende lid, overtreedt, pleegt een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene aan wie het verzuim te wijten is een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste USD 140.

Artikel

2.80

Degene die artikel 2.61, achtste lid, overtreedt, pleegt een verzuim ter zake waarvan de inspecteur degene aan wie het verzuim te wijten is een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste USD 140.

Afdeling

2.26

Beperkingen voor de uit- en doorvoer van strategische goederen

Artikel

2.81

In deze afdeling wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

c.
beschikkingsbevoegde:

een exporteur als bedoeld in artikel 2, derde lid, van verordening 428/2009 met dien verstande dat voor een bestemming buiten het douanegebied van de Gemeenschap een bestemming buiten de BES eilanden wordt gelezen;

d.
verordening 428/2009:

verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van de Europese Unie van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik (PbEU L 134);

e.
N.A.V.O.-strijdkrachten:

de krijgsmacht van een vreemde mogendheid, die partij is bij het Noord-Atlantisch Verdrag (Stb. J 355).

Artikel

2.82

Als militaire goederen worden aangewezen de goederen, opgenomen in de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, door de Raad aangenomen op 15 februari 2010 (PB EU nr. C 69).

Artikel

2.83

Artikel 2.6 van het besluit is niet van toepassing op de uitvoer en de doorvoer van:

  • a.

    militaire goederen, bestemd voor gebruik door de Nederlandse krijgsmacht;

  • b.

    militaire goederen, eigendom van en bestemd voor gebruik door NAVO-strijdkrachten;

  • c.

    militaire voertuigen, die worden gebruikt door vreemde strijdkrachten bij gelegenheden als staats- of beleefdheidsbezoeken, vlootschouwen of luchtvaartmanifestaties.

Artikel

2.84

Artikel

2.85

Geen melding is vereist van:

  • a.

    de doorvoer van goederen die zonder aanlanding worden vervoerd door de territoriale wateren, of door het luchtruim van de BES eilanden; en

  • b.

    de militaire goederen, bedoeld in artikel 2.82.

Artikel

2.86

Artikel

2.87

Hoofdstuk

3

Vrijstellingen bij invoer

Afdeling

3.1

Definitieve invoer

Artikel

3.7

Vrijstelling van de heffing van invoerrechten voor goederen als bedoeld in artikel 3.72, eerste lid, aanhef en onderdeel j, van de wet, wordt verleend indien:

  • a.

    ten genoegen van de inspecteur wordt aangetoond dat de financiering van de goederen voor rekening van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een internationale organisatie komt; en

  • b.

    uit de aard en de hoeveelheid van de goederen geen commerciële bijbedoelingen blijken.

Artikel

3.8

Afdeling

3.2

Tijdelijke invoer

Afdeling

3.3

Accijnzen en algemene bestedingsbelasting

Artikel

3.14

Op de accijns zijn de artikelen 3.32 tot en met 3.38, 3.41 tot en met 3.47, 3.53, 3.54, 3.57 tot en met 3.59, 3.64, 3.65, 3.75 tot en met 3.77 en 3.86 tot en met 3.89 van de wet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

  • a.

    de vrijstelling bedoeld in artikel 3.45 van de wet niet geldt voor gedistilleerd dat wordt ingevoerd door reizigers jonger dan 18 jaar;

  • b.

    de vrijstelling bedoeld in artikel 3.86 van de wet voor accijns niet geldt wanneer de uitvoer rechtstreeks vanuit een accijnsgoederenplaats plaatsvond of teruggaaf van accijns is verleend.

Artikel

3.15

Hoofdstuk

4

Accijns

Afdeling

4.1

Algemeen

Artikel

4.1

Artikel

4.2

Degene die bier in geconcentreerde of in vaste vorm uitslaat of invoert, is op verzoek van de inspecteur gehouden alle gegevens te verstrekken die het mogelijk maken op eenvoudige wijze het volume van het bier te herleiden tot het in artikel 4.10, tweede lid, van de wet bedoelde volume van voor gebruik gereed bier.

Artikel

4.3

Artikel

4.4

In afwijking van artikel 4.23, tweede lid, van de wet kunnen als accijnsgoederenplaats in aanmerking komen:

  • a.

    plaatsen van waaruit groothandelaren in wijn rechtstreeks aan particulieren verkopen;

  • b.

    plaatsen, gelegen op een luchthaven of op een haventerrein, van waaruit goederen worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van een reiziger die zich door de lucht of over zee begeeft naar het buitenland.

Artikel

4.5

Artikel

4.6

In een verzoek om een vergunning voor een accijnsgoederenplaats worden met betrekking tot hetgeen in artikel 4.25 van de wet is bepaald, in elk geval vermeld:

  • a.

    een omschrijving van de aard van het bedrijf waaruit onder meer blijkt of de vergunning ook wordt gevraagd voor de vervaardiging van de desbetreffende accijnsgoederen of uitsluitend voor het voorhanden hebben van de desbetreffende accijnsgoederen;

  • b.

    het adres van de plaats waar de accijnsgoederenplaats wordt gevestigd;

  • c.

    een omschrijving van de administratie en de administratieve organisatie, en het adres waar de administratie wordt gehouden;

  • d.

    met betrekking tot accijnsgoederenplaatsen waar overige alcoholhoudende producten worden vervaardigd, het aantal en de inhoud van de apparaten waarin de vervaardiging plaatsvindt; en

  • e.

    met betrekking tot accijnsgoederenplaatsen waar bier wordt vervaardigd, het aantal en de inhoud van de bierketels waarin het wort wordt gekookt.

Afdeling

4.2

Aangifte

Artikel

4.7

Afdeling

4.3

Zekerheid

Artikel

4.8

Afdeling

4.4

Accijnszegels

Artikel

4.10

Artikel

4.11

Artikel

4.12

Artikel

4.13

Artikel

4.14

Tegen overlegging van de in artikel 4.13, vijfde lid, bedoelde beschikking aan de inspecteur door wiens bemiddeling de accijnszegels zijn aangevraagd, wordt, indien degene die de accijnszegels heeft aangevraagd op de voet van artikel 4.54 van de wet uitstel van betaling geniet, het in de beschikking vermelde bedrag aan accijns, voor zover mogelijk, verrekend met de openstaande bedragen, te beginnen met de jongste post; in andere gevallen geschiedt de teruggaaf door uitbetaling door de ontvanger.

Afdeling

4.5

Controlebepalingen

Artikel

4.15

Hoofdstuk

5

Handels- en dienstenentrepots

Artikel

5.1

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

6.1

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën,F.H.H.Weekers

Bijlagen

De bijlagen zijn genummerd van 1 tot en met 15, met dien verstande dat bijlage 4 bestaat uit bijlage 4a en bijlage 4b.

Bijlage

1

Model van het formulier D.V. 1 voor de aangifte van gegevens inzake de douanewaarde, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de regeling

Bijlage

2

Model van het formulier voor de aanvullende lijst D.V. 1 – BIS, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van de regeling

Bijlage

3

Model van het formulier enig document: basisset (kantoorexemplaar) en bislijst, bedoeld in artikel 2.5 van de regeling

Bijlage

4a

Goederen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de regeling

  • 1.

    Cinematografische films, positief, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard.

  • 2.

    Fotografische platen en films, belicht en ontwikkeld, andere dan cinematografische film, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard.

  • 3.

    Cinematografische films, belicht en ontwikkeld, waarop al dan niet geluid is vastgelegd of waarop uitsluitend geluid is vastgelegd, andere dan voor offsetreproductie, microfilm en grafische doeleinden:

    • filmjournaals (al dan niet met geluid), die gebeurtenissen vertonen die op het moment van invoer actueel zijn en waarvan ten hoogste twee kopieën per onderwerp voor reproductiedoeleinden worden ingevoerd;

    • archieffilms (al dan niet met geluid) bestemd om aan nieuwsfilms te worden toegevoegd;

    • ontspanningsfilms, die vooral voor kinderen en jongeren geschikt zijn elders genoemd noch elders onder begrepen, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard.

  • 4.

    Drukwerk, prenten, gravures en foto’s daaronder begrepen, anders dan kalenders, prentbriefkaarten en briefkaarten, gedrukte kaarten met persoonlijke wensen of mededelingen, decalcomanieën, postzegels, fiscale zegels, gedrukte cartografische werken (waaronder atlassen en landkaarten), geschreven of gedrukte muziek, couranten, tijdschriften, boeken, brochures en dergelijk drukwerk, anders dan reclamedrukwerk, handelscatalogi en dergelijke, anders dan niet gevouwen bladen zonder tekst, opschrift, onderschrift of kantschrift, enkel voorzien van illustraties of afbeeldingen: microkaarten of andere dragers, die gebruikt worden door voorlichtings- en documentatiediensten, die gebruik maken van een computer, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard.

  • 5.

    Grammofoonplaten, banden en andere dragers voor het opnemen van geluid of voor dergelijke doeleinden, waarop is opgenomen, galvanische vormen en matrijzen voor het maken van platen daaronder begrepen, andere dan de producten voor fotografie en cinematografie, van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard.

  • 6.

    Instrumenten, apparaten, toestellen en modellen, bestemd voor het geven van demonstraties (bijvoorbeeld voor onderwijs of voor tentoonstellingen), niet bruikbaar voor andere doeleinden: modellen, maquettes en wandkaarten van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, uitsluitend bestemd voor demonstratie- en onderwijsdoeleinden.

  • 7.

    Hologrammen voor projectie met laserstraal.

  • 8.

    Verkleinde visuele maquettes of modellen van abstracte vormen zoals molecuulstructuren of wiskundige formules.

  • 9.

    Multimediaseries.

  • 10.

    Geprogrammeerd onderwijsmateriaal, ook in sets, vergezeld van het overeenkomstig gedrukte materiaal.

Bijlage

4b

Instellingen en organisaties, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de regeling

Bonaire

  • 1.

    Stichting Rooms-Katholieke Schoolbestuur Bonaire;

  • 2.

    Stichting ‘Sebiki’;

  • 3.

    Stichting Prinses Beatrix Jeugdwerk (Jong Bonaire);

  • 4.

    Dutch Caribbean Junior Chamber (Jaycees: Leadership training organisation);

  • 5.

    SIFMA;

  • 6.

    Bibliotheek van Bonaire;

  • 7.

    Museum Boneriano;

  • 8.

    Museum Washington Park;

  • 9.

    Museum Kadimo;

  • 10.

    Museum Mangasina di Rei;

  • 11.

    Museum di Belua;

  • 12.

    Museum Grafiko;

  • 13.

    Museum Real Rincon.

Sint Eustatius

  • 1.

    Bethel Methodist School;

  • 2.

    Golden Rock School;

  • 3.

    Seventh Day Adventist School;

  • 4.

    Gwendoline van Putten School;

  • 5.

    Gertrude Judson Library;

  • 6.

    Bicentennial Library.

Saba

  • 1.

    Saba Educational Foundation;

  • 2.

    Stichting Katholiek Onderwijs Saba;

  • 3.

    Queen Wilhelmina Library Foundation;

  • 4.

    Child Focus Foundation;

  • 5.

    Saba Conservation Foundation;

  • 6.

    Foundation Social Workplace Saba;

  • 7.

    Saba Cultural Foundation;

  • 8.

    Sea & learn Foundation;

  • 9.

    Artisan Foundation.

Bijlage

5

Instellingen en organisaties, bedoeld in artikel 3.2 van de regeling

Bonaire

  • 1.

    Museum Boneriano;

  • 2.

    Museum Washington Park;

  • 3.

    Museum Kadimo;

  • 4.

    Museum Mangasina di Rei;

  • 5.

    Museum di Belua;

  • 6.

    Museum Grafiko;

  • 7.

    Museum Real Rincon.

Sint Eustatius

  • 1.

    Simon Doncker Museum;

  • 2.

    Sint Eustatius Historical Foundation Museum.

Saba

  • 1.

    Harry L. Johnson Museum;

  • 2.

    The Oswald Simmons Museum.

Bijlage

6

Instellingen en organisaties, bedoeld in artikel 3.3 van de regeling

Bonaire

  • 1.

    Fundashon pa Kwido di Personanan Desabilitá (FKPD);

  • 2.

    Sociedad di Siegunan;

  • 3.

    Fundashon Cocari;

  • 4.

    Fundashon Maria Dal en thuiszorg.

Sint Eustatius

(Gereserveerd.)

Saba

  • 1.

    Saba Benevolent Foundation;

  • 2.

    Saba Health Care Foundation.

Bijlage

7

Instellingen en laboratoria, bedoeld in artikel 3.4 van de regeling

Bonaire

  • 1.

    St. Franciscus Hospitaal;

  • 2.

    Analytisch Diagnostisch Centrum.

Sint Eustatius

Queen Beatrix Hospital Medical Center.

Saba

  • 1.

    Mrs. A.M. Edwards Medical Centre;

  • 2.

    Saba Conservation Foundation.

Bijlage

8

Instellingen, bedoeld in artikel 3.5 van de regeling

Bonaire

Het Rode Kruis Bonaire.

Sint Eustatius

Het Rode Kruis Sint Eustatius.

Saba

Het Rode Kruis Saba.

Bijlage

9

Goederen, bedoeld in artikel 3.6 van de regeling

  • 1.

    Buizen en pijpen, van kunstmatige plastische stof, voorzien van hulpstukken (fittings), voor gas- of vloeistofleidingen.

  • 2.

    Buizen en slangen, van niet geharde gevulkaniseerde rubber, voor gas- of vloeistoffenleidingen.

  • 3.

    Buitenbanden van rubber.

  • 4.

    Buizen en pijpen, van geharde rubber, voorzien van hulpstukken (fittings), voor gas- of vloeistofleidingen,

  • 5.

    Glijgoten voor passagiers.

  • 6.

    Werken van asbest, met uitzondering van garens en weefsels van asbest.

  • 7.

    Wrijvingsmateriaal (segmenten, schrijven, ringen, banden, platen, rollen, enz.), voor remmen, voor koppelingen en voor frictiemechanismen, samengesteld met asbest.

  • 8.

    Cockpitruiten, van veiligheidsglas, niet omlijst.

  • 9.

    Kabel, geslagen of gevlochten, lengen en dergelijke kabels, van ijzerdraad of van staaldraad, voorzien van hulpstukken (fittings) of verwerkt tot artikelen.

  • 10.

    Sanitaire artikelen, van ijzer of van staal, met uitzondering van delen daarvan.

  • 11.

    Garnituren, beslag en dergelijke artikelen (scharnieren daaronder begrepen), van onedel metaal.

  • 12.

    Verlichtingstoestellen, lampen en luchters, en niet elektrische delen en onderdelen daarvan, van onedel metaal.

  • 13.

    Buigzame buizen (slangen), van onedel metaal, voorzien van hulpstukken (fittings).

  • 14.

    Explosiemotoren en verbrandingsmotoren, met zuigers, en delen en onderdelen daarvan.

  • 15.

    Hydraulische krachtmachines, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 16.

    Explosiemotoren en verbrandingsmotoren, zonder zuigers, en delen en onderdelen daarvan; andere motoren en krachtmachines, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 17.

    Pompen voor vloeistoffen, al dan niet voorzien van een meettoestel, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 18.

    Lucht- en vacuümpompen, compressors voor lucht of voor andere gassen, ventilatoren, aanjagers en dergelijke, een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 19.

    Aggregaten voor de regeling van het klimaat in besloten ruimten, bestaande uit een door een motor aangedreven ventilator en apparatuur voor het wijzigen van de temperatuur en van de vochtigheid van de lucht, die één geheel vormen, een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 20.

    Koel- en vriesinstallaties, koel- en vriesmachines, koelkasten en dergelijke machines en toestellen voor de koeltechniek, al dan niet elektrisch werkend, een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 21.

    Centrifuges, toestellen voor het filtreren of zuiveren van vloeistoffen of van gassen, een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 22.

    Blusapparaten (ook indien gevuld), met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 23.

    Hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen en machine en toestellen voor het hanteren van goederen (liften, skips, windassen of lieren, dommekrachten, takels, bandtransporteurs, enz.), een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 24.

    Automatische gegevensverwerkende machines.

  • 25.

    Niet-elektrische starttoestellen, niet-elektrische toestellen voor het regelen van de stand van vliegtuigpropellers, niet-elektrische bekrachtigingsmechanismen (servomechanismen), niet-elektrische ruitenwissers, hydraulische servomotoren, sferische hydropneumatische accumulatoren, pneumatische starttoestellen voor straalmotoren, speciale toileteenheden voor vliegtoestellen, mechanische aandrijfinrichtingen voor stuwkrachtkeerders, een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 26.

    Mechanismen voor het regelen van de snelheid en versnellingsbakken, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 27.

    Riemschijven, koppelingsorganen en delen en onderdelen daarvan, speciaal ontworpen voor montage in burgerluchtvaartuigen.

  • 28.

    Koppelomvormers en delen en onderdelen daarvan, speciaal ontworpen voor montage in burgerluchtvaartuigen.

  • 29.

    Kettingwielen, koppelingen en beweeglijke koppelingen, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 30.

    Transformatoren met een nominaal vermogen van 1 kVA of meer, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 31.

    Elektromotoren met een vermogen van 1 pk of meer, maar minder dan 200 pk, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 32.

    Generatoren, motorgeneratoren, roterende of statische omvormers, smoorspoelen en zelfinductiespoelen, een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 33.

    Elektrische ontstekings- en starttoestellen voor explosiemotoren en voor verbrandingsmotoren (magneto’s, dynamo-magneto’s, ontstekingsspoelen, ontstekingsbougies en gloeibougies, starters, enz.), generatoren of dynamo’s (voor gelijkstroom of voor wisselstroom) en automatische schakelaars, die bij deze motoren worden gebruikt, een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 34.

    Elektrische ketels, kachels en ovens, elektrische toestellen om voedsel op te warmen, een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 35.

    Microfoons en statieven daarvoor, luidsprekers, elektrische laagfrequentieversterkers, een en ander met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 36.

    Ontvangtoestellen voor radio-omroep (zonder elektronenbuizen), met uitzondering van delen en onderdelen.

  • 37.

    Andere zend- en ontvangtoestellen, voor radiotelefonie en radiotelegrafie, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 38.

    Radio- en radartoestellen voor navigatiedoeleinden, voor plaatsbepaling, voor peiling, voor hoogtemeting of voor bediening op afstand; groepen samengevoegde delen en onderdelen van deze toestellen, bestaande uit twee of meer delen of onderdelen, speciaal ontworpen voor montage in burgerluchtvaartuigen.

  • 39.

    Elektrische toestellen voor hoorbare of zichtbare signalen, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 40.

    ‘Sealed-beam’ lampen, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 41.

    Toestellen voor het registreren van vluchtgegevens en groepen samengevoegde delen en onderdelen voor deze toestellen, bestaande uit twee of meer delen of onderdelen, speciaal ontworpen voor montage in burgerluchtvaartuigen.

  • 42.

    Kabelbundels en andere samenstellingen van elektrische kabels, ontworpen voor gebruik in burgerluchtvaartuigen.

  • 43.

    Luchtballons en luchtschepen.

  • 44.

    Zweefvliegtuigen.

  • 45.

    Vliegtoestellen, hefschroefvliegtuigen daaronder begrepen.

  • 46.

    Delen en onderdelen van luchtballons, luchtschepen, vliegtoestellen en hefschroefvliegtuigen.

  • 47.

    Toestellen voor vliegoefeningen op de grond, en delen en onderdelen daarvan.

  • 48.

    Automatische piloten, en delen en onderdelen daarvan.

  • 49.

    Optische instrumenten, apparaten en toestellen voor de navigatie, en delen en onderdelen daarvan.

  • 50.

    Andere instrumenten, apparaten en toestellen voor de navigatie, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 51.

    Gyroscopische kompassen, en delen en onderdelen daarvan.

  • 52.

    Andere kompassen, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 53.

    Ademhalingstoestellen, gasmaskers daaronder begrepen, met uitzondering van delen en onderdelen daarvan.

  • 54.

    Thermometers.

  • 55.

    Meet-, controle- en regelinstrumenten, -apparaten en -toestellen, voor gassen of voor vloeistoffen of voor het automatisch regelen van temperaturen.

  • 56.

    Snelheidsmeters en tachometers.

  • 57.

    Controle-instrumenten, -apparaten en -toestellen voor het vliegen met behulp van een automatische piloot.

  • 58.

    Andere elektrische of elektronische meet-, verificatie-, controle-, regel- of analyseerinstrumenten, en -apparaten en -toestellen.

  • 59.

    Delen en onderdelen van controle-instrumenten voor het vliegen met behulp van automatische piloot.

  • 60.

    Klokjes voor instrumentenborden en dergelijke klokjes, met een uurwerk met een diameter van minder dan 1,77 inch of met een horloge-uurwerk.

  • 61.

    Gemonteerde uurwerken met of zonder wijzerplaat of wijzers, met meer dan één steen, die gedurende meer dan 47 uur kunnen lopen zonder opnieuw te worden opgewonden.

  • 62.

    Zitmeubelen (niet met leder overtrokken), met uitzondering van delen daarvan.

  • 63.

    Andere meubelen, met uitzondering van delen daarvan.

  • 64.

    Goederen voor de baanverlichting van een luchthaven.

  • 65.

    Asfaltgrondstoffen en dergelijke voor de aanleg en het onderhoud van de start- en landingsbanen van een vliegveld als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid.

  • 66.

    Tractoren die zijn ingericht voor het trekken of duwen van vliegtuigen.

Van deze producten zijn uitgesloten:

  • a.

    onvolledige of onafgewerkte producten, tenzij deze de wezenlijke kenmerken van een voltooid of afgewerkt deel, component, geassembleerd deel, of bestanddeel van de uitrusting van een burgerluchtvaartuig bezitten;

  • b.

    materialen in enigerlei vorm (bijvoorbeeld vellen, platen, profielen, stroken, staven, leidingen, buizen, enz.), tenzij deze de juiste afmetingen of vormen hebben of geschikt zijn gemaakt om in burgerluchtvaartuigen te worden aangebracht;

  • c.

    verbruiksgoederen.

Bijlage

10

Veiligheidsmiddelen, bedoeld in artikel 3.8 van de regeling

  • 1.

    zwemvesten;

  • 2.

    seinspiegels;

  • 3.

    noodsignalen, waaronder handstakellichten (fakkels) en rooksignalen;

  • 4.

    door het Bureau Telecommunicatie goedgekeurde VHF-radio;

  • 5.

    reddingsboeien;

  • 6.

    reddingsvlotten;

  • 7.

    handbrandblusapparaten;

  • 8.

    E.H.B.O.-kist, met boek;

  • 9.

    G.P.S. (Global Positioning System);

  • 10.

    radar;

  • 11.

    roeiriemen.

Bijlage

11

Ziekenhuizen, bedoeld in artikel 3.9 van de regeling

Bonaire

Het St. Franciscus Hospitaal.

Sint Eustatius

Queen Beatrix Hospital Medical Center.

Saba

Mrs. A.M. Edwards Medical Centre.

Bijlage

12

Toeristisch reclamemateriaal, bedoeld in artikel 3.10 van de regeling

  • 1.

    platen en tekeningen, ingelijste fotografieën en fotografische vergrotingen, boeken op het gebied van kunst, schilderijen, gravures of lithografieën, beeldhouwwerk, tapijten en andere soortgelijke kunstvoorwerpen;

  • 2.

    materiaal voor het uitstallen (uitstalkasten, stands en soortgelijke goederen), daaronder begrepen elektrische en mechanische uitrusting die nodig is om dit materiaal te doen werken;

  • 3.

    documentaire films, grammofoonplaten, bandopnamen en andere geluidopnamen, bestemd om te worden gebruikt bij voorstellingen waarvoor geen toegangsgeld verschuldigd is, met uitzondering van materiaal dat zich leent voor handelspropaganda en van materiaal dat in het land van invoer binnenland gewoonlijk wordt verkocht;

  • 4.

    een redelijk aantal vlaggen;

  • 5.

    diorama’s, maquettes, diapositieven, clichés, fotografische negatieven;

  • 6.

    een redelijk hoeveelheid stalen van voorwerpen van nationale handenarbeid, nationale kostuums en andere soortgelijke artikelen van folkloristische aard.

Bijlage

13

Welzijnsgoederen voor zeelieden, bedoeld in artikel 3.11 van de regeling

  • 1.

    boeken en drukwerken, zoals schriftelijke cursussen, dagbladen en tijdschriften, en brochures over welzijnszorg in de havens;

  • 2.

    audiovisueel materiaal, zoals toestellen voor het weergeven van geluid, bandrecorders; radio- en televisietoestellen, projectietoestellen, opnamen op grammofoonplaten of magnetofoonbanden (talencursussen, radioprogramma’s, groeten, muziek en ontspanning), belichte en ontwikkelde films, en diapositieven;

  • 3.

    sportartikelen, zoals sportkleding, ballen, tennisrackets en netten, dekspelen, atletiekuitrusting en gymnastiekuitrusting;

  • 4.

    artikelen voor spelbeoefening en andere vormen van vrijetijdsbesteding, zoals gezelschapspelen, muziekinstrumenten, benodigdheden voor amateurtoneel, benodigdheden voor schilderijen, beeldhouwen, hout- en metaalbewerking en het maken van tapijten;

  • 5.

    goederen voor de uitoefening van de eredienst (gewaden daaronder begrepen);

  • 6.

    delen, onderdelen en toebehoren van de onder 1 tot en met 5 genoemde goederen.

Bijlage

14

Doeleinden voor dieren, bedoeld in artikel 3.12 van de regeling

  • 1.

    dressuur;

  • 2.

    africhting;

  • 3.

    fokken;

  • 4.

    beslaan of wegen;

  • 5.

    veterinaire behandeling;

  • 6.

    keuring (bijvoorbeeld met het oog op aankoop);

  • 7.

    deelname aan shows, tentoonstellingen, concours, wedstrijden of demonstraties;

  • 8.

    vermaak (circus, enz.);

  • 9.

    toeristische reizen (met inbegrip van huisdieren van reizigers);

  • 10.

    uitoefening van een functie (politiehonden of -paarden, speurhonden, blindengeleidehonden enz.);

  • 11.

    weiden of verweiden;

  • 12.

    werk als trek-, rij- of lastdier;

  • 13.

    medische doeleinden (het leveren van slangengif, enz.).

Bijlage

15

Grote wegen- en andere bouwwerken, bedoeld in artikel 3.13 van de regeling

Bouwwerken ten behoeve van een vliegveld als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van de regeling, met inbegrip van restauratie- of renovatiewerkzaamheden van de start- en landingsbanen.