Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 5 december 2012, nr. IENM/BSK-2012/241275, houdende vaststelling beleidsregels voor de sturing van en het toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster (Beleidsregels sturing van en toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster)

Beleidsregels sturing van en toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster

§

1

Algemene bepalingen

§

2

Bestuur van de Dienst

Artikel

2

Goedkeuring bestuursreglement

Bij de goedkeuring van het bestuursreglement op grond van artikel 11 Kaderwet juncto artikel 9 van de wet bekijkt de minister in ieder geval of ten aanzien van de hierna volgende onderwerpen bepalingen zijn opgenomen:

  • a.

    een nadere omschrijving van de taken van de leden van het bestuur;

  • b.

    nadere bepaling van de bevoegdheden binnen het bestuur;

  • c.

    de schriftelijke goedkeuring van diverse besluiten door de raad van toezicht;

  • d.

    de besluitvorming in en buiten de vergadering;

  • e.

    de notulen van de vergadering;

  • f.

    het hebben en melden van nevenfuncties aan de raad van toezicht;

  • g.

    de handelwijze in geval van tegenstrijdige belangen van een lid van het bestuur.

Artikel

3

Procedure benoeming nieuwe leden bestuur

Artikel

4

Procedure herbenoeming leden bestuur

Artikel

5

Schorsing en ontslag van het bestuur

Voorafgaand aan schorsing of ontslag van de leden van het bestuur informeert de minister de raad van toezicht over zijn voornemen.

Artikel

6

Bezoldiging bestuur

Ten behoeve van het vaststellen van de bezoldiging van het bestuur conform artikel 14, tweede lid, van de Kaderwet, verzoekt de minister de raad van toezicht om een voorstel voor de bezoldiging van het bestuur op te stellen, rekening houdend met de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. De raad van toezicht kan binnen een door de minister vastgestelde marge jaarlijks een variabele component toekennen aan de directie, afhankelijk van de prestaties en de realisatie van vooraf tussen de raad van toezicht en het bestuur overeengekomen doelen. Die marge blijft binnen de grenzen die de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector stelt.

§

3

Raad van toezicht van de Dienst

Artikel

7

Reglement van de raad van toezicht

Bij de goedkeuring van het reglement van de raad van toezicht op grond van artikel 14, tweede lid, van de wet bekijkt de minister in ieder geval of ten aanzien van de hierna volgende onderwerpen bepalingen zijn opgenomen:

  • a.

    een nadere omschrijving van de taken van de leden van de raad van toezicht;

  • b.

    een nadere bepaling van de bevoegdheden van en binnen de raad van toezicht;

  • c.

    de besluitvorming in en buiten de vergadering;

  • d.

    de notulen van de vergadering;

  • e.

    de handelwijze in geval van tegenstrijdige belangen van een lid van de raad van toezicht;

  • f.

    de instelling en werkwijze van commissies zoals een auditcommissie.

Artikel

8

Benoeming nieuwe leden raad van toezicht

Artikel

9

Procedure herbenoeming leden raad van toezicht

§

4

Financieel toezicht

Artikel

10

Tarieven voor taken of strategische eenheden op grond van artikel 3 van de Kadasterwet

Artikel

11

Tarieven voor andere opgedragen taken, voor zover deze taken niet mede een andere basis hebben in of krachtens een wet

Artikel

12

Inhoud tarievenvoorstel

Artikel

13

Begroting

Artikel

14

Meerjarenbeleidsplan

§

5

Taakuitoefening

Artikel

15

Risicoprofiel en kernprestatie-indicatoren

Artikel

16

Oordeelsvorming

De minister vormt zich een oordeel over de kwaliteit van de taakuitoefening van de Dienst. Daarbij baseert hij zich onder meer op:

  • a.

    de bevindingen voortvloeiend uit de in artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen;

  • b.

    de regelmatig door de Dienst gehouden klant- en medewerkerstevredenheidsonderzoeken;

  • c.

    de kernprestatie-indicatoren zoals bedoeld in artikel 15.

§

6

Opdracht tot en inkadering van taken en activiteiten

Artikel

17

Instemmingstoets minister

§

7

Overige onderwerpen

Artikel

18

Evaluatie conform artikel 39 van de Kaderwet

Artikel

19

Citeertitel

Deze regels worden aangehaald als: Beleidsregels sturing van en toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster.

Artikel

20

Inwerkingtreding

Deze regels treden in werking op 1 januari 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.