Beschikking van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 30 juni 2011, nr. 5701073/11/DSP, tot afgifte van de Beschikking instantloterij

Beschikking instantloterij 2011 (2)

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Overwegende dat de geldigheidsduur van de Beschikking instantloterij 2011 op 30 juni 2011 verstrijkt;
Gelezen het verzoek van de Stichting de Nationale Sporttotalisator (De Lotto) van 17 mei 2011 haar opnieuw vergunning te verlenen voor het organiseren van de instantloterij;
Gehoord het advies van het College van toezicht op de kansspelen van 25 mei 2011, nr. C.415/11;
Gelet op de artikelen 14b, 14c en 34 van de Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483);

Besluit:

Artikel

1

In deze beschikking wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Wet op de kansspelen;

  • b.

    de staatssecretaris: de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie;

  • c.

    de stichting: Stichting de Nationale Sporttotalisator;

  • d.

    het college: het College van toezicht op de kansspelen als bedoeld in artikel 33 van de wet;

  • e.

    instantloterij: een loterij als bedoeld in artikel 14a, tweede lid, van de wet;

  • f.

    verkooppunt: een inrichting als bedoeld in artikel 14c, tweede lid, onder b. van de wet;

  • g.

    uitgifte van deelnamebewijzen: het door de stichting afgeven van deelnamebewijzen aan de verkooppunten;

  • h.

    prijzenreserve: een reservering die is opgebouwd uit niet geïnde prijzen.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De stichting is gerechtigd tot het organiseren van instantloterijen ten behoeve van derden, onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    de volledige oplaag van de desbetreffende loterij wordt tegen de daarvoor verschuldigde inleg aan die derden ter beschikking gesteld;

  • b.

    de loten worden door deze derde om niet uitgegeven;

  • a.

    de loten mogen door deze derde niet worden uitgegeven via de inrichtingen als genoemd in artikel 7, tweede lid.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Voor de toepassing van artikel 38 van de wet ontstaan aanspraken, voortvloeiende uit de deelneming aan een instantloterij, op de dag waarop een aanvang wordt gemaakt met de uitgifte van de deelnamebewijzen van de betreffende instantloterij.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De stichting zendt binnen één maand na het einde van elk kwartaal aan de staatssecretaris en het college een verslag betreffende het financiële verloop, alsmede andere door de staatssecretaris noodzakelijk geachte gegevens, over dat kwartaal.

Artikel

19

Artikel

20

Na de inwerkingtreding van deze beschikking berusten de krachtens de Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1997, 249) vastgestelde besluiten op deze beschikking.

Artikel

21

Deze beschikking wordt aangehaald als Beschikking instantloterij 2011 (2).

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 juli 2011 en zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Den Haag
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
namens deze:
M.C.J.Groothuizen,Directeur Sanctie- en Preventiebeleid.