Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
experiment: het experiment integraal dagarrangement, bedoeld in artikel 2 van het besluit.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
experiment: het experiment integraal dagarrangement, bedoeld in artikel 2 van het besluit.
Een samenwerkingsverband dat wil deelnemen aan het experiment:
dient daartoe voor 1 april 2014 een aanvraag in bij de minister; en
start uiterlijk bij het begin van het schooljaar 2014–2015 met het aanbieden van een integraal dagarrangement.
De aanvraag wordt ingediend door middel van een formulier dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling en beschikbaar is op www.rijksoverheid.nl/.
Bij de aanvraag verklaart een samenwerkingsverband dat het:
de deelname aan het experiment zal uitvoeren overeenkomstig het kwaliteitsplan en het financieel plan;
meldt als er wijzigingen optreden die relevant zijn of redelijkerwijs relevant kunnen zijn;
deelneemt aan de monitor en de evaluatie; en
deelneemt aan periodieke bijeenkomsten voor de deelnemers aan het experiment waarbij het uitwisselen van ervaringen en het leren van elkaar centraal staat.
Uit het document, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, waaruit de samenwerkingsvisie blijkt, blijkt tevens dat de basisschool en het kindercentrum ten tijde van het indienen van de aanvraag al feitelijk samenwerken.
Het document, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van het besluit omvat in ieder geval een berekening op basis van het rekenmodel dat als bijlage 2 is opgenomen bij deze regeling en beschikbaar is op www. rijksoverheid.nl/.
Een samenwerkingsverband waarvan de basisschool subsidie ontvangt op basis van de Subsidieregeling onderwijstijdverlenging basisonderwijs (Stcrt. 2009, 77) wordt uitgesloten van deelname aan dit experiment.
GGD-Nederland beoordeelt het document, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van dit besluit aan de hand van een door de GGD in de plaats van vestiging van het samenwerkingsverband gedane beoordeling.
Het Landelijk Steunpunt Brede Scholen beoordeelt de financiële en organisatorische haalbaarheid op basis van het document, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van het besluit.
Vervallen
Samenwerkingsverbanden die mogen deelnemen aan het experiment kunnen tot 1 juli 2016 een integraal dagarrangement aanbieden.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van het tijdstip waarop het Besluit integraal dagarrangement vervalt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling experiment integraal dagarrangement.
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
Dit aanmeldingsformulier dient volledig ingevuld en voorzien van alle gevraagde bijlagen voor 1 april 2014 ingediend te zijn bij:
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Directie Kinderopvang
o.v.v. aanmelding deelname experiment integraal dagarrangement
Postbus 90801
2509 LV Den Haag
|
Nummer bevoegd gezag |
|
|
Naam bevoegd gezag |
|
|
Naam school |
|
|
Straat en huisnummer |
|
|
Postcode en plaats |
|
Achternaam |
|
|
Voorletter(s) |
|
|
Telefoonnummer |
|
|
E-mailadres |
|
De oudergeleding en de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad hebben ingestemd met het aanbieden van een integraal dagarrangement. Dit blijkt uit het document dat als bijlage is bijgevoegd. |
|
Registratienummer Landelijk Register |
|
|
Naam houder |
|
|
Naam buitenschoolse opvang |
|
|
Straat en huisnummer bso |
|
|
Postcode en plaats |
|
Achternaam |
|
|
Voorletter(s) |
|
|
Telefoonnummer |
|
|
E-mailadres |
|
De oudercommissie van het kindercentrum heeft bij meerderheid van stemmen ingestemd met het aanbieden van een integraal dagarrangement. Dit blijkt uit het document dat als bijlage is bijgevoegd. |
|
De ondernemingsraad van het kindercentrum heeft ingestemd met het aanbieden van een integraal dagarrangement. Dit blijkt uit het document dat als bijlage is bijgevoegd. |
De bij onderdeel 2 genoemde basisschool en het in onderdeel 4 genoemde kindercentrum verklaren:
samen te werken en gezamenlijk een integraal dagarrangement aan te willen bieden;
mee te zullen werken aan onderzoeken in het kader van het experiment;
zich te houden aan de voorwaarden zoals opgenomen in het kwaliteitsplan en het financiële plan;
te melden als er wijzigingen optreden die relevant zijn of redelijkerwijs kunnen zijn;
deel te nemen aan een monitor en evaluatie;
deel te nemen aan periodieke bijeenkomsten voor de deelnemers aan het experiment waarbij het uitwisselen van ervaringen en het leren van elkaar centraal staat.
|
Achternaam tekenbevoegde namens bevoegd gezag |
|
|
Voorletter(s) tekenbevoegde namens bevoegd gezag |
|
|
Datum |
|
|
Handtekening |
|
Achternaam houder |
|
|
Voorletter(s) houder |
|
|
Datum |
|
|
Handtekening |
Document waaruit blijkt dat ten tijde van de indiening van dit formulier de basisschool en het kindercentrum al samenwerken en zij een samenwerkingsvisie delen. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een convenant, een gezamenlijk pedagogisch kader, een schoolgids of een vergelijkbaar document.
Kwaliteitsplan.
Financieel plan.
Rooster.
Document waaruit blijkt dat aan de Wet medezeggenschap op scholen is voldaan.
Document waaruit blijkt dat aan de Wet op de ondernemingsraden is voldaan.
Document waaruit blijkt dat de oudercommissie van het kindercentrum met meerderheid van stemmen heeft ingestemd.
Als voorwaarde voor deelname aan het experiment is gesteld dat de overheidsbijdrage aan kinderopvangtoeslag bij deelname aan het experiment per samenwerkingsverband niet hoger mag zijn dan de overheidsbijdrage in de uitgangssituatie.
De eerste tabel berekent, door het invullen van de licht roze cellen, de uurprijs die in het experiment gehanteerd dient te worden.
Omdat de overheidsuitgaven per bso-dag niet bekend zijn bij het kindercentrum wordt in het rekenmodel uitgegaan van een toeslagpercentage van 63%. Dit is het gewogen gemiddelde toeslagpercentage in de buitenschoolse opvang.
Met de tweede tabel wordt inzichtelijk wat het resultaat is voor het kindercentrum als gevolg van de nieuwe uurprijs en het nieuwe aantal uren en welke andere middelen het kindercentrum eventueel inzet om minimaal quitte te spelen.
In deze tabel dienen de gegevens ingevuld te worden over het aantal deelnemende kinderen en het gebruik van de bso (per uur, dag en week) en de uurprijs in de huidige situatie. Ter illustratie is in de hierna opgenomen tabel 1 een voorbeeld opgenomen.
Vervolgens moet inschatting worden gemaakt van het aantal deelnemende kinderen en het gebruik van bso (per uur, dag en week) in het experiment.
Op basis van deze gegevens wordt in de tabel de nieuwe uurprijs berekend.
Het gaat in de huidige situatie uitsluitend om gegevens van kinderen die bso afnemen bij het kindercentrum dat de bso ook in het experiment zal verzorgen.
|
Aantal kinderen in bso/experimentgroep |
100 |
100 |
|
Gemiddeld aantal bso-uren per kind per dag |
4,5 |
6 |
|
Gemiddeld aantal bso-dagen per kind per week |
2,5 |
4 |
|
Aantal weken |
40 |
40 |
|
Toeslagpercentage |
63% |
63% |
|
Uurprijs |
€ 6,02 |
€ 2,78 |
|
Gemiddelde kosten per kind voor de overheid |
€ 1.681 |
€ 1.681 |
In deze tabel wordt automatisch de opbrengst van het kindercentrum voor en na het experiment berekend aan de hand van tabel 1. Ter illustratie is in de hierna opgenomen tabel 2 een voorbeeldberekening opgenomen.
Het kindercentrum dient zijn kosten voor en na het experiment zelf in te vullen. Een toelichting bij de kosten in de huidige situatie en de experimentsituatie kan in het tekstvak onder de tabel aangegeven worden. Het gaat hierbij alleen om de kosten voor de groep kinderen die deelneemt aan het experiment in de huidige situatie en in de experimentsituatie.
Ook kan worden aangegeven welke andere middelen worden ingezet om minimaal quitte te spelen. Gedacht kan worden aan:
middelen onderwijs: vanuit het onderwijs kunnen de middelen voor tussenschoolse opvang (vanuit de lumpsum) worden ingezet.
middelen gemeente: bijvoorbeeld middelen voor naschoolse activiteiten en brede schoolontwikkeling.
|
Opbrengst kindercentrum |
€ 270.900 |
€ 266.850 |
|
Kosten kindercentrum |
€ 270.900 |
€ 270.900 |
|
Verschil |
€ – |
€ 4.050– |
|
Middelen onderwijs |
€ 2.000 |
|
|
Middelen kinderopvang |
||
|
Middelen gemeente |
€ 2.050 |
|
|
Overige middelen |
||
|
Resultaat kindercentrum van de experimentgroep |
€ – |
€ 0– |
|
Toelichting: |