Regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 juni 2012, nr. 2012-200612, houdende instelling van een voorzieningenstelsel buitenlandtoelagen voor rechterlijke ambtenaren die buitengewoon verlof hebben in Nederland om in het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden tijdelijk werkzaam te zijn

Het Voorzieningenstelsel Buitenlandtoelagen Rechterlijke Ambtenaren (VBRA)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister:

    de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b.

    belanghebbende:

    de rechterlijk ambtenaar, aan wie buitengewoon verlof buiten bezwaar van ’s rijks schatkist is verleend in Nederland om tijdelijk in het Caribisch deel van het Koninkrijk voor de duur van langer dan een jaar werkzaam te zijn;

  • c.

    echtgenoot:

    echtgenoot volgens burgerlijk recht of de levenspartner met wie de niet gehuwde belanghebbende samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding, alsmede de geregistreerde partner;

  • d.

    gezin:

    belanghebbende en de niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot van de belanghebbende en de kinderen waarvoor aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of op een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten door één der ouders of, voor wat betreft de tegemoetkoming in de studiekosten, door het desbetreffende kind zelf; met gezin wordt gelijkgesteld de alleenstaande ouder die samenwoont met één of meer eigen kinderen;

  • e.

    gehuwde belanghebbende:

    belanghebbende die met één of meer van zijn gezinsleden samenwoont en een eigen huishouding voert in een woning, of een gedeelte daarvan, waarover de gezinsleden de vrije en zelfstandige beschikking hebben;

  • f.

    ongehuwde belanghebbende:

    iedere niet onder e bedoelde belanghebbende;

  • g.

    kind:

    het kind dat de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en ten aanzien van wie voor minimaal één van de ouders volgens Nederlandse wetgeving de onderhoudsplicht geldt.

  • h.

    metterwoon gevestigd:

    het daadwerkelijk wonen, zodanig dat de gezinsleden er het merendeel van de tijd de nacht doorbrengen, de maaltijden gebruiken en over het algemeen aldaar het leefpatroon hebben dat de gezinsleden volgens algemeen aanvaarde normen gewoonlijk op het huisadres plegen te hebben;

  • i.

    verblijf van de belanghebbende:

    De belanghebbende verblijft in een gebied buiten Nederland, indien hij voor een tijdvak van langere duur dan één jaar in dat gebied is gevestigd;

  • j.

    verblijf van het gezin in het gebied buiten Nederland:

    Het verblijf van de gezinsleden van de belanghebbende in een gebied buiten Nederland wordt uitsluitend in aanmerking genomen, indien de gezinsleden aldaar metterwoon zijn gevestigd en ter zake van dat verblijf is voldaan aan door de Minister bepaalde regels;

  • k.

    aanvang, einde en duur van het verblijf:

    • 1.

      het verblijf van de belanghebbende en van een of meer gezinsleden in een gebied buiten Nederland vangt aan op de aanstellingsdatum genoemd in het aanstellingsbesluit van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, het Koninklijk Besluit in het geval van de staande Magistratuur in Caribisch Nederland dan wel in het Landsbesluit van het Land van verblijf of indien dit later is de dag van aankomst bij een grensovergang, in de eerste haven of op het eerste vliegveld aldaar;

    • 2.

      onverminderd het derde tot en met het vierde lid eindigt het verblijf van de belanghebbende en van een of meer gezinsleden in een gebied buiten Nederland op de einddatum genoemd in het Koninklijk Besluit of het Landsbesluit of indien dat eerder is op de dag van vertrek van een grensstation of -overgang, uit de laatste haven of van het laatste vliegveld aldaar;

    • 3.

      de aanspraak van de belanghebbende in een gebied buiten Nederland op de toelagen als genoemd onder artikel 3.1 eindigt, indien hij het gebied van verblijf voor een tijdvak van langere duur dan zestig achtereenvolgende dagen onderbreekt;

    • 4.

      indien de gehuwde belanghebbende bij eindiging van zijn verblijf in een gebied buiten Nederland zijn gezinsleden daar moet achterlaten, om reden van medische noodzaak of het afleggen van een afsluitend eindexamen van het middelbare schooljaar van het kind van de belanghebbende, kan hij niettemin in het genot van de buitenlandtoelage, de verhoging daarvan en de overige voorzieningen ter zake van die plaatsing in dat gebied blijven;

  • l.

    bezoldiging:

    het bruto salaris behorende bij één van de categorieën, genoemd in artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijk ambtenaren, waarin de belanghebbende, voorafgaand aan het buitengewoon verlof buiten bezwaar van ’s rijks schatkist, bij zijn Nederlandse werkgever laatstelijk is ingedeeld, inclusief de eventuele jaarlijkse periodieke verhogingen, vermeerderd met de in de pensioengrondslag opgenomen toelagen of vergoedingen;

  • m.

    Standaard Netto Nederland (SNN):

    Het SNN is geen loon, maar de berekening van de grondslag voor een aantal vergoedingen in dit voorzieningenstelsel en wordt vastgesteld door het bedrag van de bezoldiging te verminderen met:

    • het werknemersdeel van de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen;

    • het werknemersdeel van de premie voor het bovenwettelijk arbeidsongeschiktheidspensioen, zonder rekening te houden met een eventueel door de rechterlijk ambtenaar gekozen verlaging van die premie;

    • het werknemersdeel van de premie flexibel pensioen en uittreden overgangspremie VPL;

    • het werknemersdeel van de inhouding inzake werkloosheid;

    • de loonheffing en

    • de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet;

    • en te vermeerderen met:

    • voor de gehuwde belanghebbende, de algemene heffingskorting;

    • de werknemersvergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;

    en te vermenigvuldigen met:

    de factor 1,14

    Bij de vaststelling van het Standaard Netto Nederland wordt geen rekening gehouden met een individuele afwijking als gevolg van:

    • een in te houden premie voor een Invaliditeitspensioen Aanvullingsplan;

    • een in te houden premie voor aanvullend nabestaanden pensioen;

    Het Standaard Netto Nederland betreft het bestendige Nederlandse salaris.

  • n.

    koopkrachtcomponent:

    het door de Minister vastgestelde percentage van het Standaard Netto Nederland dat beoogt de koopkracht te behouden van een voor Nederland representatief geacht pakket van goederen en diensten van betrokkene en in voorkomend geval van zijn gezin;

  • o.

    verplaatsingscomponent

    een door de Minister vastgesteld (nominaal) bedrag als tegemoetkoming in de kosten die het gevolg zijn van een verblijf in een gebied buiten Nederland. Het betreft een tegemoetkoming voor kosten als gevolg van:

    • 1.

      het verlies van schooljaren van de kinderen, zowel bij plaatsing in een gebied buiten Nederland als bij terugkeer, waardoor zij langer ten laste van de ouders blijven;

    • 2.

      het niet mogen of kunnen werken van de echtgeno(o)t(e) en de kinderen van de belanghebbende, al dan niet op grond van wettelijke verplichtingen, en de daaruit voortvloeiende derving van inkomsten en de kleinere kans op werk voor de echtgeno(o)t(e) bij terugkeer in Nederland;

    • 3.

      het worden geconfronteerd met een taal die men niet beheerst wat in de beginperiode van het verblijf buiten Nederland leidt tot meerkosten, door het meer betalen dan nodig is voor goederen en diensten (economisch handelen);

    • 4.

      het bezit van een woning, met de daaraan verbonden kosten bij verkoop of verhuur (makelaarskosten bij verkoop of verhuur, verlies bij verkoop);

    • 5.

      de confrontatie met een hogere huur bij terugkeer uit een gebied buiten Nederland;

    • 6.

      de kosten die het gevolg zijn van de afstand tussen het land van verblijf en het thuisland waar de achtergebleven familieleden verblijven (extra reis- en verblijfkosten bij bezoeken van en bij de familie);

    • 7.

      kosten als gevolg van de extra sociale verplichtingen in het land van verblijf;

    • 8.

      meerkosten als gevolg van het voeren van een éénpersoonshuishouding;

  • p.

    verblijfscomponent:

    het door de Minister vastgesteld percentage van het Standaard Netto Nederland dat beoogt een tegemoetkoming te zijn voor de kosten die voortvloeien uit de verschillen in verblijfsomstandigheden tussen Nederland en het land van verblijf;

  • q.

    berekeningsbasis:

    het twaalfvoud van de bezoldiging, volgens dit artikel onder l. die betrokkene zou hebben genoten op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie- en eindejaarsuitkering en in voorkomende gevallen verhoogd met de toelage wegens verblijf in een gebied buiten Nederland;

  • r.

    gebied buiten Nederland:

    een gebied binnen het Koninkrijk, dat buiten het Europese deel daarvan is gelegen;

  • s.

    duurtecorrectie:

    de component die aangeeft hoeveel procent het inkomen moet worden gecorrigeerd om het Nederlandse bestedingsniveau in stand te houden in het land van verblijf;

Artikel

1.2

Samenloop

Hoofdstuk

2

Medische keuring

Artikel

2.1

Hoofdstuk

3

Buitenlandtoelage

Artikel

3.1

Toelagen

Verandering toelagen

Artikel

3.2

Hoofdstuk

4

Voorzieningen bij start en beëindiging van het verblijf

Verhuiskostenvergoeding

Artikel

4.1

Artikel

4.2

Tegemoetkoming reiskosten woon/werk verkeer

Artikel

4.3

De belanghebbende heeft bij de reis naar het gebied van verblijf en bij terugkeer naar Nederland voor elk lid van zijn gezin tevens aanspraak op vergoeding van bagage tot ten hoogste 10 kg (begeleide) of tot ten hoogste 20 kg vracht als (onbegeleide) bagage. Deze hoeveelheden hebben betrekking op het gewicht dat komt boven op het door de betrokken luchtvaartmaatschappij vastgestelde gewicht aan bagage vrijdom dat bij het vervoer is inbegrepen.

Artikel

4.4

De totale kosten voor verzekering van het transport van de inboedel, de extra begeleide en onbegeleide bagage, bedoeld in artikel 9 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 hebben betrekking op een verzekerde waarde van ten hoogste € 71.760. Dit bedrag wordt tweejaarlijks bijgesteld aan de hand van de verandering van het consumentenprijsindexcijfer ter zake.

Artikel

4.5

Bij de reis naar het gebied van verblijf en bij terugkeer naar Nederland van de belanghebbende worden de kosten van vervoer bedoeld in artikel 9 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 voor de belanghebbende en zijn gezin vergoed tot maximaal de kosten van een vliegticket voor een enkele reis via de kortste route van Nederland naar het land van tewerkstelling of omgekeerd op basis van de goedkoopste (economy) klasse van vervoer.

Uitrustingskosten en huurauto

Artikel

4.6

Tijdelijke huisvesting

Artikel

4.7

Artikel

4.8

De vergoedingen genoemd in hoofdstuk 4 worden toegekend als aanvulling op de aanspraak die de belanghebbende kan maken op grond van de circulaire van 21 februari 1978, nr. 6942/PZ van het voormalig land de Nederlandse Antillen met betrekking tot de uit- en terugzendingsvoorwaarden geldig voor uitgezonden en gedetacheerde ambtenaren, dan wel het overzicht van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba van 14 juni 1989, behorende bij de circulaire van het Bestuurscollege van Aruba van 17 september 1975, no. PZ/5047.

Daarbij wordt geacht dat het totaal van de vergoedingen van de landen en de vergoedingen volgens hoofdstuk 4 de in hoofdstuk 4 genoemde maximumbedragen niet overschrijden.

Hoofdstuk

5

Voorzieningen bij verblijf in een gebied buiten nederland

Huisvesting en woonlasten

Artikel

5.1

Onderwijskosten

Artikel

5.2

Hoofdstuk

6

Familiebezoek- en gezinsherenigingsreizen

Artikel

6.1

Hoofdstuk

7

Ziekte, ongeval en overlijden

Artikel

7.1

De belanghebbende is verplicht elk geval van ziekte of ongeval van hemzelf terstond ter kennis van de Minister te brengen, indien de ziekte of het ongeval van zodanige aard is, dat hij naar verwachting langer dan een maand arbeidsongeschikt zal zijn.

Artikel

7.2

Indien de Minister in geval van ziekte of ongeval van de belanghebbende na overleg met de autoriteiten van het land waar de belanghebbende tewerk is gesteld en na ter zake advies te hebben ontvangen van de bedrijfsgeneeskundige dienst van het desbetreffende land, van oordeel is dat een langer verblijf van de belanghebbende in het gebied buiten Nederland niet langer verantwoord, raadzaam of van nut is, neemt hij de maatregelen tot terugkeer naar Nederland van de belanghebbende en zijn gezin, indien hij zodanige omstandigheden noodzakelijk acht. De daaruit voortvloeiende kosten, met uitzondering van die waarvan het risico verzekerd is, worden door het Rijk vergoed.

Artikel

7.3

Indien de belanghebbende met zijn gezin in het land van plaatsing buiten Nederland verblijft worden bij overlijden van de belanghebbende de toelagen, bedoeld in artikel 3.2 en artikel 5.1, aan de achtergebleven echtgenoot of kinderen doorbetaald tot uiterlijk drie maanden na de datum van overlijden of zoveel eerder dat het gezin naar Nederland is teruggekeerd.

Artikel

7.5

Artikel

7.6

Bij repatriëring van de belanghebbende of een van diens gezinsleden wegens ziekte of ongeval wordt de aanspraak op de toelagen, bedoeld in hoofdstuk 3 – rekening houdend met de nog lopende kosten in verband met zijn verblijf in het land van plaatsing – door de Minister nader beoordeeld en vastgesteld.

Hoofdstuk

8

Overige rechten en verplichtingen

Artikel

8.1

Artikel

8.2

Indien de belanghebbende aanspraak maakt op vergoedingen, tegemoetkomingen of gewijzigd loon van een andere dan de Nederlandse overheid die verband houdt met de uitoefening van de functie of de beëindiging van het verblijf, dient hij dit onmiddellijk bij de Minister te melden en de door de Minister betaalde vergoedingen, tegemoetkomingen of loon terug te betalen tot maximaal het bedrag dat hij van die andere dan de Nederlandse overheid heeft ontvangen, voor zover door de Minister met dergelijke aanspraken niet reeds rekening is gehouden.

Hoofdstuk

9

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

9.1

Voor zover in dit Voorzieningenstelsel niet anders is bepaald, vervallen de uit deze regeling voortvloeiende rechten op vergoedingen indien daarop binnen een termijn van één jaar na het eindigen van de plaatsing geen beroep is gedaan.

Artikel

9.2

Artikel

9.3

Artikel

9.4

Deze regeling wordt aangehaald als: Het Voorzieningenstelsel Buitenlandtoelagen Rechterlijke Ambtenaren (VBRA)

Artikel

9.5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot 1 april 2012.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.W.E.Spies

Bijlage

1

Tabel 1

Curaçao

Gehuwd gezin aldaar

–3,57071

0,59786

712,31

Ieder kind aldaar

272,36

Gehuwd gezin niet aldaar

0,29893

439,96

Ongehuwd

0,29893

670,41

Aruba

Gehuwd gezin aldaar

2,87155

0,51024

712,31

Ieder kind aldaar

272,36

Gehuwd gezin niet aldaar

0,25512

439,96

Ongehuwd

0,25512

670,41

St. Maarten

Gehuwd gezin aldaar

–6,43393

0,56077

712,31

Ieder kind aldaar

272,36

Gehuwd gezin niet aldaar

0,28039

439,96

Ongehuwd

0,28039

670,41

Bonaire

Gehuwd gezin aldaar

–3,27226

0,65968

712,31

Ieder kind aldaar

272,36

Gehuwd gezin niet aldaar

0,32984

439,96

Ongehuwd

0,32984

670,41

St. Eustatius

Gehuwd gezin aldaar

–7,19924

0,59454

712,31

Ieder kind aldaar

272,36

Gehuwd gezin niet aldaar

0,29727

439,96

Ongehuwd

0,29727

670,41

Saba

Gehuwd gezin aldaar

–7,19924

0,74797

712,31

Ieder kind aldaar

272,36

Gehuwd gezin niet aldaar

0,37399

439,96

Ongehuwd

0,37399

670,41

Bijlage

2

Tabel 1. Verhoging buitenlandtoelage (indien het kind verblijft in het gebied van plaatsing) (ad art. 3.1, onderdeel 3a VBRA)

Bedragen per: inwerkingtreding regeling

Binnen de keerkringen

€ 53,72

€ 76,12

Tabel 2. Verhoging buitenlandtoelage (indien het kind niet verblijft in het gebied van plaatsing) ( ad art. 3.1, onderdeel 3b VUBZK)

Bedragen per: inwerkingtreding regeling

€ 285,02

€ 224,67

Bijlage

3

Uitrustingskosten ad Artikel 4.6

De tegemoetkoming in de uitrustingskosten bij plaatsing in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba bedraagt per datum inwerkingtreding van deze regeling:

  • a.

    voor de belanghebbende: € 717,61

  • b.

    voor de echtgenoot: € 717,61

  • c.

    voor elk kind: € 153,77

De tegemoetkoming in de uitrustingskosten wordt niet toegekend bij verhuizing binnen het land van plaatsing in een gebied buiten Nederland.

Bijlage

4

Woonlasten ad artikel 5.1 tweede lid

A. De huurplafonds bedragen:

Aruba

Af 3330

Curaçao

Naf 3108

Sint Maarten

USD 2622

Bonaire

USD 1770

Sint Eustatius

USD 2622

Saba

USD 2622

B. Huurplafonds ongehuwde belanghebbende:

Aruba

Af 2997

Curaçao

Naf 2775

Sint Maarten

USD 2280

Bonaire

USD 1570

Sint Eustatius

USD 2280

Saba

USD 2280