Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
De personen, werkzaam in de functie van ambtenaar van politie, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Politiewet 1993, in dienst van de regiopolitie Limburg-Zuid, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 350 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoonopsporingsambtenaar is aangewezen de de hoofdofficier van justitie bij het Arrondissementsparket te Maastricht.
Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de regiopolitie Limburg-Zuid.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 omschreven bevoegdheden uitoefenen en daarbij gebruikmaken van handboeien, korte wapenstok, pepperspray en vuurwapen.
De korpschef van de regiopolitie Limburg-Zuid brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag wordt toegezonden aan in artikel 5 bedoelde toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 18 mei 2006 nr. 5421882/506/CBK, worden voor de duur van hun geldigheid geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2011 en vervalt met ingang van 1 juni 2016.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Limburg-Zuid 2011.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.