Artikel
1
1
In deze verordening en de daarop rustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van artikel 2 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw.
2
Deze verordening verstaat onder:
|
a. |
Het productschap |
: |
het Productschap Tuinbouw; |
|
b. |
Voorzitter |
: |
voorzitter van het productschap; |
|
c. |
commissie |
: |
sectorcommissie boomkwekerijproducten; |
|
d. |
ondernemer |
: |
de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld; |
|
e. |
aardappelplanten |
: |
planten van de soort Solanum tuberosum; |
|
f. |
aardappelmoeheid |
: |
aanwezigheid van aardappelcysteaaltjes Globodera rostochiensis (Stone) of Globodera pallida (Wollenweber) met levende inhoud (larven en eieren); |
|
g. |
bestuur |
: |
bestuur van het productschap; |
|
h. |
teeltmateriaal |
: |
planten en plantendelen, die bestemd zijn om voor de teelt van gewassen of ter vermeerdering te dienen dan wel daartoe gebruikt worden, waarmee aardappelcysteaaltjes kunnen worden verspreid; |
|
i. |
keuringsdienst |
: |
Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw), Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaigoed en pootgoed van landbouwgewassen (NAK), Bloembollenkeuringsdienst (BKD), dan wel een andere tot het afgeven van certificaten, verklaringen van goedkeuring of beoordelingsrapporten bevoegde dienst of instelling in een andere EU-lidstaat; |
|
j. |
perceel |
: |
een ononderbroken oppervlakte grond, in eigendom of in gebruik bij een onderneming, waarop één soort gewas geteeld wordt; |
|
k. |
boomkwekerij- gewassen en vaste planten |
: |
winterharde en half-winterharde houtgewassen, vaste planten en vaste planten en wortelstokken, uitgezonderd de gewassen die gerekend worden tot de bloembollensector en als zodanig worden genoemd in bijlage II van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007. |