Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 4 april 2012, houdende vaststelling van regels betreffende de toegankelijkheid van het openbaar vervoer

Regeling toegankelijkheid van het openbaar vervoer

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Infrastructuur en Milieu,

Besluiten:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

§

1

Definities en begrippen

Artikel

1.1:1

Artikel

1.1:2

§

2

Algemene bepalingen

Artikel

1.2:1

(nog niet opgenomen)

Hoofdstuk

2

Voertuigen

§

1

Bus

Artikel

2.1:2

Onverminderd artikel 2.1:1 heeft een bus ten minste één opstelplaats voor rolstoelen met de maximale afmetingen als bedoeld in richtlijn 2001/85/EG.

§

2

Tram

Artikel

2.2:1

§

3

Metro

Artikel

2.3:2

Een metrovoertuig heeft per rijtuig ten minste één opstelplaats voor hulpmiddelen met de maximale afmetingen als bedoeld in richtlijn 2001/85/EG.

§

4

Trein

Artikel

2.4:1

(nog niet opgenomen)

Hoofdstuk

3

Haltes en Stations

§

1

Haltes en stations voor bussen

Artikel

3.1:1

§

2

Haltes en stations voor tram

§

3

Haltes en stations voor metro

§

4

Haltes en stations voor trein

Hoofdstuk

4

Reisinformatie

Artikel

4.1

(nog niet opgenomen)

Hoofdstuk

5

Bejegening

Artikel

5.1

(nog niet opgenomen)

Hoofdstuk

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

6.1

Artikel

6.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toegankelijkheid van het openbaar vervoer.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.L.L.E.Veldhuijzen van Zanten-Hyllner
De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranus