Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 april 2011, nr. J/GJ-3060539, houdende regels met betrekking tot het verlenen van subsidies op het terrein van de jeugdzorg met betrekking tot de uitvoering van een experiment of van de steunfunctie en ten behoeve van het stimuleren van nieuw beleid (Rijkssubsidieregeling jeugdzorg 2011)

Rijkssubsidieregeling jeugdzorg 2011

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Besluiten:

Hoofdstuk

1

Algemene bepaling

Hoofdstuk

2

Subsidiëring door het rijk van instellingen

Artikel

2

Een subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van de uitvoering van de steunfunctie en experimenten die van landelijke betekenis zijn. Een subsidie ten behoeve van het stimuleren van nieuw beleid wordt slechts verstrekt voor het stimuleren van landelijk beleid.

Artikel

3

Artikel

4

De artikelen 1 en 4 tot en met 70 van de Kaderregeling VWS-subsidies zijn van toepassing op het verstrekken van subsidies, met dien verstande dat:

  • a.

    de Ministers in de plaats treden van de minister, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderregeling VWS-subsidies en

  • b.

    aanvragen, voortgangsverslagen, meldingen, verzoeken, jaarrekeningen en andere stukken die op grond van de Kaderregeling VWS-subsidies vereist zijn voor het verstrekken van subsidies, worden ingediend bij de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel

5

Hoofdstuk

3

De uitkering

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Een projectuitkering bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten, voor zover opgenomen in een door de Ministers goedgekeurde begroting, en de met die activiteiten samenhangende baten. De uitkering bedraagt niet meer dan een door de Ministers vast te stellen maximum.

Artikel

9

Paragraaf

2

Verlening van de uitkering en bevoorschotting

Artikel

10

De Ministers geven een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag, tenzij met het oog op de onderlinge afweging van de aanvragen wordt beslist op een bepaalde datum.

Artikel

11

Artikel

12

In een beschikking waarbij een meerjarige uitkering wordt verleend, wordt vermeld welk bedrag elk jaar van de betrokken periode als voorschot zal worden verstrekt.

Artikel

13

Paragraaf

3

Verplichtingen van de provincie

Artikel

14

Gedeputeerde staten zorgen ervoor dat:

  • a.

    de doeleinden, gesteld in het projectplan, op doelmatige wijze worden nagestreefd;

  • b.

    de werkzaamheden op een zodanige wijze worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd;

  • c.

    de uitkering op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.

Artikel

15

Gedeputeerde staten doen zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling aan de Ministers van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overlegd.

Paragraaf

4

De aanvraag tot vaststelling van de uitkering

Paragraaf

5

De vaststelling van de uitkering

Artikel

17

Binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 16, geven de Ministers een beschikking tot vaststelling van de uitkering.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

18

De Ministers kunnen een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

20

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2011.

Artikel

21

Deze regeling wordt aangehaald als: Rijkssubsidieregeling jeugdzorg 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.L.L.E.Veldhuijzen van Zanten-Hyllner
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,F.Teeven