Wet van 20 december 2012 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel

Wijzigingswet Wet op de rechterlijke indeling, enz. (vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten te wijzigen in verband met de vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Wijziging van wetgeving op het terrein van rechtspleging

Artikel

I

Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel

III

Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet herziening gerechtelijke kaart.

Hoofdstuk

II

Wijziging van overige wetten

Artikel

V

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel

VI

Wijzigt de onteigeningswet.

Artikel

VII

Wijzigt de Politiewet 2012.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet aansprakelijkheid olietankschepen.

Artikel

IX

Wijzigt de Wet griffierechten in burgerlijke zaken.

Artikel

X

Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel

XI

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel

XII

Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Hoofdstuk

III

Overgangsbepalingen

Artikel

XIII

(overgang lopende zaken naar nieuwe rechtbanken)

Zaken die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I aanhangig waren bij de rechtbank Oost-Nederland, tot kennisneming waarvan de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel bevoegd is, gaan van rechtswege over naar de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel.

Artikel

XIV

(overgangsrecht i.v.m. verzet, beroep, hoger beroep enz.)

Voor de toepassing van bepalingen inzake de behandeling van geschillen ter zake van beslissingen van de rechtbank Oost-Nederland die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I zijn genomen, tot kennisneming waarvan de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel bevoegd is, worden deze beslissingen aangemerkt als beslissingen van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel.

Artikel

XV

(overgangsrecht i.v.m. dagvaardingen, verzoekschriften en andere processtukken)

Dagvaardingen, verzoekschriften en andere processtukken in aanhangige of aanhangig te maken zaken, tot kennisneming waarvan op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I bevoegd was de rechtbank Oost-Nederland, tot kennisneming waarvan met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel bevoegd is, worden met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I aangemerkt als processtukken in zaken tot kennisneming waarvan de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel bevoegd is.

Artikel

XVI

(overdracht archiefbescheiden)

Artikel

XVII

(overgangsrecht functionarissen rechtbanken)

Artikel

XVIII

(overgangsrecht gerechtsbestuurders)

Artikel

XIX

(overgangsrecht rechtspositionele beslissingen)

Besluiten of andere handelingen van het bestuur of de president van de rechtbank Oost-Nederland waarbij ambtenaren of gewezen ambtenaren, bedoeld in artikel XVII, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I bij die rechtbank werkzaam zijn en hun ambt gewoonlijk vervullen in of vanuit een gemeente in de provincie Gelderland onderscheidenlijk Overijssel, dan wel voor wie op die dag een gemeente in de provincie Gelderland onderscheidenlijk Overijssel als standplaats is aangewezen, als zodanig belanghebbende zijn, dan wel waarbij hun rechtverkrijgenden of nagelaten betrekkingen belanghebbenden zijn, worden van rechtswege aangemerkt als besluiten of andere handelingen van:

  • a.

    het bestuur of de president van de rechtbank Gelderland, indien de betrokken ambtenaren of gewezen ambtenaren hun ambt gewoonlijk vervullen in of vanuit een gemeente in de provincie Gelderland dan wel voor wie een gemeente in de provincie Gelderland als standplaats is aangewezen;

  • b.

    het bestuur of de president van de rechtbank Overijssel, indien de betrokken ambtenaren of gewezen ambtenaren hun ambt gewoonlijk vervullen in of vanuit een gemeente in de provincie Overijssel dan wel voor wie een gemeente in de provincie Overijssel als standplaats is aangewezen.

Artikel

XX

(overgangsrecht wettelijke procedures en rechtsgedingen)

In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij het bestuur onderscheidenlijk de president van de rechtbank Oost-Nederland op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is betrokken, treedt in de plaats:

  • a.

    het bestuur onderscheidenlijk de president van de rechtbank Gelderland, indien het een wettelijke procedure of een rechtsgeding betreft welke betrekking heeft op een besluit of een andere handeling waarbij een ambtenaar, bedoeld in artikel XVII, eerste tot en met vierde, zesde en zevende lid, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn ambt gewoonlijk vervult in of vanuit een gemeente in de provincie Gelderland dan wel voor wie op die dag een gemeente in de provincie Gelderland als standplaats is aangewezen, als zodanig belanghebbende is;

  • b.

    het bestuur onderscheidenlijk de president van de rechtbank Overijssel, indien het een wettelijke procedure of een rechtsgeding betreft welke betrekking heeft op een besluit of een andere handeling waarbij een ambtenaar, bedoeld in artikel XVII, eerste tot en met vierde, zesde en zevende lid, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn ambt gewoonlijk vervult in of vanuit een gemeente in de provincie Overijssel dan wel voor wie op die dag een gemeente in de provincie Overijssel als standplaats is aangewezen, als zodanig belanghebbende is;

  • c.

    het bestuur onderscheidenlijk de president van de rechtbank Gelderland, indien het andere dan in de onderdelen a en b genoemde wettelijke procedures en rechtsgedingen betreft.

Artikel

XXI

(overgangsrecht klachtbehandeling)

Artikel

XXII

(overgangsrecht zaaksverdelingsreglement)

Het zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Oost-Nederland, bedoeld in artikel 21 van de Wet op de rechterlijke organisatie, zoals dit luidt op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, en voor zover betrekking hebbend op de zittingsplaatsen in de provincies Gelderland onderscheidenlijk Overijssel, heeft te gelden als het zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel.

Artikel

XXIII

(overgangsrecht advocatuur)

Artikel

XXIV

(overgangsrecht notariaat)

Hoofdstuk

IV

Samenloopbepalingen

Artikel

XXV

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

XXVI

Wijzigt de Wet lokaal spoor (KST33324).

Artikel

XXVII

Wijzigt de Wet basisregistratie personen (KST33219).

Artikel

XXVIII

Artikel

XXIX

Wijzigt de Beginselenwet AWBZ-zorg (KST33109).

Artikel

XXX

Wijzigt de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap (KST33054).

Artikel

XXXI

Wijzigt de Reparatiewet griffierechten burgerlijke zaken (KST33108).

Hoofdstuk

V

Slotbepalingen

Artikel

XXXII

Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk in het arrondissement Gelderland en het arrondissement Overijssel. Bij dit verslag wordt betrokken het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet herziening gerechtelijke kaart in het arrondissement Oost-Nederland, bedoeld in artikel CXLIVb, tweede lid, zoals dat luidt op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, naar de stand op het moment van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel

XXXIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en wat betreft artikel XVIII, vijfde tot en met achtste lid, kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten