Artikel
1
Omtrent de uitleg van wettelijke voorschriften
1
Onder betrouwbaarheid wordt voor de toepassing van de toezichtswet verstaan het zich onthouden van gedragingen die naar het oordeel van de toezichtautoriteit in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler.
2
Tot de in het eerste lid bedoelde gedragingen behoren in ieder geval gedragingen die blijk geven van het niet hebben van eigenschappen als waarheidslievendheid, verantwoordelijkheidszin, wetsgetrouwheid, openheid, oprechtheid, prudentie, punctualiteit, onkreukbaarheid, discretie en rechtschapenheid.