Beleidsregels van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 december 2011, Directie Kinderopvang, nr. KO/2011/22192, tot uitvoering van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)

Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

  • b.

    dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;

  • c.

    buitenschoolse opvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, evenals gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties;

  • d.

    groep: een eenheid die bestaat uit een aantal kinderen met één of meer beroepskrachten;

  • e.

    stamgroep: een vaste groep kinderen in de dagopvang in een passend ingerichte vaste groepsruimte;

  • f.

    peuterspeelzaalgroep: een vaste groep kinderen met één of meer beroepskrachten in een passend ingerichte vaste groepsruimte;

  • g.

    stamgroepruimte: de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang het grootste deel van de dag aanwezig zijn;

  • h.

    basisgroep: een vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang in een passend ingerichte ruimte;

  • i.

    risico-inventarisatie: de risico-inventarisatie, bedoeld in de artikelen 1.51 en 2.9 van de wet;

  • j.

    vraagouder: ouder die kinderopvang vraagt die geboden wordt door een gastouder;

  • k.

    bemiddelingsmedewerker: de medewerker die zich bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen 12, 14 en 19 van deze beleidsregels;

  • l.

    opvangadres: het woonadres van de gastouder of het woonadres van een van de vraagouders waar de gastouderopvang plaatsvindt.

Paragraaf

2

Kwaliteit kindercentra

Artikel

2

Pedagogisch beleidsplan

Artikel

3

Dagopvang

Artikel

4

Buitenschoolse opvang

Artikel

5

Verblijfruimten voor kinderen

Artikel

6

Slaapruimten voor kinderen

Een kindercentrum, waar dagopvang wordt geboden, beschikt voor kinderen tot de leeftijd van 1,5 jaar over op het aantal kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte.

Artikel

7

Buitenspeelterrein

Artikel

8

Inhoud risico-inventarisatie

Artikel

9

Beroepskwalificatie personeel

Artikel

10

Verklaring omtrent het gedrag

Artikel

10a

Protocol kindermishandeling

Paragraaf

3

Kwaliteit gastouderbureaus en gastouderopvang

Artikel

11

Pedagogisch beleidsplan

Artikel

12

Risico-inventarisatie

Artikel

13

Kwaliteit gastouderbureaus

Artikel

14

Gesprekken gastouderbureau

Artikel

15

Protocol kindermishandeling

Artikel 10a is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘een beroepskracht of een andere, bij het kindercentrum werkzame persoon’ wordt gelezen: een persoon, werkzaam bij het gastouderbureau, een gastouder of een volwassen huisgenoot van de gastouder.

Paragraaf

4

Kwaliteit gastouders

Artikel

16

Kwaliteitseisen gastouder

De gastouder voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:

  • a.

    goed telefonisch bereikbaar;

  • b.

    een goede achterwachtregeling bij de opvang van meer dan drie aanwezige kinderen. Deze achterwacht is beschikbaar en bij calamiteiten binnen aanrijtijd van een ambulance bij het opvangadres aanwezig. Deze persoon is tijdens opvangtijden altijd telefonisch bereikbaar;

  • c.

    handelt in de praktijk naar het door de houder van het gastouderbureau vastgesteld pedagogisch beleidsplan.

Artikel

17

Eisen aan het opvangadres

Artikel

18

Aantal op te vangen kinderen

Artikel

19

Risico-inventarisatie opvanglocatie

Paragraaf

5

Kwaliteit peuterspeelzalen

Artikel

20

Pedagogisch beleidsplan

Artikel

21

Achterwachtregeling

Elke houder van een peuterspeelzaal heeft een achterwachtregeling. Deze houdt in dat zodra er slechts één beroepskracht in een peuterspeelzaal aanwezig is op het moment dat er kinderen aanwezig zijn in de peuterspeelzaal, er een volwassen achterwacht beschikbaar is, die in geval van calamiteiten binnen ambulance-aanrijtijden in de peuterspeelzaal aanwezig kan zijn. De houder van een peuterspeelzaal maakt inzichtelijk wie deze persoon is en waar deze telefonisch te bereiken is.

Artikel

23

Aantal kinderen en omvang van de peuterspeelzaalgroep

Artikel

24

Beroepskwalificatie personeel

Artikel

25

Verklaring omtrent het gedrag

Artikel

26

Protocol kindermishandeling

Artikel 10a is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

27

Vrijwilligersbeleid

Artikel

29

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

Artikel

30

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,H.G.J.Kamp