Besluit van 23 december 2010 tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES (Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES)

Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 17 november 2010, nr. AFP 2010/557;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 december 2010, nr. W06.10.0531/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 16 december 2010, nr. DB2019/289;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Hoofdstuk

2

Kosten van vervolging

Artikel

2.1

Ter zake van het verrichten van werkzaamheden voor de invordering van bedragen door de zorg van de ontvanger of belastingdeurwaarder worden aan degene die in gebreke is gebleven het verschuldigde tijdig te betalen, kosten in rekening gebracht volgens het bepaalde in de artikelen 2.2 tot en met 2.5.

Artikel

2.2

Verschuldigd is:

  • a.

    voor het betekenen van een dwangschrift met bevel tot betaling: 1% van de gevorderde som, afgerond op gehele dollars naar beneden, met een minimum van USD 12 en een maximum van USD 2 800;

  • b.

    voor het ingevolge een wettelijk voorschrift doen van een ander exploot: USD 12;

  • c.

    voor het geven van kwitantie door de met de tenuitvoerlegging van een dwangschrift belaste deurwaarder ter zake van een aan deze gedane betaling ter afwering van een beslaglegging op roerende zaken: USD 6;

  • d.

    voor het ingevolge wettelijk voorschrift voor «gezien» doen tekenen van een exploot of een ander stuk: USD 3;

  • e.

    voor het aanplakken van een exploot: USD 3;

  • f.

    voor het doen aankondigen van een gedaan exploot in een dagblad: USD 3.

Artikel

2.3

Artikel

2.4

Artikel

2.5

Naast de in de artikelen 2.2 tot en met 2.4 genoemde bedragen worden in rekening gebracht de bedragen, toekomende aan derden voor de door hen rechtstreeks ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het dwangschrift verrichte handelingen.

Hoofdstuk

3

Van inleners- en ketenaansprakelijkheid uitgezonderde sectoren

Artikel

3.1

De artikelen 8.67 en 8.68 van de wet zijn niet van toepassing in de volgende bedrijfssectoren en bedrijfstakken:

  • a.

    landbouw, jacht en bosbouw, zoals omschreven in letter A, onderdelen 1 en 2, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • b.

    visserij, viskwekerijen en aanverwante dienstverlening, zoals omschreven in letter B, onderdeel 05, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • c.

    mijnbouw en steenhouwerij, zoals omschreven in letter C, onderdelen 10 tot en met 14, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • d.

    industrie, zoals omschreven in letter D, onderdelen 15 tot en met 37, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • e.

    elektriciteits-, gas- en watervoorziening, zoals omschreven in letter E, onderdelen 40 en 41, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • f.

    groot- en kleinhandel, reparatie van motorvoertuigen en huishoudelijke producten, zoals omschreven in letter G, onderdelen 50, 51 en 52, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • g.

    hotels en restaurants, zoals omschreven in letter H, onderdeel 55, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • h.

    vervoer, opslag en communicatie, zoals omschreven in letter I, onderdelen 60 tot en met 64, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • i.

    financiële bemiddeling, zoals omschreven in letter J, onderdelen 65, 66 en 67, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • j.

    onroerend goed, verhuur en zakelijke activiteiten, zoals omschreven in letter K, onderdelen 70 tot en met 74, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • k.

    overheidswezen en defensie, verplichte sociale verzekeringen, voor zover al niet uitgezonderd, zoals omschreven in letter L, onderdeel 75, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • l.

    onderwijs, voor zover al niet uitgezonderd, zoals omschreven in letter M, onderdeel 80, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • m.

    gezondheidszorg en sociaal werk, zoals omschreven in letter N, onderdeel 85, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • n.

    overige maatschappelijke, sociale en persoonlijke dienstverlening, zoals omschreven in letter O, onderdelen 90 tot en met 93, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • o.

    particuliere huishoudens met personeel in loondienst, voor zover al niet uitgezonderd, zoals omschreven in letter P, onderdeel 95, van de CBS versie 2 mei 1998;

  • p.

    extraterritoriale organisaties en lichamen, voor zover al niet uitgezonderd, zoals omschreven in letter Q, onderdeel 99, van de CBS versie 2 mei 1998.

Hoofdstuk

4

Vergoedingen voor deskundigen en tolken

Hoofdstuk

5

Proceskostenvergoeding

Artikel

5.1

Een vergoeding van de kosten als bedoeld in de artikelen 8.95 en 8.115a van de wet kan uitsluitend betrekking hebben op:

  • a.

    kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand;

  • b.

    kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij is meegebracht of opgeroepen;

  • c.

    reis- en verblijfkosten;

  • d.

    verletkosten, en

  • e.

    kosten van uittreksels uit openbare registers, alsmede kosten van telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken.

Artikel

5.2

Artikel

5.3

Hoofdstuk

6

Bijstelling bedragen

Artikel

6.1

De in hoofdstuk 5 voorkomende bedragen kunnen bij regeling van Onze Minister van Financiën worden gewijzigd.

Hoofdstuk

7

Sectoren ten aanzien waarvan artikel 3, tweede lid, onderdelen f en g, van de Wet loonbelasting BES geen toepassing vindt

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

8.1

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2011 om 00:00 uur in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 05:00 uur in het Europese deel van Nederland.

Artikel

8.2

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, F. H. H. Weekers
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

Bijlage

Tarief als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES

Het bedrag van de kosten, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit Belastingwet BES, wordt vastgesteld door aan de verrichte proceshandelingen punten toe te kennen overeenkomstig onderstaande lijst (A) en die punten te vermenigvuldigen met de waarde per punt (B) en met de toepasselijke wegingsfactoren (C).

A

Punten per proceshandeling

A1

Beroep

beroep

1.

beroepschrift/verweerschrift (artikelen 8.103, 8.105)

1

2.

repliek/dupliek (artikel 8.106)

0,5

3.

verschijnen (inlichtingen)comparitie (8.108)

0,5

4.

verschijnen onderzoek ter zitting (artikel 8.107)

1

5.

nadere zitting (artikel 8.111)

0,5

A2

Bezwaar

Bezwaar

1.

bezwaarschrift (artikel 8.92)

1

2.

verschijnen hoorzitting (artikel 8.93)

1

B

Waarde per punt

B1

Beroep

1 punt = USD 391

B2

Bezwaar

1 punt = USD 196

C

Wegingsfactoren

C1

Gewicht van de zaak

zeer licht

0,25

licht

0,5

gemiddeld

1

zwaar

1,5

zeer zwaar

2

C2

Samenhangende zaken

minder dan 4

1

4 of meer

1,5