Besluit van het bestuur van het Productschap van Pluimvee en Eieren van 15 september 2011 tot uitwerking van de voorschriften inzake de bestrijding van Salmonella in kalkoenkuikenbroederijen (Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen (PPE) 2011)
De ondernemer neemt de monsters als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Verordening overeenkomstig de werkvoorschriften opgenomen in Bijlage III (dons, meconium, eierschalen, inlegvellen en liggenblijvers).
Detectie en serotypering monsters
Artikel
4
1
De ondernemer zorgt ervoor dat de monsters als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Verordening binnen 24 uur na de monsterneming zijn verzonden naar een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.
2
Indien het voor detectie van Salmonella erkende laboratorium Salmonella in een monster heeft gedetecteerd, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd door een voor serotypering erkend laboratorium.
Melding uitslagen onderzoek naar Salmonella
Artikel
5
1
Indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat in een monster Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis of Salmonella Virchow is aangetoond, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit binnen één werkdag nadat deze uitslag bij hem bekend is, is gemeld aan de voorzitter, aan GD, aan het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters afkomstig zijn en aan het bedrijf dat de kalkoenen afneemt die uit deze broedeieren zijn geboren (opfokbedrijf, fokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of vleeskalkoenbedrijf).
2
Indien uit de uitslag van de detectie blijkt dat geen Salmonella in een monster is aangetoond of indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat in een monster een ander serotype Salmonella dan Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis, Salmonella Virchow is aangetoond, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit binnen tien werkdagen nadat de uitslag bij hem bekend is, is gemeld aan de voorzitter, aan het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters afkomstig zijn en aan het bedrijf dat de kalkoenen afneemt die uit deze broedeieren zijn geboren (opfokbedrijf, fokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of vleeskalkoenbedrijf).
3
De ondernemer meldt de uitslag van de laatst uitgevoerde detectie en serotypering van de monsters van een stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen waarvan de broedeieren afkomstig zijn, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Hygiënebesluit fokbedrijven, opfokbedrijven en vermeerderingsbedrijven kalkoensector (PPE) 2011, schriftelijk aan het bedrijf dat de kalkoenen afneemt gelijktijdig met de aflevering van deze kalkoenen aan dit bedrijf (opfokbedrijf, fokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of vleeskalkoenbedrijf)
4
De in het eerste en tweede lid bedoelde melding aan de voorzitter bevat naast de uitslag van het serotype Salmonella of de negatieve uitslag van de detectie de volgende gegevens:
•
KIP-nummer,
•
Activiteit: kalkoenkuikenbroederij,
•
Geboortedatum kalkoenkuikens,
•
Kastnummer,
•
Datum monsterneming,
•
Type monster (inlegvellen, dons, meconium, liggenblijvers, eierschalen),
•
Type onderzoek (regulier + Salmonella),
•
In geval van een negatieve uitslag de datum van de uitslag van de detectie,
•
In geval van een positieve uitslag de datum van de uitslag van de serotypering.
Maatregelen bij een besmetting met Salmonella
Artikel
6
Indien de voorzitter op grond van het onderzoek naar Salmonella als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of artikel 7, tweede lid, dan wel het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vierde lid, of artikel 7, vierde lid van de Verordening, een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft vastgesteld bij het stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters als bedoeld in artikel 7 afkomstig zijn, dan is de ondernemer verplicht om de maatregelen als bedoeld in artikel 8 van de Verordening uit te voeren.
Hygiëne-eisen inrichting kalkoenkuikenbroederij
Artikel
7
1
De ondernemer werkt overeenkomstig een door de voorzitter goedgekeurd plan dat voldoet aan het bepaalde in Bijlage IV, waarin is beschreven op welke wijze de kalkoenkuikenbroederij wordt ingericht en op welke wijze in de kalkoenkuikenbroederij wordt gewerkt, zodat in de kalkoenkuikenbroederij en tijdens het transport geen kruisbesmetting van Salmonella kan ontstaan.
2
De ondernemer legt broedeieren in overeenkomstig de indeling zoals opgenomen in Bijlage V, teneinde kruisbesmetting van Salmonella te voorkomen.
Bewaarplicht
Artikel
8
De ondernemer bewaart de uitslagen van het hygiëneonderzoek, de detectie en de serotypering gedurende ten minste twee jaren na ontvangst van de uitslagen.
Slotbepaling
Artikel
9
1
Dit besluit kan worden aangehaald als Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen (PPE) 2011.
2
Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en het treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.
Zoetermeer
B.J. KrouwelvoorzitterB.M.Dellaertsecretaris
Bijlage
I
Hygiëneonderzoeken in de kalkoenkuikenbroederij
Procedure
De kalkoenkuikenbroederij dient gecontroleerd te worden op een tijdstip dat de ruimten na het ontsmetten zijn opgedroogd, het desinfectans zijn werk heeft gedaan en het oppervlak nog niet bezoedeld is door de uitvoering van de werkzaamheden.
De ruimten waarin niet routinematig gewerkt wordt, worden op onverwachte tijdstippen onderzocht door GD. Dit kortere onderzoek vindt viermaal per jaar plaats en staat beschreven in onderdeel A : “Onderzoek routine”.
De gehele kalkoenkuikenbroederij wordt twee keer per jaar volledig gecontroleerd. Hiervoor wordt van tevoren een afspraak gemaakt met de betreffende kalkoenkuikenbroederij. De controle wordt beschreven in onderdeel B : “Onderzoek speciaal”.
De beide type onderzoeken worden door GD uitgevoerd. Onder voorwaarden kan een kalkoenkuikenbroederij het onderzoek van onderdeel A: “Onderzoek routine” zelf uitvoeren. Deze voorwaarden staan beschreven in bijlage II van dit besluit.
Indien het onderdeel niet bemonsterd kan worden dan dient dit vermeld te worden op het uitslagformulier. Van elk lokaal wordt een lokaal gemiddelde berekend. Het totaal gemiddelde wordt berekend door de gemiddelden van alle lokalen en kasten op te tellen en te delen door de som van het aantal lokalen + kasten (gemiddelde van de gemiddelden).
De monsters worden afhankelijk van de bedrijfsgrootte van de kalkoenkuikenbroederij genomen met een veelvoud van 12 rodacplaatjes met een diameter van 5.5 cm.
Aantal kolonie vormende eenheden (kve) op het Rodacplaatje
Score
0
0
1 t/m 40
1
41 t/m 121
2
121 t/m 400
3
> 400
4
ontelbaar
5
Onderzoek "routine" (A)
Onderzoek "routine" (B)
Lokaal
locatie monsterneming
Aantal afdrukken
Aantal afdrukken
aanvoerlokaal + eiersorteer
Vloer
inventaris
transportkar
2
1
1
2
1
Hygiënesluis
Vloer
wand
1
1
Afraaplokaal
Vloer
inventaris
2
2
Kantine
vloer
tafel
1
1
2
1
Spoelruimte
vloer
inventaris
bak
2
1
2
2
2
Kleedlokaal
vloer
2
Schouwlokaal
vloer
inventaris
1
1
1
2
Gang
vloer
2
Marek depot
vloer
tafel
2
1
Afvoergarage
vloer
2
1 voorbroedlokaal
vloer
wand
2
2
1
1 uitkomstlokaal
vloer
wand
2
2
1
2 voorbroedkasten
vloer
wand
eieren
2 x 2
2 x 1
2 x 2
2 x 1
2 x 1
1 uitkomstkast
vloer
wand
plafond
1 x 2
1 x 2
1 x 1
1 x 1
Negatieve controle
1
1
Totaal
24
49
Onderzoek naar Salmonella
In de kalkoenkuikenbroederij moet tijdens alle bezoeken vóór het hygiëneonderzoek een onderzoek naar Salmonella worden uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is het controleren of eventueel, via de broedeieren, ingesleepte Salmonella in de kalkoenkuikenbroederij achterblijven en zich in de kalkoenkuikenbroederij verspreiden. Het doel is niet het aantonen van eventueel besmette koppels kuikens.
Het onderzoek naar Salmonella begint met een monsterneming van 60 swabs. De swabs worden tijdens de monsterneming bevochtigd met Pepton/Fysiologisch-zout. Per swab wordt een oppervlakte van 25 cm2 bemonsterd. De swabs worden, per 20 stuks, verzameld in één pot.
De volgende locaties dienen te worden bemonsterd:
Locatie
Locatie monsterneming
aantal swabs
pot-nummer
Aanvoerlokaal + eiersorteer
vloer
inventaris
containers
5
2
2
1
Kleedlokaal
Vloer
inventaris
wc
3
2
1
1
Kantine
Vloer
inventaris
3
2
1
Voorbroedlokalen
vloer
6
2
Voorbroedkasten en gereinigde uitkomstkasten
vloer
14
2
1
Spoelruimte
vloer
krattenwasser
inventaris
3
1
2
3
Schouwlokaal
vloer
inventaris
3
3
3
Afraaplokaal
vloer
inventaris
5
3
3
Beoordeling en actie
De beoordeling is gebaseerd op het hoogste gemiddelde van de lokalen/kasten en een totaal gemiddelde van de kalkoenkuikenbroederij. Op basis van de gemiddelden en de aanwezigheid van Salmonella dient actie te worden ondernomen.
1. Resultaat hygiëneonderzoek lokaal/kast
Het gemiddelde van de resultaten van de hygiëneonderzoeken per lokaal of kast mag niet hoger zijn dan 3, tenzij de monsternemer heeft aangegeven dat tijdens de monsterneming dusdanige werkzaamheden werden uitgevoerd dat deze de uitslag beïnvloedden. In dat geval wordt het genoemde gemiddelde niet meegenomen in de totaal beoordeling. In het geval een lokaal/kast gemiddelde boven de 3 uitkomt, dient de uitslag bij het volgende onderzoek ten minste voldoende te zijn. Indien het betreffende lokaal of de kast wederom een gemiddelde van 3 of hoger scoort, dient binnen een tijdsbestek van 2 maanden een extra "onderzoek speciaal" te worden uitgevoerd.
Lokaal- of kast gemiddelde (individuele beoordeling)
Lokaal of kast gemiddelde
Beoordeling
Actie
kleiner of gelijk aan 1
zeer goed
geen
groter dan 1 en kleiner of gelijk aan 2
goed
geen
groter dan 2 kleiner of gelijk aan 3
voldoende
geen
groter dan 3
onvoldoende
Lokaal- of kastgemiddelde van de volgende bemonstering minimaal voldoende, anders een extra 'onderzoek speciaal' binnen 2 maanden
Het gemiddelde van de resultaten van de hygiëneonderzoeken van de verschillende lokalen of kasten in een broederij mag niet hoger zijn dan 3.0. In het geval het gemiddelde van een broederij boven 3.0 uitkomt, dient binnen een periode van 1 maand een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd. Wanneer het gemiddelde van een broederij groter is dan 2.0 en kleiner is dan 3.0 dan dient, binnen een periode van 2 maanden, een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd. Als het gemiddelde van een broederij groter is dan 1.5 en kleiner dan 2.0 dient het gemiddelde van de broederij bij een volgende bemonstering ten minster voldoende te zijn. Wanneer bij een volgende bemonstering wederom het gemiddelde tussen de 1.5 en 2.0 bedraagt dient, binnen een periode van 2 maanden, een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd.
Kalkoenkuikenbroederij gemiddelde
Beoordeling
Actie
0
Zeer goed
Geen
groter dan 0.0 en kleiner of gelijk aan 0,5
Goed
Geen
groter dan 0.5 en kleiner of gelijk aan 1.0
Voldoende
Geen
groter dan 1.0 en kleiner of gelijk aan 1.5
Onvoldoende
Geen
groter dan 1.5 en kleiner of gelijk aan 2.0
Kalkoenkuiken-broederij gemiddelde van de volgende bemonstering dient minimaal voldoende te zijn, anders een extra speciale controle binnen 2 maanden
groter dan 2 en kleiner of gelijk aan 3.0
Slecht
extra speciale controle binnen 2 maanden
groter dan 3.0
Zeer slecht
extra speciale controle binnen 1m aand
3. Actie bij een besmetting met Salmonella
Een isolatie van een Salmonella leidt tot een extra "onderzoek speciaal" binnen één maand na het bekend worden van de positieve isolatie.
Bijlage
II
Voorwaarden voor het uitvoeren van onderdelen van het hygiëneonderzoek door de ondernemer zelf
Het programma voor hygiëneonderzoeken zoals beschreven in Bijlage I bestaat uit een uitgebreid aangekondigd onderzoek dat twee maal per jaar plaatsvindt en uit vier korte onderzoeken. Het routine hygiëneonderzoek (onderdeel A uit bijlage I) kan door de kalkoenkuikenbroederij zelf worden uitgevoerd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
1.
Het hygiëneonderzoek wordt uitgevoerd op de wijze zoals in het protocol van bijlage I beschreven; en
2.
De resultaten van de uitgebreide hygiëneonderzoeken tenminste voldoende zijn; en
3.
Het hygiëneonderzoek wordt uitgevoerd op het moment dat de broederij niet in bedrijf is. Dit houdt in dat het hygiëneonderzoek plaatsvindt nadat het verplicht reinigen en ontsmetten heeft plaatsgevonden en voordat de werkzaamheden weer worden hervat;
4.
De analyse van de monsters wordt uitgevoerd door een door de voorzitter voor analyse erkende HOSOWO-instantie.
De resultaten van het onderzoek worden meegenomen in de controle van de kalkoenkuikenbroederijen als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Verordening. Wanneer uit de resultaten van de controle blijkt dat de korte hygiëneonderzoeken niet correct zijn uitgevoerd of na de beoordeling niet de juiste actie is genomen dan wordt het korte hygiëneonderzoek gedurende één jaar wederom uitgevoerd door GD.
Het halfjaarlijkse uitgebreide onderzoek wordt door GD uitgevoerd. Wanneer de resultaten van het uitgebreide onderzoek onvoldoende of slecht zijn dan wordt door GD de korte onderzoeken opnieuw uitgevoerd, totdat uit twee opeenvolgende uitgebreide onderzoeken blijkt dat de kalkoenkuikenbroederij weer tenminste voldoende scoort voor de uitgebreide onderzoeken.
Bijlage
III
Werkvoorschrift voor het nemen van monsters in de kalkoenkuikenbroederij
Doel
Dit werkvoorschrift beschrijft de monsterneming van dons, meconium, eierschalen en inlegvellen uit uitkomstladen in kalkoenkuikenbroederijen in het kader van het verplichte onderzoek naar Salmonella. De monsters worden genomen door een medewerker van de kalkoenkuikenbroederij.
Werkvoorschriften monsterneming
Algemeen
1.
Monsters moeten zijn te traceren zijn naar de stal(len) van herkomst van het stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters afkomstig zijn;
2.
De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de kalkoenkuikenbroederij.
De kalkoenkuikenbroederij moet een protocol hebben waarin staat vermeld:
1.
wie verantwoordelijk is voor de monsterneming,
2.
hoe, waar en wanneer de monsterneming wordt uitgevoerd
3.
hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.
Benodigdheden voor het nemen van monsters
1.
Steriele goed afsluitbare plastic zak of pot;
2.
Etiketten;
3.
Steriele plastic handschoenen;
4.
Inzendformulier.
A. Werkwijze monsterneming eierschalen
1.
Per uitkomstkast worden uit tenminste 25 afzonderlijke uitkomstladen eierschalen bemonsterd;
2.
Per uitkomstlade wordt 10 gram gebroken eierschalen genomen;
3.
De 25 monsters van tenminste 10 gram worden fijngemalen en gemengd waarna hiervan een deelmonster van 25 gram wordt genomen;
4.
Het monster (in totaal 25 gram fijngemalen eierschaal) kan in één pot of zak verzameld worden;
5.
Het monster wordt genomen zonder de eierschalen met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen;
B. Werkwijze monsterneming inlegvellen van uitkomstladen
1.
Er wordt minimaal één verzamelmonster van zichtbaar met faeces (meconium) besmeurde inlegvellen genomen.
2.
Inlegvellen worden bemonsterd van uitkomstladen die aselect van 5 verschillende uitkomstladen of plaatsen in de uitkomstbroeder worden genomen.
3.
De bemonsterde inlegvellen hebben een gezamenlijk oppervlak van tenminste 1 m2.
4.
Indien de broedeieren van een koppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen over meer dan één broedmachine verdeeld zijn, wordt van iedere broedmachine een verzamelmonster genomen.
5.
Monsterneming dient te geschieden zonder de inlegvellen met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
6.
Het monster wordt zodanig genomen dat niet met iets anders in aanraking wordt gekomen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen
7.
De monsters kunnen in één pot of zak worden verzameld.
C. Uitvoering monsterneming dons
1.
Per uitkomstkast worden tenminste 5 donsmonsters genomen.
2.
Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen op de dag dat de kuikens worden afgeraapt, nadat de kast leeg is.
3.
De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven- en onderkant van de koelbuizen.
4.
De monsters (in totaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.
5.
Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
D. Uitvoering monsterneming meconium
1.
Van één leverantie broedeieren dienen tenminste 250 meconiummonsters te worden verzameld.
2.
De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten te worden genomen.
3.
Monsterneming dient te geschieden zonder de meconiums met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
4.
Het monster wordt zodanig genomen dat niet met iets anders in aanraking wordt gekomen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen
5.
De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.
E. Uitvoering monsterneming liggenblijvers
1.
Van één leverantie broedeieren dienen karkassen van 60 niet aangepikte liggenblijvers (broedeieren) die in de schaal zijn gestorven te worden bemonsterd.
2.
De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten genomen te worden.
3.
Monsterneming dient te geschieden zonder de dode kuikens met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
4.
Het monster wordt zodanig genomen dat niet met iets anders in aanraking wordt gekomen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.
5.
De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.
Voor de monsters genomen onder A., B., C., D. en E. geldt vervolgens:
Iedere pot of plastic zak dient direct na het vullen zorgvuldig gesloten te worden. Elke pot of plastic zak moet van een etiket met de volgende gegevens worden voorzien:
1.
datum van monsterneming,
2.
registratie-nummer (KIP-nummer) en naam van de broederij,
3.
uitkomstkastnummer(s).
Verzenden monsters
Bij de verzending van de monsters houdt de ondernemer of degene die de officiële monsterneming uitvoert zich aan het volgende:
1.
De monsters moeten binnen 24 uur verzonden zijn naar een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.
2.
De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
Inzendformulier
Elke inzending van monsters naar het voor detectie erkende laboratorium moet vergezeld gaan van een inzendformulier met ten minste de volgende, duidelijk leesbare, gegevens. Indien deze gegevens geheel of gedeeltelijk op een andere manier al bij het laboratorium bekend zijn, dan hoeven deze niet opnieuw te worden doorgegeven.
1.
Afzender (n.a.w. + KIP-nummer);
2.
Activiteit: kalkoenkuikens;
3.
Kastnummer (indien meerdere monsters in één zending worden verstuurd dan moet duidelijk worden aangegeven welk monster bij welke kast hoort);
Monsters dienen te worden gedetecteerd door een voor detectie erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella, te worden geserotypeerd op alle typen Salmonella door een voor serotypering erkend laboratorium. De ondernemer zorgt ervoor dat het monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd. Als het voor detectie erkende laboratorium niet tevens is erkend voor serotypering of het serotype Salmonella niet kan bepalen, dan zal dit laboratorium het monster verzenden naar een voor serotypering erkend laboratorium, zonder actieve tussenkomst van de ondernemer. De ondernemer dient daarom het voor detectie erkende laboratorium duidelijk opdracht te geven dat indien de detectie van een monster Salmonella aantoont, dit monster onverwijld wordt geserotypeerd.
Na ontvangst van de uitslag van het laboratorium meldt de ondernemer deze uitslag aan de voorzitter. Deze melding dient binnen één werkdag te gebeuren indien het Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis of Salmonella Virchow betreft. Uitslagen van overige serotypen Salmonella of een negatieve uitslag dient de ondernemer binnen tien werkdagen na ontvangst van het laboratorium aan de voorzitter te melden.
Bijlage
IV
Leidraad voor het opzetten van een bedrijfsplan voor kalkoenkuikenbroederijen
Om te komen tot een kalkoenkuikenbroederij waarin kruisbesmetting met Salmonella wordt voorkomen, zal aan een aantal eisen voldaan dienen te worden.
Volgens artikel 5 van dit besluit dient iedere kalkoenkuikenbroederij over een door de Voorzitter van het Productschap goedgekeurd plan te beschikken. Bijgaande leidraad is bedoeld als hulpmiddel en model bij het opstellen van dit bedrijfsplan.
Onderdelen bedrijfsplan.
Het bedrijfsplan dient betrekking te hebben op zowel de inrichting als de werkwijze in de kalkoenkuikenbroederij. De volgende indeling wordt aanbevolen:
1.
Hygiënebewustzijn en persoonlijke hygiëne;
2.
Hygiënemanagement in de kalkoenkuikenbroederij, waaronder reinigings- en desinfectieplan;
3.
Logistiek van het broeden;
4.
Afvalverwerking.
1. Hygiënebewustzijn en persoonlijke hygiëne
Het onderdeel hygiënebewustzijn en persoonlijke hygiëne dient te bevatten:
1.1
procedures over de wijze waarop het personeel (intern of extern) wordt opgeleid, zodat het personeel op de hoogte is van Salmonella, de wijze van verspreiding en de interne procedures om Salmonella te beheersen;
1.2
procedures over o.a. het wassen van handen, douchen, dragen van bedrijfskleding (aparte kleding/schoeisel voor vuile en schone gedeelte van de broederij), eten, drinken en roken op de werkplek, etc.
2. Hygiënemanagement in de kalkoenkuikenbroederij
Het onderdeel hygiëne management in de kalkoenkuikenbroederij dient te bevatten:
2.1.
procedures over het aanleveren van broedeieren waaronder het gescheiden aanleveren van gewassen eieren etc.;
2.2.
procedures voor de wijze van ontvangst en verwerking van de broedeieren, waaronder wijze van sorteren, behandeling en wijze van inleggen van vuile en gewassen eieren, hygiëne bij overleggen, etc.;
2.3.
procedures over de hygiëne in de kalkoenkuikenbroederij, waaronder de wijze waarop schone en vuile gedeelten in de kalkoenkuikenbroederij worden aangegeven, procedures voor het personeel waarin de looproutes in de kalkoenkuikenbroederij staan beschreven etc.;
2.4.
procedures voor reiniging en desinfectie, waarin o.a. frequentie, reinigings- en ontsmettingsmiddelen en werkwijze worden weergegeven van zowel de kalkoenkuikenbroederij als de vervoers- en transportmiddelen (kratten dan wel containers), een plattegrond van de te reinigen lokalen en de opslag van middelen, aanwijzing van de verantwoordelijke personen, persoonlijke bescherming etc.;
2.5
procedures voor de controle van de hygiëne in de kalkoenkuikenbroederij, waarin o.a. staat aangegeven wanneer en op welke wijze wordt gecontroleerd en wat de acties bij afwijkingen zijn;
2.6.
ongediertebestrijdingsplan;
2.7.
andere procedures met betrekking op het algemene hygiënemanagement.
3. Logistiek van het broeden.
In onderstaande maatregelen wordt een voorzet gegeven hoe in het kader van het bedrijfsplan met broedeieren op kalkoenkuikenbroederij-niveau moet worden omgegaan. Het gaat hierbij om zowel bouwkundige en technische voorzieningen als om een aantal protocollen voor werkwijze, voor wat betreft mogelijk besmette broedeieren. Uitgangspunt voor de richtlijn is dat eieren, kuikens of afvalmateriaal en dons van kuikens van mogelijk besmette koppels niet in contact mogen komen met eieren of kuikens van vrije koppels. Wanneer dit wel gebeurt moet de hele partij als mogelijk besmet worden beschouwd.
3.1.
ei-transport en -bewaring
Maatregel: niet-ontsmette eieren van mogelijk besmette koppels worden zo min mogelijk tegelijk met vrije eieren vervoerd. Na transport van mogelijk besmette eieren moet de vrachtwagen gereinigd en ontsmet worden. Het is ook mogelijk de broedeieren van mogelijk besmette koppels als laatste op te halen en de broedeieren hetzij op het vermeerderingsbedrijf zijn ontsmet, hetzij direct in de vrachtwagen te ontsmetten.
Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt.
Motivatie: eieren van mogelijk besmette koppels vormen een verhoogd risico voor horizontale transmissie, apart ophalen voorkomt transmissie via de vrachtwagen of personen, fouten in de aanvoerlogistiek (verwisselen van containers) worden beter voorkomen.
3.2.
logistiek was- en grondeieren
Maatregel: waseieren en grondeieren van mogelijk besmette koppels moeten bij voorkeur niet ingelegd worden. Wanneer ze wel ingelegd worden, worden ze bij voorkeur niet in dezelfde voorbroeder gebroed als eieren van vrije koppels (mogelijk in een aparte voorbroeder met alleen waseieren en grondeieren of in een voorbroeder met alleen besmette koppels). Wanneer dit niet mogelijk is dienen de waseieren en grondeieren altijd onderop te worden geplaatst, zodat besmetting door klapeieren zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt.
Motivatie: waseieren en grondeieren vormen een verhoogd risico op klapeieren, waardoor een eventuele besmetting in de voorbroeder verspreid kan worden.
3.3.
ontsmetting 18 dagen
Maatregel: eieren van mogelijk besmette koppels en van vrije koppels die in dezelfde voorbroeder zijn gebroed dienen na overleggen ontsmet te worden.
Karakter: verplicht.
Motivatie: tegengaan van kruisbesmetting bij transport van eieren door de kalkoenkuikenbroederij. Door na overleggen te ontsmetten kan een eventuele verspreiding tegengegaan worden.
3.4.
logistiek van overleg
Maatregel:eieren van mogelijk besmette koppels dienen als laatste partij van de dag te worden geschouwd en overgelegd. Na schouw en overleg dient de apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.
Karakter:verplicht.
Motivatie:door schouwen en overleggen kan horizontale verspreiding via apparatuur en personen worden veroorzaakt.
3.5.
klimaatscheiding uitkomstkasten
Maatregel:eieren van mogelijk besmette koppels dienen in een apart uitkomstlokaal uitgebroed te worden. De aanvoer van lucht mag van een gezamenlijke ruimte afkomstig zijn. Voor de afvoer van de lucht geldt:
a.
De aanvoer vindt bij voorkeur volledig gescheiden plaats van de luchtkanalen van de overige uitkomstlokalen.
b.
Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal dient de luchtafvoer van het uitkomstlokaal dat gebruikt wordt voor de mogelijk besmette koppels als laatste op het afvoerkanaal worden aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer.
c.
Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal, maar het uitkomstlokaal met mogelijk besmette kuikens niet als laatste op het afvoerkanaal is aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer dan dient voldoende onderdruk aanwezig te zijn in het afvoerkanaal. Hiervoor is een automatische alarmmelding dan noodzakelijk.
Na uitkomst van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.
Karakter:verplicht.
Motivatie:dons is een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Bij uitkomstmachines in hetzelfde lokaal is bij het openen van de deur de verspreiding van de dons niet te voorkomen.
3.6
logistiek van uitkomst
Maatregel:de kuikens van mogelijk besmette koppels dienen als laatste van de dag te worden afgeraapt en verwerkt. Bij het afrapen moeten de vrije kuikens uit het lokaal verwijderd zijn. Vrije kuikens mogen niet worden opgeslagen tezamen met mogelijk besmette kuikens. Dit betekent een aparte opslag voor vrije kuikens. Na het afrapen van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.
Karakter:verplicht.
Motivatie:dons vormt een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Door de kuikens niet ruimtelijk te scheiden kan kruisbesmetting ontstaan.
3.7.
kuikentransport
Maatregel:transport van mogelijk besmette kuikens dient apart van het transport van vrije kuikens plaats te vinden, in een aparte wagen. Na transport dient de wagen gereinigd en ontsmet te worden.
Karakter:verplicht.
Motivatie:verspreiding van dons tijdens transport kan kruisbesmetting tot gevolg hebben.
3.8.
administratie
De administratie van de kalkoenkuikenbroederij dient dusdanig te worden opgezet dat voor de medewerkers duidelijk is welke eieren mogelijk besmet zijn en welke procedure daarmee gevolgd moet worden. Tevens moet uit de administratie afgeleid kunnen worden welke route in plaats en tijd de mogelijk besmette eieren hebben gevolgd, zodat duidelijk wordt of de verschillende protocollen voor handling juist zijn uitgevoerd.
4. Afvalverwerking
Afvalverwerking dient zo plaats te vinden dat geen besmetting van schone ruimtes of producten met het vuile afval kan plaatsvinden. Hiervoor dient duidelijk te zijn op welke wijze de kalkoenkuikenbroederij het afval opslaat, verwerkt en verwijderd.
Bijlage
V
Categorie-indeling voor logistiek broeden in de kalkoenkuikenbroederij
De ondernemer dient broedeieren in de kalkoenkuikenbroederij gescheiden te houden volgens onderstaande categorie-indeling:
1.
broedeieren afkomstig van niet met Salmonella besmette stalkoppels fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen die behandeld zijn geweest (vanaf de derde dag van de behandeling);
2.
broedeieren van met Salmonella besmette stalkoppels fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen, waarbij het verificatieonderzoek niet of nog niet is uitgevoerd of broedeieren van stalkoppels fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen, waarvan de behandeling net is ingezet (tot de derde dag);
3.
broedeieren van met Salmonella besmette stalkoppels fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen.