Artikel
1
Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met:
-
a.
het verlenen van gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4 van het Besluit inburgering;
-
b.
het verlenen van gehele vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van het met goed gevolg afleggen van een toets als bedoeld in artikel 2.5 van het besluit;
-
c.
het aanwijzen van een onafhankelijke arts, die een advies uitbrengt over ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid van het Besluit inburgering;
-
d.
het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, bedoeld in artikel 2.8 van het Besluit inburgering;
-
e.
het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die aantoonbaar voldoende is ingeburgerd, als bedoeld in artikel 2.8a van het Besluit inburgering;
-
f.
het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die zich aantoonbaar heeft ingespannen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, als bedoeld in artikel 2.8b van het Besluit inburgering
-
g.
het verlengen van de inburgeringstermijn op grond van artikel 2.11 of artikel 2.12 van het Besluit inburgering;
-
h.
het verlengen van de inburgeringstermijn op grond van artikel 32 van de Wet inburgering;
-
i.
het verstrekken van leningen en het innen van schulden uit verstrekte leningen, bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de Wet inburgering;
-
j.
het kwijtschelden van schulden, bedoeld in artikel 4.13 van het Besluit inburgering;
-
k.
het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in de artikel 31 of artikel 33 van de Wet inburgering;
-
l.
het beheren van het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering;
-
m.
het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem inburgering, bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Wet inburgering;
-
n.
het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit inburgering;
-
o.
het afnemen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van het Besluit inburgering;
-
p.
het ongeldig verklaren van het inburgeringsexamen en het bepalen dat de kandidaat het inburgeringsexamen of een onderdeel daarvan opnieuw moet afleggen als bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit inburgering;
-
q.
het uitreiken van het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van het Besluit inburgering;
-
r.
het vaststellen van een examenreglement, als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de Regeling inburgering;
-
s.
het afgeven van een kennisgeving inzake de inburgeringsplicht aan de inburgeringsplichtige.