Wet van 28 juni 2012 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties

Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs, enz. (onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de onderwijskwaliteit wenselijk is de regeling voor de onderwijstijd in het voortgezet onderwijs te herzien, de regelingen voor de vaststelling van vakanties in het primair onderwijs en in het voortgezet onderwijs eveneens te herzien en deze laatste tevens onderling te harmoniseren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

IVc

Eerdere inwerkingtreding maatschappelijke stage

Wijzigt deze wet.

Artikel

IVd

Latere inwerkingtreding maatschappelijke stage

Wijzigt de Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs (invoering maatschappelijke stage voortgezet onderwijs) (Kst. 32531).

Artikel

IVe

Eerdere inwerkingtreding versterking positie leraren

Wijzigt deze wet.

Artikel

IVf

Latere inwerkingtreding versterking positie leraren

Wijzigt de Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz. (versterking positie personeel dat is belast met het geven van onderwijs) (Kst. 32396).

Artikel

V

Evaluatie

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel

VI

Inwerkingtreding

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten