Besluit van bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren van 15 september 2011 tot uitwerking van de voorschriften inzake de bestrijding van Salmonella in vleeskalkoenbedrijven (Hygiënebesluit vleeskalkoenbedrijven (PPE) 2011)

Hygiënebesluit vleeskalkoenbedrijven (PPE) 2011

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren;

Besluit:

Hygiënogram

Artikel

2

Monsterneming in het kader van artikel 10 van de Verordening (reguliere monsterneming)

Artikel

3

De ondernemer neemt de monsters als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Verordening van een stalkoppel vleeskalkoenen binnen 21 dagen voordat dit stalkoppel van het vleeskalkoenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij. De ondernemer neemt deze monsters overeenkomstig het bepaalde in Bijlage I.

Detectie en serotypering in het kader van artikel 10 van de Verordening

Artikel

4

Melding uitslagen detectie en serotypering in het kader van artikel 10 van de Verordening

Artikel

5

Monsterneming in het kader van artikel 12 van de Verordening (officiële monsterneming)

Artikel

6

De voorzitter laat bij ten minste tien procent van de vleeskalkoenbedrijven één maal per kalenderjaar monsters als bedoeld in artikel 12 van de Verordening nemen.

Geldigheidsduur uitslagen detectie en serotypering

Artikel

7

De uitslagen van de detectie en de serotypering van de overeenkomstig Bijlage I genomen monsters zijn geldig gedurende zes weken vanaf de datum van de monsterneming.

Maatregelen bij een besmetting met Salmonella

Artikel

8

Nadat de ondernemer op grond van de uitslag van de serotypering als bedoeld in artikel 10 dan wel artikel 12 van de Verordening in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella bij een stalkoppel vleeskalkoenen, is de ondernemer verplicht om de maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de Verordening uit te voeren dan wel te laten uitvoeren (reiniging en ontsmetting, stalonderzoek, vangen en afvoeren van met Salmonella besmette stalkoppels vleeskalkoenen, onderzoek graan).

Stalonderzoek

Vangen en afvoeren van met Salmonella besmette stalkoppels vleeskalkoenen

Artikel

10

Nadat de ondernemer op grond van de uitslag van de serotypering als bedoeld in artikel 10 van de Verordening dan wel artikel 12 van de Verordening in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella bij een stalkoppel vleeskalkoenen, zorgt de ondernemer ervoor dat het betreffende stalkoppel gescheiden van de niet met Salmonella besmette stalkoppels wordt gevangen en gescheiden van het vleeskalkoenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.

Graan

Artikel

11

Bewaarplicht

Artikel

12

Slotbepaling

Artikel

13

Zoetermeer
B.J. Krouwel voorzitter B.M. Dellaert secretaris

Bijlage

I

Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters in het kader van het onderzoek naar Salmonella

Doel

Dit werkvoorschrift beschrijft het nemen van mestmonsters zoals is voorgeschreven in het kader van het onderzoek naar Salmonella bij vleeskalkoenen, binnen 21 dagen voor aflevering van een stalkoppel vleeskalkoenen aan de slachterij. De monsters worden genomen met behulp van overschoentjes door of in opdracht van de ondernemer (reguliere monsterneming) of op initiatief van de voorzitter van het productschap (officiële monsterneming).

Monsterneming met overschoentjes

Benodigdheden

  • 1.

    Twee paar steriele overschoentjes die voldoende vocht kunnen absorberen (geen plastic overschoentjes).

  • 2.

    Vloeistof (bv. 0,8% keukenzout + 0,1% pepton in steriel of gedeïoniseerd water)

  • 3.

    Steriele plastic zakken.

  • 4.

    Etiketten.

  • 5.

    Inzendformulier.

Aantal, soort en locatie te nemen mestmonsters

  • 1.

    Er dient per stal tweemaal bemonsterd te worden met een apart paar overschoentjes.

  • 2.

    Het monster moet evenredig verspreid over de stal verzameld worden. Elk paar overschoentjes moet circa 50% van de ruimte van de stal bestrijken.

Uitvoering monsterneming

  • 1.

    Was voor de monsterneming altijd uw handen.

  • 2.

    Bevochtig het oppervlak van de overschoentjes met de vloeistof.

  • 3.

    Trek in de stal over het staleigen schoeisel een paar overschoentjes aan.

  • 4.

    Loop een ronde door de stal waarbij ongeveer 50% van het staloppervlak meegenomen wordt.

  • 5.

    Doe de overschoentjes bij het verlaten van de stal in een steriele plastic zak.

  • 6.

    Per stal dienen twee paar overschoentjes te worden ingestuurd. De werkwijze moet dus worden herhaald.

  • 7.

    Per stal mogen de overschoentjes in één pot of zak naar het erkende laboratorium worden gestuurd.

  • 8.

    Sluit iedere zak direct na het vullen zorgvuldig.

  • 9.

    Voorzie de zak van een etiket met de volgende gegevens: datum van de monsterneming, stalnummer(s) en KIP-nummer.

Bij stalkoppels van minder dan honderd vleeskalkoenen, waarbij het niet mogelijk is overschoentjes te gebruiken omdat de stallen niet toegankelijk zijn, mogen de overschoentjes worden vervangen door handmonsters. In dat geval wordt het overschoentje over een handschoen gedaan en over met verse feces verontreinigde oppervlakken gewreven. Als dit niet uitvoerbaar is wordt in overleg met het productschap besloten tot het gebruik van wattenstaafjes/swabs.

Monsterneming met wattenstaafjes/swabs

Benodigdheden

  • 1.

    Steriele wattenstaafjes/swabs.

  • 2.

    Steriele plastic potten zonder binnendeksel of plastic zakken.

  • 3.

    Etiketten.

  • 4.

    Inzendformulier.

Aantal, soort en locatie te nemen mestmonsters

  • 1.

    Er dienen 30 monsters per stal te worden genomen met behulp van wattenstaafjes. Bij voorkeur moeten dit verse blindedarm-mestmonsters zijn. Indien deze niet of onvoldoende aanwezig zijn moet dit vervangen/aangevuld worden door cloacamonsters.

  • 2.

    De monsters dienen evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.

  • 3.

    Op deze wijze kan een Salmonella besmetting bij tenminste 10% van de dieren met 95% zekerheid worden aangetoond.

Uitvoering monsterneming

  • 1.

    Was voor de monsterneming altijd uw handen.

  • 2.

    Neem met behulp van een wattenstaafje het blindedarm-mestmonster (circa 1 gram mest) of cloaca monster (daarbij dient het wattenstaafje duidelijk zichtbaar besmeurd te worden).

  • 3.

    Zet het wattenstaafje in een plastic pot (per pot 15 wattendragers bij elkaar

  • 4.

    Breek het met de handen aangeraakte eind van het wattenstaafje af zonder het deel in de pot aan te raken.

  • 5.

    Verzamel op deze wijze 2 potten à 15 monsters.

  • 6.

    Wanneer gebruik wordt gemaakt van individueel in buisjes verpakte swabs, worden deze teruggeplaatst in de buisjes. Deze dienen in het laboratorium tot 2 monsters te worden verwerkt.

  • 7.

    Sluit iedere pot direct na het vullen zorgvuldig.

  • 8.

    Voorzie de pot van een etiket met de volgende gegevens: datum van de monsterneming, stalnummer(s) en KIP-nummer.

Verzending monsters

Bij de verzending van de monsters houdt de ondernemer of degene die de officiële monsterneming uitvoert zich aan het volgende:

  • 1.

    De monsters worden binnen 24 uur nadat zij zijn genomen verzonden naar een door de voorzitter voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.

  • 2.

    De monsters moeten zodanig zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zodanig zijn geadresseerd dat voor de transporteur en het ontvangend laboratorium geen verwarring ontstaat.

Inzendformulier

Elke inzending van monsters naar het voor detectie erkende laboratorium moet vergezeld gaan van een inzendformulier met ten minste de volgende, duidelijk leesbare, gegevens:

  • 1.

    Afzender (n.a.w. + KIP-nummer).

  • 2.

    Activiteit: vleeskalkoenen.

  • 3.

    Stalnummer (indien meerdere monsters in één zending worden verstuurd dan moet duidelijk worden aangegeven welk monster bij welke stal hoort).

  • 4.

    Koppelnummer (niet verplicht).

  • 5.

    Geboortedatum stalkoppel.

  • 6.

    Type monster.

  • 7.

    Type onderzoek: regulier (als bedoeld in artikel 10 van de Verordening) of officieel (als bedoeld in artikel 12 van de Verordening) + Salmonella.

  • 8.

    Monsternemer: kalkoenhouder / dierenarts / GD / HOSOWO-instantie / slachterij / broederij.

  • 9.

    Datum monsterneming.

Indien deze gegevens geheel of gedeeltelijk op een andere manier al bij het laboratorium bekend zijn, dan hoeven deze niet opnieuw te worden doorgegeven.

Laboratorium

Monsters dienen te worden gedetecteerd door een voor detectie erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella, te worden geserotypeerd op alle typen Salmonella door een voor serotypering erkend laboratorium. De ondernemer zorgt ervoor dat het monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd. Als het voor detectie erkende laboratorium niet tevens is erkend voor serotypering of het serotype Salmonella niet kan bepalen, dan zal dit laboratorium het monster verzenden naar een voor serotypering erkend laboratorium, zonder actieve tussenkomst van de ondernemer. De ondernemer dient daarom het voor detectie erkende laboratorium duidelijk opdracht te geven dat indien de detectie van een monster Salmonella aantoont, dit monster onverwijld wordt geserotypeerd.

Na ontvangst van de uitslag van het laboratorium meldt de ondernemer deze uitslag aan de voorzitter. Deze melding dient binnen één werkdag te gebeuren indien het Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium betreft. Uitslagen van overige serotypen Salmonella of een negatieve uitslag dient de ondernemer binnen tien werkdagen na ontvangst van het laboratorium aan de voorzitter te melden.

Bijlage

II

Werkvoorschrift voor de bemonstering van graan ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van Salmonella

Doel

Van ieder partij graan die op het vleeskalkoenbedrijf wordt opgeslagen, afkomstig van eigen teelt of rechtstreeks van een andere teler, dient de ondernemer een monster te bewaren wanneer de partij wordt opgeslagen. Indien bij een stalkoppel vleeskalkoenen een besmetting met Salmonella is aangetoond en de oorzaak van de besmetting is onbekend, dient de ondernemer het bewaarde monster graan op de aanwezigheid van Salmonella te laten onderzoeken.

Monsterneming graan

  • 1.

    Zorg voor deugdelijk bemonsteringsgereedschap (schepjes, monsterboren, emmertjes, zakjes) en gebruik steriele monsterzakken.

  • 2.

    Reinig gebruikt gereedschap voor en na elke monsterneming.

  • 3.

    Ga uit van schone, droge bemonsteringsmaterialen die het onderzoeksresultaat niet beïnvloeden. Zorg ook voor schone handen.

  • 4.

    Zorg voor een representatief monster uit de partij. Neem hiertoe meerdere ondermonsters (minimaal 5), verspreid over verschillende delen van de partij. Bij het lossen/laden van de partij verdient het aanbeveling om de ondermonsters gedurende deze totale lostijd/laadtijd te verzamelen.

  • 5.

    Zorg ervoor dat het totaal van de ondermonsters een voldoende hoeveelheid oplevert (minimaal 500 gram).

  • 6.

    Bemonster altijd in duplo.

  • 7.

    Zorg voor goede bewaaromstandigheden (droog, donker) en een goede sluiting van de monsterzak

  • 8.

    Zorg voor een duidelijke identificatie op het monster. Minimaal dient vastgelegd te worden:

    • datum bemonstering

    • naam product

    • partijgrootte

    • herkomst (eigen teelt, andere eigenaar)

    • plaats bemonstering (bij meerdere partijen per pluimveebedrijf)

Onderzoek

  • 1.

    Stuur de genomen monsters die bewaard zijn bij opslag naar een van de Labcode erkende laboratoria (Een lijst is beschikbaar bij het Productschap Diervoeder)

  • 2.

    De ondernemer dient de uitslag van het onderzoek bij het betreffende laboratorium op te vragen en op zijn bedrijf te bewaren.