Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 april 2012, nr. OWB/346807, houdende instelling van de Evaluatiecommissie Rathenau Instituut (Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Rathenau Instituut)
Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Rathenau Instituut
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
KNAW: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
Artikel
2
Instelling en taak
1
Er is een Evaluatiecommissie Rathenau Instituut.
2
De commissie heeft tot taak het evalueren van:
a.
de bijdrage van het Rathenau Instituut aan het maatschappelijk debat over vraagstukken die samenhangen met of het gevolg zijn van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en de maatschappelijke positie van het instituut;
b.
de bijdrage van het Rathenau Instituut aan de politieke oordeelsvorming over vraagstukken die samenhangen met of het gevolg zijn van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en meer specifiek over de bijdragen van het instituut aan Eerste en de Tweede Kamer van de Staten Generaal en het Europees parlement;
c.
de bijdrage van het Rathenau Instituut in het vergroten van het inzicht in de werking van het wetenschapssysteem en de bijdrage aan het wetenschapsbeleid en de politieke oordeelsvorming in beide Kamers der Staten-Generaal;
d.
de wetenschappelijke kwaliteit van het werk van het Rathenau Instituut waarmee rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat het instituut conform het Instellingsbesluit Rathenau Instituut alleen onderzoek kan verrichten of doet verrichten ten behoeve van de in artikel 3 van dat besluit genoemde taken; en
e.
de waarborging van de bijzondere positie van het Rathenau Instituut binnen de KNAW in verband met haar onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
Artikel
3
Instellingsduur
De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 mei 2012 en wordt opgeheven per 31 december 2012.
Artikel
4
Informatieplicht
De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.
Artikel
5
Leden
1
Tot leden van de commissie worden benoemd:
a.
mw. A. Jorritsma-Lebbink, tevens voorzitter;
b.
prof. dr. A.C. Hemerijck;
c.
prof. dr. E.A.M. Crone;
d.
M. van Calmthout;
e.
drs. R. Berloznik; en
f.
prof. dr. A. Webster.
2
De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, mevrouw dr. M.J.V. van Bogaert. De secretaris is geen lid van de commissie.
3
De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.
4
Bij tussentijds vertrek van een lid of de secretaris kan de minister een vervanger benoemen.
Artikel
6
Werkwijze
1
De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2
De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijk deskundigen.
Artikel
7
Eindrapport
De commissie brengt vóór 1 oktober 2012 haar eindrapport uit aan de minister.
De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.
Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt.
Artikel
9
Kosten van de commissie
1
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a.
de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;
b.
de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en
c.
de kosten voor publicatie van rapportages.
2
De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.
Artikel
10
Verantwoording
De commissie biedt de minister vóór 1 oktober 2012 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest. Desgewenst kan de commissie het eindverslag gelijktijdig met het eindrapport indienen.
Artikel
11
Openbaarmaking
Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.
Artikel
12
Intellectuele eigendom
De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectueel eigendom.
Artikel
13
Archiefbescheiden
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Personeel en Organisatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel
14
Inwerkingtreding
1
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2012. Indien de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 mei 2012, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 mei 2012.
2
Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2013.
Artikel
15
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Rathenau Instituut.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,H.Zijlstra