Regeling Beroepservaringperiode

Het bestuur van het bureau architectenregister,
Gezien de goedkeuring van de Minister voor Wonen en Rijksdienst d.d. 5 december 2012, de Minister van Economische Zaken d.d. 10 december 2012 en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 5 december 2012;

Besluit:

Hoofdstuk

I

Definities

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet op de architectentitel;

  • b.

    register: architectenregister als bedoeld in artikel 2 van de wet;

  • c.

    bureau architectenregister: bureau architectenregister als bedoeld in artikel 2a van de wet;

  • d.

    architect: in het register als zodanig ingeschreven architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect;

  • e.

    beroepservaringperiode: periode als bedoeld in artikel 12e van de wet;

  • f.

    kandidaat: persoon die de beroepservaringperiode doorloopt;

  • g.

    mentor: architect, blijkens inschrijving in het register ten minste drie jaar beroepsmatig werkzaam in de discipline van de desbetreffende kandidaat, onder wiens begeleiding de kandidaat het beroep van architect uitoefent;

  • h.

    geïntegreerd beroepservaringprogramma: tweejarig programma waarin werken onder begeleiding van een mentor en het volgen van beroepservaringmodules door één aanbieder worden verzorgd;

  • i.

    beroepservaringmodules: trainingen, cursussen en andere bijeenkomsten die zijn gericht op de ontwikkeling van de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.

Hoofdstuk

II

Doel en inhoud van de beroepservaringperiode

Artikel

2

Artikel

3

Hoofdstuk

III

Commissie beroepservaringperiode

Artikel

4

Hoofdstuk

IV

Begin van de beroepservaringperiode

Artikel

5

Artikel

6

De kandidaat werkt gedurende de beroepservaringperiode op het bureau waar de mentor werkzaam is of met een mentor die elders werkzaam is.

Artikel

7

Artikel

8

Bij de in artikel 7 bedoelde aanmelding dient de kandidaat een door hem opgesteld persoonlijk ontwikkelingsplan in, waarin staat beschreven hoe hij zijn beroepservaringperiode zal inrichten om te bewerkstelligen dat hij aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.

Artikel

9

Artikel

10

Voor de aanvang van de beroepservaringperiode vindt een startgesprek plaats tussen de kandidaat en de commissie beroepservaringperiode waarin het in artikel 8 bedoelde persoonlijk ontwikkelingsplan van de kandidaat wordt besproken en, indien dit naar het oordeel van de commissie noodzakelijk is, wordt aangepast.

Hoofdstuk

V

Verloop van de beroepservaringperiode

§

1

Logboek en evaluaties

Artikel

11

De kandidaat houdt tijdens de beroepservaringperiode een logboek bij, waarin hij zijn ontwikkelingen van de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur of interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling, beschrijft.

Artikel

12

§

2

Tussentijds einde en opschorting

Artikel

13

Artikel

14

§

3

Verplichtingen mentor en kandidaat

Artikel

15

Artikel

16

§

4

Geschillen tussen mentor en kandidaat

Artikel

17

Het bureau architectenregister, althans een door hem aan te wijzen persoon of in te stellen geschillencommissie, bemiddelt of adviseert op verzoek daartoe van de meest gerede partij in geschillen tussen de mentor en de kandidaat.

§

5

Aanvullend traject

Artikel

18

Artikel

19

De kandidaat dient de door hem te volgen beroepservaringmodules te hebben afgerond vóór het in artikel 24, tweede lid, bedoelde eindgesprek.

Artikel

20

Certificaten van deelname aan beroepservaringmodules zijn tot zes jaar na afgifte geldig.

§

6

Vrijstellingen

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Een verzoek om vrijstelling wordt slechts gehonoreerd, indien de kandidaat naar het oordeel van het bureau architectenregister heeft aangetoond op grond van opleiding of opgedane beroepservaring voor aanvang van de beroepservaringperiode reeds te beschikken over (een deel van) de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Hoofdstuk

VI

Einde van de beroepservaringperiode

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Het eindgesprek, bedoeld in artikel 24, tweede lid, vindt in beginsel plaats binnen twee jaar, doch uiterlijk binnen zes jaar na aanvang van de beroepservaringperiode.

Artikel

27

Hoofdstuk

VII

Erkenning van aanbieders en beroepservaring-modules

Artikel

28

De erkenning van een aanbieder van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma en de erkenning van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma door het bureau architectenregister vindt plaats op verzoek van de aanbieder van de desbetreffende beroepservaringmodules of het desbetreffende beroepservaringprogramma.

Artikel

29

Artikel

30

Het bureau architectenregister stelt regels vast met betrekking tot de erkenning, die in elk geval betrekking hebben op

  • a.

    eisen waaraan het verzoek, bedoeld in artikel 28, dient te voldoen,

  • b.

    de wijze waarop een verzoek wordt beoordeeld en

  • c.

    de voorwaarden, bedoeld in artikel 29, eerste lid.

Artikel

31

Hoofdstuk

VIII

Slotbepalingen

Artikel

32

Het bureau architectenregister is bevoegd de bijlage bij deze regeling te wijzigen en doet van een wijziging mededeling aan de ministers, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet.

Artikel

33

Het bureau architectenregister stelt de tarieven vast voor een vergoeding van de kosten ter zake van de uitvoering van de hoofdstukken II en IV tot en met VI van deze regeling.

Artikel

34

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

35

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Beroepservaringperiode.

Den Haag
De voorzitter van het bestuur van het bureau architectenregister, A. Rijckenberg.

Bijlage

Eindtermen Beroepservaring

De eindtermen vormen het samenhangende geheel van kennis, inzicht en vaardigheden waarover de kandidaat aan het einde van de beroepservaringperiode moet beschikken om als architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect aan het vereiste niveau van beroepsuitoefening te voldoen. Daarbij zij opgemerkt dat deze competenties niet alleen gelden vanuit het perspectief van de ontwerper als opdrachtnemer maar ook, zoals bij stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten in ambtelijke dienst, van de ontwerper als opdrachtgever. De eindtermen en ervaringsaspecten dienen steeds in de context van de betreffende discipline te worden geïnterpreteerd. Voor een goede duiding van de eindtermen zijn bij de eindtermen bij wijze van voorbeeld ervaringsaspecten aangegeven. Deze ervaringsaspecten vormen niet limitatieve voorbeelden ter verduidelijking, voor zowel de kandidaat, de mentor, de commissie beroepservaringperiode als de aanbieder, van de wijze waarop aan de eindtermen kan worden voldaan.

A: Attitude

Is in staat een eigen professionele positie in te nemen met een onderzoekende, reflecterende en bewuste houding binnen de relevante historische, culturele, maatschappelijke en sociale en ecologische context, nu en in de toekomst.

Bewust zijn van en kunnen reflecteren op relevante:

– historische en culturele verantwoordelijkheid;

– maatschappelijke positie, rol en verantwoordelijkheden van de ontwerper / adviseur;

– professionele positie en ontwikkeling;

– de rol van een professioneel netwerk;

– ontwikkelingen in vakgebied op ontwerp- / adviesmatig, technisch, ecologisch en maatschappelijk vlak.

B: Bedrijfsvoering

Heeft inzicht in het duurzaam in stand houden van een bedrijf of organisatie.

Inzicht krijgen in werkplekorganisatie:

– beschrijven en evalueren van (de organisatie van) de werkplek;

– beschrijven en evalueren van de organisatie van projecten; bekend worden met projectmanagement en planningsmethoden;

– bestuderen van de interne planning, budgettering, urenbewaking van projecten;

– beschrijven en evalueren van de zelf verrichte werkzaamheden in relatie tot urenbudgetten.

C: Communicatie

Beschikt over sociale, (non-) verbale, schriftelijke dan wel (audio-) visuele vaardigheden om effectief te communiceren en te overtuigen .

Deelnemen aan de ideevorming binnen verschillende (interdisciplinaire) teams:

– voorbereiden, bijwonen en rapporteren van bijeenkomsten waar idee en ontwerp /

ruimtelijk advies worden besproken met opdrachtgever en andere betrokken partijen;

– voeren van correspondentie met partners en externe partijen over een project;

– deelname aan de participatieprocessen door partijen van de opdrachtgevende zijde (ontwerpteam, planteam, begeleidingsteam klankbordgroep, stuurgroep);

– het bijdragen aan projectpresentaties voor opdrachtgevers, welstandscommissies, vergunningverleners en andere betrokkenen, zowel mondeling als schriftelijk;

– zelfstandig vervaardigen van deelpresentaties, zoals 3D-visualisaties, maquettes, doorsneden; maken van schema's; schrijven van teksten;

– opleveren van een eindproduct (bijv. boek, waarin ontwerp, advies, toelichting en onderzoek is opgenomen);

– inzicht krijgen in vergadertechniek, onderhandelingstechniek, samenwerkingsvormen.

Eindtermen en ervaringsaspecten per fase

00 Opdracht

1. Beheerst strategische en communicatieve vaardigheden en middelen voor het verwerven van naamsbekendheid en het overtuigend bekend maken van de eigen visie of positie, met als doel het verwerven van een opdracht;

2. Is bekend met het aangaan van zakelijke overeenkomsten en van selectie- en aanbestedingsprocedures betrekking hebbend op de praktijk van de ontwerper of adviseur.

– acquisitiegesprek (bureau- of organisatiepresentatie) inhoudelijk en strategisch voorbereiden en bijwonen;

– selectie (projectpresentatie) inhoudelijk en strategisch voorbereiden en bijwonen;

– netwerkbijeenkomst bijwonen;

– openbare lezing van een bureau- of organisatiepresentatie bijwonen en analyseren;

– meewerken aan het opstellen van een offerte (inhoudelijk betoog, projectplanning en kosten);

– kennis opdoen van (contract)onderhandelingen;

– kennis nemen van de beroepsregelingen (DNR);

– inzicht verwerven in aspecten als verzekeringen, auteursrecht, rechtsbijstand, rol en positie ontwerper;

– kennis nemen van selectievormen: Europese aanbesteding, rechtstreekse procedures, meervoudige opdrachten, prijsvragen, en de stadia, de rolverdeling, de criteria en de toetsing;

– kennis nemen van contractvormen zoals DBFMO, Design & Construct, etc.

01 Initiatief/haalbaarheid (IH)

3. Is in staat de haalbaarheid van ambities en wensen van de opdrachtgever te inventariseren en te analyseren binnen historische, sociale, maatschappelijke, culturele, ruimtelijke, ecologische, technische, esthetische, juridische en financiële context om een adequaat advies te geven.

Zelfstandig dan wel in teamverband op basis van de ambities en wensen van de opdrachtgever werken aan de analyse van de opgave en het onderzoeken en vastleggen van de mogelijkheden en haalbaarheid van de opgave aan de hand van:

– historische en culturele context;

– sociale en maatschappelijke context en gebruikerswensen;

– eventueel geografische, ecologische en fysiek bestaande situatie (kabels en leidingen, hoogtes, bodem, etc.);

– ruimtelijk kwalitatieve context;

– beleid, regels, procedures en wetgeving, verantwoordelijkheden en eigendommen;

– ambities en wensen van betrokken partijen;

– financiën, budgetten en mogelijke exploitatie;

– de eventuele keuze van locatie / situering.

02 Projectdefinitie (PD)

4. Heeft inzicht in het opstellen van (prestatie) eisen, wensen, verwachtingen en voorwaarden met betrekking tot het ontwerp en/of ruimtelijk advies en het vastleggen daarvan in een Programma van Eisen;

5. Is in staat tot het opstellen en vastleggen van het plan van aanpak van de opgave inzake producten, tijd, budget en organisatie.

Zelfstandig dan wel in teamverband werken aan:

– de interpretatie, analyse en definitie van een (concrete) opgave en het bijbehorende programma van eisen;

– opstellen en vastleggen, van het beoogde planproces met beschrijving van stappen en producten, planning, budget en projectorganisatie.

03 Structuurontwerp (SO)

6. Is in staat tot het verkennen en het overdragen van een integraal structuurontwerp- of functioneel-ruimtelijk concept in zijn context.

Zelfstandig of in teamverband ontwerpen van of adviseren over verschillende soorten opdrachten in een ruimere context, op verschillende schaalniveaus en ten aanzien van verschillend opdrachtgeverschap, waaronder:

– ontwerpen / adviseren en vastleggen van de hoofdvorm van het ontwerp / ruimtelijk advies in zijn context;

– ontwerpen / adviseren en vastleggen van de verschillende (thematische) onderdelen van het ontwerp / ruimtelijk advies;

– integreren van verschillende belangen en disciplines;

– uitwerken van eventueel meerdere (deel) oplossingsrichtingen;

– verkennen van technische aspecten en de haalbaarheid;

– presenteren van het ontwerp / ruimtelijk advies verbaal, in beeld en op schrift.

04 Voorontwerp (VO)

7. Is in staat tot het maken, het vastleggen en het overdraagbaar maken van een globaal ontwerp en/of ruimtelijk advies, waarin alle aspecten zijn geïntegreerd;

8. Is in staat tot het maken van voorstellen voor materialisatie en techniek van het globaal ontwerp en/of ruimtelijk advies;

9. Heeft inzicht in relevante regelgeving en vergunningen en het verwerken daarvan in het globaal ontwerp en/of ruimtelijk advies;

10. Is in staat tot het geïntegreerd en globaal ontwerpen van en adviseren over alle relevante aspecten wat betreft fysica, techniek en veiligheid.

Zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het:

– uitwerken van de hoofdvorm tot een globaal ontwerp / globaal ruimtelijk advies, met functionele en ruimtelijke indeling;

– integreren van alle relevante disciplines in een complexe ontwerpomgeving (buiten- en binnenruimte, architectuur, bouwfysica, installaties en constructie) en opereren in netwerken met verschillende disciplines;

– inzicht krijgen in demarcatie, taakafbakening en integratie met andere ontwerpende disciplines;

– verdieping van kennis en inzicht in humane factoren zoals gebruik, licht, kleur, materiaal, comfort, gezondheid en veiligheid; ontwerpen van de voorlopige materiaalkeuze, globale dimensionering en eventuele techniek;

– ontwerpen van / advies geven over architectonische/ beeldende/ visuele verschijningsvorm;

– onderzoeken en toepassen van relevante regelgeving en vergunningen;

– het ontwerpen aan / advies geven over en verwerken van gebruikseisen, (technische) deelaspecten, beheers- en onderhoudsaspecten, veiligheid- en gezondheidsaspecten;

– beeldend presenteren van het globaal ontwerp / ruimtelijk advies;

05 Definitief ontwerp (DO)

11. Is in staat tot het maken, het vastleggen en het overdraagbaar maken van een gedetailleerd ontwerp en/of ruimtelijk advies , waarin alle aspecten zijn geïntegreerd;

12. Is in staat tot het maken van voorstellen voor materialisatie en techniek van het gedetailleerde ontwerp en/of ruimtelijk advies;

13. Heeft inzicht in relevante regelgeving en vergunningen en het verwerken daarvan in het gedetailleerde ontwerp en/of ruimtelijk advies;

14. Is in staat tot het geïntegreerd en gedetailleerd ontwerpen en/of adviseren van alle benodigde aspecten voor wat betreft fysica, techniek en veiligheid.

Zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het:

– uitwerken van de definitieve vorm tot een gedetailleerde voorstelling van het ontwerp / ruimtelijk advies;

– het vastleggen van de integratie van alle relevante disciplines in een complexe ontwerpomgeving (buiten- en binnenruimte, architectuur, bouwfysica, installaties en constructie) en opereren in netwerken met verschillende disciplines;

– inzicht krijgen in demarcatie, taakafbakening en integratie met andere ontwerpende / adviserende disciplines;

– verdieping van kennis en inzicht in afbouwaspecten, uitvoeringstechnieken, componenten, flexibiliteit en bouwvolgorde;

– ontwerpen van de definitieve materiaalkeuze; het maken van kleur- en materiaalstaten, verlichtingsplannen en beplantingsplannen;

– technisch en materieel uitwerken van de architectonische/ beeldende/ visuele verschijningsvorm, inclusief principedetaillering;

– het vastleggen van de integratie van gebruikseisen, (technische) deelaspecten, beheers- en onderhoudsaspecten, veiligheid- en gezondheidsaspecten;

– beeldend presenteren van de gedetailleerde voorstelling van het ontwerp / ruimtelijk advies.

06 Technisch ontwerp (TO)

15. Is in staat tot het uitwerken en vastleggen van het definitief ontwerp tot een technisch ontwerp en/of gespecificeerd ruimtelijk advies en heeft inzicht in het maken van technische specificaties teneinde tot uitvoering te komen;

16. Heeft inzicht in het aanvragen van benodigde vergunningen.

– zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het uitwerken, detailleren en materialiseren van het definitief ontwerp tot een technisch ontwerp / gespecificeerd ruimtelijk advies;

– bekend worden met ruwbouwaspecten: relatie ontwerp/ uitvoering, prefab versus in situ, bouwplaatsanalyse, toleranties;

– bekend worden met afbouwaspecten: componenten en flexibiliteit, installaties en bouwvolgorde;

– bekend worden met bestekken, technische- en werkomschrijvingen en hoeveelheid- en afwerkstaten;

– het zelfstandig dan wel in teamverband opstellen en afstemmen van uitvoeringsvoorbereiding tekeningen, het begeleiden van besteksschrijvers en de controle daarvan;

– inzicht krijgen in het opstellen en interpreteren van prestatie eisen, juridische aspecten, garantieverklaringen, kwaliteitsnormen en gelijkwaardigheid;

– inzicht krijgen in en toepassen van relevante regelgeving, inzicht in procedures en in staat zijn vergunningen aan te vragen.

07 Prijs- en contractvorming (PC)

17. Heeft inzicht in relevante kostensoorten en structuren opdat de haalbaarheid van het ontwerp en/of ruimtelijk advies tijdens alle fasen kan worden onderbouwd en beheerst en is in staat tot het geven van een advies hierover aan de opdrachtgever;

18. Heeft inzicht in relevante wijzen van contracteren en aanbesteden, inclusief betreffende wet- en regelgeving en is in staat tot het geven van een advies hierover aan de opdrachtgever.

– kennis van en inzicht krijgen in het maken van keuzes in relatie tot kosten en prijs-kwaliteit verhouding;

– kennis van en inzicht krijgen in begroten en kostenbewaking van een ontwerp / ruimtelijk advies, in relatie tot de uitvoeringsmethodiek, product- en materiaaltoepassing, meer- en minderwerk en dergelijke;

– op basis van kengetallen opdrachtgevers (mede) informeren over prijsvorming en budgetten;

– zelfstandig dan wel in teamverband meewerken aan het maken van een globale kostenberekening van het ontwerp / ruimtelijk advies;

– kennis krijgen van een gedetailleerde elementenbegroting van het ontwerp / ruimtelijk advies;

– zelfstandig dan wel in teamverband meewerken aan het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid van een plan / advies;

– inzicht krijgen in het aanbestedingsproces, prijs- en contractvorming, en kennis van samenwerkingsvormen met uitvoerende partijen (onder meer bouwteams, design & construct).

08 Uitvoering – uitvoeringsgereed ontwerp (UO)

19. Is in staat tot het zodanig uitwerken van het ontwerp en/of ruimtelijk advies, dat aan de hand daarvan de productie van bouw- en installatiecomponenten, alsook de daadwerkelijke uitvoering en assemblage op de bouwplaats kan plaatsvinden;

20. Is in staat tot het ontwikkelen en/of begeleiden en het esthetisch controleren van gedetailleerde uitwerkingen van componenten in relatie tot het geheel van het ontwerp.

– zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het maken van gedetailleerde tekeningen van te prefabriceren elementen (bijvoorbeeld kozijnstaten);

– kennis krijgen van uitvoeringsaspecten en knelpunten;

– omgaan met afwijkingen, kostenbesparingen en ontwerpaanpassingen tijdens de bouw;

– zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het aansturen van aanpassingen na aanbesteding en tijdens uitvoering.

09 Uitvoering – directievoering

21. Heeft inzicht in (bouw-) uitvoeringstechnieken, -protocollen en -processen;

22. Heeft inzicht in directievoering;

23. Is in staat tot esthetisch begeleiden en controleren van de uitvoering.

– inzicht krijgen in uitvoeringstechnieken,

– protocollen en -processen;

– zelfstandig dan wel in teamverband werken aan het esthetisch begeleiden van het ontwerp / gespecificeerd ruimtelijk advies na aanbesteding en tijdens uitvoering;

– inzicht krijgen in directievoering;

– bijwonen van bouwvergaderingen;

– kennis krijgen van het houden van toezicht tijdens de bouw;

– kennis krijgen van het controleren van tekenwerk van aannemers en derden;

– kennis krijgen van het opleveren en van het nemen van een proces-verbaal.

10 Gebruik/exploitatie

24. Heeft inzicht in beheer- en onderhoudsaspecten ten behoeve van ontwikkeling en instandhouding van een duurzaam ontwerp.

– kennis krijgen van het ondersteunen van de opdrachtgever c.q. eigenaar en gebruikers bij het gebruik, het onderhoud en de exploitatie c.q. het facility management van het project;

– kennis krijgen van het adviseren inzake de onderhoudstermijn van het project;

– kennis krijgen van het opstellen onderhoud- en beheerplannen;

– kennis krijgen van het opnemen van het werk na de onderhoudsperiode en het verzorgen van het proces-verbaal daarvan.