Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 december 2011, nr. Z/F-3096189, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2012 (Regeling risicoverevening 2012)

Regeling risicoverevening 2012

Hoofdstuk

1

Definities en algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Hoofdstuk

2

Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Hoofdstuk

3

De regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Het Zorginstituut merkt de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment van alle instellingen voor medisch specialistische zorg, uitgezonderd expertproducten, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’.

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

21

Hoofdstuk

4

Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk

5

De betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het Zorginstituut

Artikel

23

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin ten minste een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met het betaalschema van de zorgverzekeraars.

Hoofdstuk

6

Wijziging van de Regeling zorgverzekering

Artikel

24

Wijzigt de Regeling zorgverzekering.

Artikel

25

Wijzigt de Regeling zorgverzekering.

Hoofdstuk

7

Overige bepalingen

Artikel

26

Wijzigt de Wijzigingsregeling Regeling zorgverzekering (vereveningsbijdrage zorgverzekeraars 2011).

Artikel

27

In afwijking van hetgeen daarover in artikel 3.16 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en de kosten van specialistische hulp ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend:

  • 1.

    Het Zorginstituut merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten voor 100 procent aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.

  • 2.

    Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van niet-onderhandelbare dbc-tarieven in algemene en academische ziekenhuizen, alsmede van het Oogziekenhuis, voor een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.

  • 3.

    Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van dbc’s, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, die niet bedoeld zijn in artikel 3.1, voor een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.

  • 4.

    Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten voor een door hem per instelling voor medisch specialistische zorg vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging.

  • 5.

    Het Zorginstituut bepaalt per ziekenhuis het percentage, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, op basis van door de zorgautoriteit te verschaffen gegevens.

  • 6.

    Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van niet-onderhandelbare dbc-tarieven van instellingen dan wel zorgverleners, die niet bedoeld zijn in het tweede of derde lid, voor 75 procent aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.

  • 7.

    Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc’s, waarvoor een percentage van 60 wordt aangehouden, merkt het Zorginstituut de volgende kosten voor 75 procent aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp:

    • a.

      de kostencomponent en honorariumcomponent van overige trajecten en verrichtingen en van ondersteunende en overige producten van instellingen en zorgverleners die in hoofdzaak worden gefinancierd op basis van dbc’s;

    • b.

      alle kosten van overige instellingen op het gebied van ziekenhuisverpleging voor zover zij niet worden gefinancierd op basis van dbc’s;

    • c.

      de kostencomponent van de vaste bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van centra voor klinische genetica, radiotherapie, epilepsie, dialyse en revalidatie.

  • 8.

    Het Zorginstituut merkt de honorariumcomponent van de niet-onderhandelbare dbc’s en eventuele overige declaraties van vrijgevestigde specialisten voor 100 procent aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, met uitzondering van de honorariumcomponent van overige trajecten en verrichtingen en van ondersteunende en overige producten, waarvoor een percentage van 75 wordt aangehouden.

  • 9.

    Het Zorginstituut betrekt de renteheffingstarieven niet bij de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.

  • 10.

    Het Zorginstituut past overeenkomstig artikel 3.14 hogekostencompensatie toe op het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.

  • 11.

    Het Zorginstituut calculeert 30 procent na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met negende lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuis.

Artikel

28

In afwijking van hetgeen daarover in artikel 3.17 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de vaste kosten van ziekenhuisverpleging ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend:

  • 1.

    Het Zorginstituut baseert de herberekening per zorgverzekeraar van het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging op de vaste kosten in het jaar 2009.

  • 2.

    Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de niet-onderhandelbare dbc-tarieven in algemene en academische ziekenhuizen, alsmede van het Oogziekenhuis, voor een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.

  • 3.

    Het percentage per ziekenhuis, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 3.16, tweede lid.

  • 4.

    Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de kosten van dbc’s, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, die niet bedoeld zijn in artikel 3.1, voor een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.

  • 5.

    Het percentage per instelling, bedoeld in het vierde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 3.16, derde lid.

  • 6.

    Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de opbrengstresultaten in 2010 voor een door hem per instelling voor medisch specialistische zorg vast te stellen percentage aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.

  • 7.

    Het percentage per instelling, bedoeld in het zesde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 3.16, vierde lid.

  • 8.

    Het Zorginstituut merkt de kostencomponent van de niet-onderhandelbare dbc-tarieven van instellingen, dan wel zorgverleners, die niet bedoeld zijn in het tweede, vierde of zesde lid, voor 25 procent aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.

  • 9.

    Met uitzondering van de verpleegkosten bij instellingen die niet worden gefinancierd op basis van dbc’s, waarvoor een percentage van 40 wordt aangehouden, merkt het Zorginstituut de volgende kosten voor 25 procent aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging:

    • a.

      de kostencomponent en honorariumcomponent van overige trajecten en verrichtingen en van ondersteunende en overige producten van instellingen en zorgverleners die in hoofdzaak worden gefinancierd op basis van dbc’s;

    • b.

      alle kosten van overige instellingen op het gebied van ziekenhuisverpleging voor zover zij niet worden gefinancierd op basis van dbc’s;

    • c.

      de kostencomponent van de vaste bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van centra voor klinische genetica, radiotherapie, epilepsie, dialyse en revalidatie.

  • 10.

    Het Zorginstituut merkt de kosten voor prestaties waarop de beleidsregel ‘Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg’ van de zorgautoriteit van toepassing is, en de kosten van de overgangsregeling van het functioneel leeftijdsontslag van werknemers in de publieke ambulancezorg voor 100 procent aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.

  • 11.

    Het Zorginstituut betrekt de renteheffingstarieven niet bij de vaste kosten van ziekenhuisverpleging.

  • 12.

    Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met elfde lid enerzijds, en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging na toepassing van het eerste lid anderzijds.

Artikel

29

In afwijking van hetgeen daarover in artikel 3.18 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend:

  • 1.

    Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar.

  • 2.

    Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten die behoren tot het deelbedrag kosten voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

  • 3.

    Het percentage, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in het eerste lid.

  • 4.

    Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de gerealiseerde kosten van geneeskundige gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar en het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar.

  • 5.

    Het Zorginstituut past overeenkomstig artikel 3.14 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, hogekostencompensatie toe op het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

Artikel

30

In afwijking van hetgeen daarover in artikel 3.19 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, was geregeld, worden de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2010 als volgt herberekend:

  • 1.

    Het Zorginstituut merkt de door de zorgautoriteit berekende bedragen ter verrekening van de in 2010 gerealiseerde opbrengstresultaten van gebudgetteerde instellingen voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor een door de zorgautoriteit vast te stellen gedeelte aan als kosten voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

  • 2.

    Het Zorginstituut past overeenkomstig artikel 3.14 van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold, hogekostencompensatie toe op het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

32

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2012.

Artikel

33

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E.I.Schippers

Bijlage

1

behorende bij artikelen 5 en 10, eerste lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot de clusters ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’, ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’, en ‘overige prestaties’.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 5) en vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 10, eerste lid).

Tabel 1.1: Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

0 jaar

484,51

2.253,76

879,86

1–4 jaar

429,02

323,15

653,54

5–9 jaar

366,86

247,86

742,58

10–14 jaar

345,60

207,73

682,39

15–17 jaar

403,38

185,37

684,64

18–24 jaar

439,09

154,18

499,58

25–29 jaar

462,79

133,23

515,57

30–34 jaar

475,22

129,40

537,00

35–39 jaar

510,46

143,24

555,46

40–44 jaar

556,29

135,70

575,05

45–49 jaar

636,79

157,70

621,33

50–54 jaar

738,42

178,88

673,63

55–59 jaar

910,77

218,55

762,63

60–64 jaar

1.077,52

233,29

815,73

65–69 jaar

1.387,43

258,13

939,02

70–74 jaar

1.697,28

246,54

1.003,49

75–79 jaar

2.020,88

206,51

1.088,74

80–84 jaar

2.133,44

77,90

1.204,30

85–89 jaar

2.119,51

0,36

1.399,87

90+ jaar

2.095,70

– 18,67

1.746,38

Vrouwen

0 jaar

399,65

1.970,03

771,53

1–4 jaar

370,68

262,10

601,11

5–9 jaar

350,15

178,61

670,96

10–14 jaar

342,81

172,07

687,62

15–17 jaar

422,28

182,55

777,44

18–24 jaar

574,95

148,56

688,22

25–29 jaar

844,27

172,49

964,31

30–34 jaar

898,87

182,81

999,11

35–39 jaar

762,10

163,01

774,66

40–44 jaar

695,52

129,70

667,25

45–49 jaar

784,12

119,40

702,70

50–54 jaar

867,20

122,21

755,92

55–59 jaar

952,43

123,93

813,58

60–64 jaar

1.057,75

116,79

858,01

65–69 jaar

1.243,12

116,59

961,45

70–74 jaar

1.416,60

96,75

1.038,80

75–79 jaar

1.614,79

67,93

1.143,35

80–84 jaar

1.668,87

6,65

1.295,95

85–89 jaar

1.628,18

– 42,88

1.499,92

90+ jaar

1.383,83

– 49,27

1.783,16

Tabel 1.2: Gewichten voor het criterium FKG’s (in euro’s per verzekerde)

FKG’s

Geen FKG

–59,76

0,80

– 147,69

Glaucoom

118,02

– 43,47

183,32

Schildklieraandoeningen

124,52

–16,85

106,28

Psychose, Alzheimer en verslaving

– 405,78

–225,81

1.000,59

Depressie

60,79

–28,33

170,32

Neuropathische pijn

483,64

–117,25

817,01

Hoog cholesterol

88,78

40,30

249,43

Diabetes type IIb

141,46

4,83

425,64

COPD/Zware astma

651,68

–84,59

969,29

Astma

194,17

10,19

513,71

Diabetes type IIa

203,79

35,83

592,49

Epilepsie

–52,61

443,19

626,46

Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa

621,09

–125,49

309,04

Hartaandoeningen

705,39

172,05

345,02

Reuma: TNF-alfa-remmers

0,00

0,00

0,00

Reuma: overige middelen

640,00

17,72

41,64

Parkinson

74,32

–214,21

2.425,17

Diabetes type I

169,24

–135,76

1.342,73

Transplantaties

–691,64

32,75

1.090,22

Cystic fibrosis/pancreasenzymen

603,17

–459,75

4.846,78

Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg

–877,21

–627,84

5.929,31

Kanker

1.948,82

–360,70

4.664,51

Hormoongevoelige tumoren

682,83

–273,69

952,29

HIV/AIDS

–622,16

–844,42

8.635,68

Nieraandoeningen

3.572,42

–258,23

3.137,46

Groeihormonen

–2.034,44

–1.741,28

14.029,68

Tabel 1.3: Gewichten voor het criterium DKG’s (in euro’s per verzekerde)

DKG’s

0

–79,09

–12,45

–22,41

1

792,60

94,95

55,63

2

806,41

392,86

224,33

3

1.142,27

665,40

422,40

4

2.019,75

282,70

690,05

5

3.448,67

231,31

1.050,92

6

2.708,64

439,98

716,05

7

2.831,31

1.777,41

1.312,98

8

3.828,69

348,22

1.363,46

9

3.525,36

1.082,33

2.661,06

10

6.373,81

299,71

2.158,77

11

7.257,08

831,72

3.419,87

12

5.880,56

2.597,55

5.879,23

13

54.954,48

141,03

2.605,21

Tabel 1.4: Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)

0–17 jaar

0,00

0,00

0,00

Arbeidsongeschikten

18–34 jaar

143,72

184,29

346,06

35–44 jaar

201,11

123,29

348,98

45–54 jaar

248,17

63,12

297,54

55–64 jaar

239,74

47,01

199,90

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

105,76

28,16

49,36

35–44 jaar

125,31

36,78

149,09

45–54 jaar

164,15

15,15

186,68

55–64 jaar

79,47

20,49

110,78

Zelfstandigen

18–34 jaar

–46,41

–16,46

–56,11

35–44 jaar

–59,84

–19,37

–54,64

45–54 jaar

–86,95

–20,25

–73,41

55–64 jaar

–96,81

–19,96

–86,72

Referentiegroep

18–34 jaar

–6,28

–7,29

–12,67

35–44 jaar

–10,77

–6,69

–20,84

45–54 jaar

–22,22

–4,64

–29,41

55–64 jaar

–42,50

–8,47

–36,96

65+ jaar

0,00

0,00

0,00

Tabel 1.5: Gewichten voor het criterium regio (in euro’s per verzekerde)

Regio

1

46,93

8,78

14,91

2

22,71

7,33

8,52

3

21,91

2,91

4,08

4

8,46

8,03

1,55

5

1,32

–1,34

7,65

6

–2,37

–1,83

4,12

7

–9,65

–2,96

–2,85

8

–18,58

–4,11

–6,14

9

–25,44

–8,41

–6,68

10

–45,10

–8,36

–25,00

Tabel 1.6: Gewichten voor het criterium sociaaleconomische status (in euro’s per verzekerde)

SES > 15 bewoners

0–17 jaar

0,21

8,66

12,95

18–64 jaar

3,10

16,64

–67,61

65+ jaar

–216,94

–121,21

401,67

SES 1 (laag)

0–17 jaar

0,21

8,66

12,95

18–64 jaar

31,31

–2,31

22,31

65+ jaar

283,58

4,73

118,90

SES 2 (midden)

0–17 jaar

0,77

–7,14

–7,99

18–64 jaar

13,52

–2,55

18,56

65+ jaar

–27,78

–3,02

–15,98

SES 3 (hoog)

0–17 jaar

–3,24

–12,14

–26,64

18–64 jaar

–37,95

4,07

–34,92

65+ jaar

–83,52

17,77

–90,35

Tabel 1.7: Gewichten voor het criterium meerjarige hoge kosten (in euro’s per verzekerde)

MHK’s

Geen MHK

–92,33

–42,69

–138,31

MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten

754,17

316,58

771,11

MHK 3 jaar hoge kosten in top 15 procent

859,21

266,01

1.031,64

MHK 3 jaar hoge kosten in top 10 procent

1.266,60

371,65

1.741,83

MHK 3 jaar hoge kosten in top 7 procent

1.782,40

551,51

2.782,49

MHK 3 jaar hoge kosten in top 4 procent

2.560,45

1.069,55

4.495,80

MHK 3 jaar hoge kosten in top 1,5 procent

2.768,63

5.563,84

9.466,90

Bijlage

2

behorende bij artikel 5 en, wat betreft tabel 2.1, bij artikel 10, tweede lid

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot de clusters ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden jonger dan achttien jaar en ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar en vormen wat betreft tabel 2.1 de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar (art. 10, tweede lid). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Tabel 2.1: Gewichten voor het criterium leeftijd onder achttien jaar (in euro’s per verzekerde)

Leeftijd onder achttien jaar

Wel

185,15

Niet

0,00

Tabel 2.2: Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

18–24 jaar

283,94

25–29 jaar

305,46

30–34 jaar

289,22

35–39 jaar

273,69

40–44 jaar

257,15

45–49 jaar

243,08

50–54 jaar

232,45

55–59 jaar

220,48

60–64 jaar

220,48

65–69 jaar

207,69

70–74 jaar

210,29

75–79 jaar

206,22

80–84 jaar

212,90

85–89 jaar

194,32

90+ jaar

193,89

Vrouwen

18–24 jaar

284,41

25–29 jaar

256,63

30–34 jaar

256,63

35–39 jaar

245,62

40–44 jaar

245,62

45–49 jaar

238,47

50–54 jaar

232,45

55–59 jaar

220,48

60–64 jaar

220,48

65–69 jaar

208,13

70–74 jaar

199,73

75–79 jaar

193,89

80–84 jaar

193,89

85–89 jaar

193,89

90+ jaar

193,89

Tabel 2.3: Gewichten voor het criterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)

GGZ-regio

1

78,41

2

11,26

3

–3,32

4

–9,46

5

–4,26

6

–12,10

7

–15,51

8

–15,51

9

–15,51

10

–15,51

Tabel 2.4: Gewichten voor het criterium FKG psychische aandoeningen in euro’s per verzekerde)

FKG’s

Geen FKG psychische aandoeningen

–31,73

Psychose

3.465,81

Depressie

228,68

Verslaving

2.583,56

Bipolaire stoornis

1.386,78

ADHD

271,45

Tabel 2.5: Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)

Arbeidsongeschikten

18–34 jaar

834,80

35–44 jaar

241,31

45–54 jaar

126,06

55–64 jaar

28,71

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

744,29

35–44 jaar

627,47

45–54 jaar

271,54

55–64 jaar

148,23

Zelfstandigen

18–34 jaar

–47,71

35–44 jaar

–36,70

45–54 jaar

–23,53

55–64 jaar

–11,57

Referentiegroep

18–34 jaar

–47,71

35–44 jaar

–36,70

45–54 jaar

–21,95

55–64 jaar

–11,57

65+ jaar

0,00

Tabel 2.6: Gewichten voor het criterium sociaaleconomische status (in euro’s per verzekerde)

SES > 15 bewoners

18–64 jaar

1.754,46

65+ jaar

114,39

SES 1 (laag)

18–64 jaar

–14,36

65+ jaar

25,49

SES 2 (midden)

18–64 jaar

–0,69

65+ jaar

–10,77

SES 3 (hoog)

18–64 jaar

–25,79

65+ jaar

–10,77

Tabel 2.7: Gewichten voor het criterium eenpersoonsadres (in euro’s per verzekerde)

Eenpersoonsadres

Niet

–20,96

Wel

107,51

Tabel 2.8: Gewichten voor het criterium kosten geneeskundige GGZ boven de lage drempel (in euro’s per verzekerde)

Kosten geneeskundige GGZ boven lage drempel

Niet

–35,95

Wel

776,22

Tabel 2.9: Gewichten voor het criterium kosten geneeskundige GGZ boven de hoge drempel (in euro’s per verzekerde)

Kosten geneeskundige GGZ boven hoge drempel

Niet

–78,97

Wel

5.523,63

Bijlage

3

behorende bij artikel 10, tweede lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorend tot de cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

De in deze bijlage genoemde gewichten vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 10, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Tabel 3.1: Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

18–24 jaar

257,83

25–29 jaar

277,56

30–34 jaar

278,99

35–39 jaar

274,44

40–44 jaar

263,58

45–49 jaar

254,87

50–54 jaar

240,64

55–59 jaar

219,34

60–64 jaar

210,08

65–69 jaar

185,63

70–74 jaar

190,78

75–79 jaar

191,33

80–84 jaar

201,53

85–89 jaar

195,63

90+ jaar

184,33

Vrouwen

18–24 jaar

297,99

25–29 jaar

295,92

30–34 jaar

274,95

35–39 jaar

271,94

40–44 jaar

260,23

45–49 jaar

259,83

50–54 jaar

240,64

55–59 jaar

215,12

60–64 jaar

210,08

65–69 jaar

183,99

70–74 jaar

183,99

75–79 jaar

183,99

80–84 jaar

183,99

85–89 jaar

183,99

90+ jaar

183,99

Tabel 3.2: Gewichten voor het criterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)

GGZ-regio

1

53,65

2

26,60

3

8,41

4

2,83

5

–4,01

6

–11,21

7

–19,40

8

–19,40

9

–19,40

10

–19,40

Tabel 3.3: Gewichten voor het criterium FKG psychische aandoeningen

FKG’s

Geen FKG psychische aandoeningen

–29,56

Psychose

2.454,78

Depressie

327,36

Verslaving

1.783,63

Bipolaire stoornis

1.083,27

ADHD

340,69

Tabel 3.4: Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)

Arbeidsongeschikten

18–34 jaar

537,97

35–44 jaar

297,59

45–54 jaar

169,10

55–64 jaar

35,42

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

557,73

35–44 jaar

528,52

45–54 jaar

319,97

55–64 jaar

106,22

Zelfstandigen

18–34 jaar

–58,75

35–44 jaar

–61,14

45–54 jaar

–41,55

55–64 jaar

–11,00

Referentiegroep

18–34 jaar

–31,43

35–44 jaar

–33,26

45–54 jaar

–26,40

55–64 jaar

–11,00

65+ jaar

0,00

Tabel 3.5: Gewichten voor het criterium sociaaleconomische status (in euro’s per verzekerde)

SES > 15 bewoners

18–64 jaar

643,91

65+ jaar

50,34

SES 1 (laag)

18–64 jaar

–0,15

65+ jaar

18,84

SES 2 (midden)

18–64 jaar

7,45

65+ jaar

–6,33

SES 3 (hoog)

18–64 jaar

–21,42

65+ jaar

–6,33

Tabel 3.6: Gewichten voor het criterium eenpersoonsadres (in euro’s per verzekerde)

Eenpersoonsadres

Niet

–18,61

Wel

95,46

Tabel 3.7: Gewichten voor het criterium kosten geneeskundige GGZ boven de lage drempel (in euro’s per verzekerde)

Kosten geneeskundige GGZ boven lage drempel

Niet

Zie artikel 11, vierde lid

Wel

1.056,49

Tabel 3.8: Gewichten voor het criterium kosten geneeskundige GGZ boven de hoge drempel (in euro’s per verzekerde)

Kosten geneeskundige GGZ boven hoge drempel

Niet

Zie artikel 11, vierde lid

Wel

4.277,82

Bijlage

4

behorende bij artikelen 8, tweede lid, en 21, tweede lid

De bijlage betreft het eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico.

Tabel 4.1: Gewichten voor het criterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)

Mannen

18–24 jaar

89,68

25–29 jaar

86,37

30–34 jaar

89,85

35–39 jaar

94,01

40–44 jaar

98,18

45–49 jaar

105,09

50–54 jaar

114,73

55–59 jaar

128,58

60–64 jaar

138,36

65–69 jaar

153,75

70–74 jaar

167,89

75–79 jaar

178,84

80–84 jaar

184,82

85–89 jaar

186,69

90+ jaar

186,38

Vrouwen

18–24 jaar

135,61

25–29 jaar

139,52

30–34 jaar

146,04

35–39 jaar

136,53

40–44 jaar

131,67

45–49 jaar

135,36

50–54 jaar

142,27

55–59 jaar

147,46

60–64 jaar

152,74

65–69 jaar

163,88

70–74 jaar

174,59

75–79 jaar

182,81

80–84 jaar

186,07

85–89 jaar

185,04

90+ jaar

177,80

Tabel 4.2: Gewichten voor het criterium aard van het inkomen (in euro’s per verzekerde)

Arbeidsongeschikten

18–34 jaar

39,49

35–44 jaar

41,90

45–54 jaar

37,30

55–64 jaar

23,71

Bijstandsgerechtigden

18–34 jaar

28,83

35–44 jaar

34,03

45–54 jaar

28,74

55–64 jaar

9,86

Zelfstandigen

18–34 jaar

–4,10

35–44 jaar

–6,73

45–54 jaar

–8,74

55–64 jaar

–8,62

Referentiegroep

18–34 jaar

–1,69

35–44 jaar

–2,18

45–54 jaar

–2,42

55–64 jaar

–2,76

65+ jaar

0,00

Tabel 4.3: Gewichten voor het criterium regio (in euro’s per verzekerde)

Regio

1

6,96

2

4,04

3

3,41

4

1,60

5

0,61

6

–0,19

7

–1,28

8

–3,56

9

–4,81

10

–5,88