Richtlijn voor strafvordering winkeltijdenwet
Achtergrond
In de onderhavige richtlijn voor strafvordering wordt gebruik gemaakt van het Polaris-puntensysteem, zoals beschreven in de Aanwijzing Kader voor strafvordering. Voor de waarde van één sanctiepunt wordt verwezen naar genoemde aanwijzing.
Beschrijving
Deze richtlijn voor strafvordering ziet op overtredingen van de artt. 2, 3, vijfde lid, 4, derde lid, 5, derde lid, 6, tweede lid, 7, derde lid, en 8, tweede lid van de Winkeltijdenwet. Dit zijn economische delicten op grond van artikel 1 onder 4° Wet op de economische delicten (Wed). Deze worden in art. 2 lid 4 Wed als overtreding gekwalificeerd.
Vervolging
Bij overtreding van de Winkeltijdenwet is een financiële sanctie passend. Voor de ter onderscheiden situaties gelden de volgende basispunten.
|
Niet structurele ongeoorloofde openstelling door individuele ondernemingen (geen filiaalbedrijven) |
18 punten |
|
Structurele ongeoorloofde openstelling door individuele ondernemingen (geen filiaalbedrijven) |
36 punten |
|
Ongeoorloofde openstelling door ondernemingen die deel uitmaken van een concern |
180 punten |
Recidive
Bij recidive dient het aantal punten met 50% te worden verhoogd.
Hoorplicht
Een strafbeschikking houdende betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel, die afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 2000,- wordt slechts uitgevaardigd indien de verdachte, bijgestaan door een raadsman, daaraan voorafgaand is gehoord door de officier van justitie die de strafbeschikking uitvaardigt (artikel 257c lid 2 Wetboek van Strafvordering).
Eis ter zitting
Indien een aangeboden transactie niet is betaald, wordt het aangeboden bedrag, verhoogd met 20% gevorderd. Bij het aanbrengen van de zaak op zitting na een eerder opgelegde strafbeschikking is het uitgangspunt voor de strafeis van de officier van justitie de bij strafbeschikking opgelegde straf. Als er redenen zijn om aan te nemen dat het verzet uitsluitend is gedaan ter uitstel van de executie of om de procesgang te vertragen, kan een tot maximaal 20% hogere straf worden gevorderd. Dat kan aan de orde zijn wanneer de bestrafte in het verzetschrift geen gronden heeft aangegeven en eveneens verstek laat gaan ter terechtzitting, danwel verschijnt maar geen inhoudelijk verweer voert.
Indien rauwelijks is gedagvaard, dienen de omstandigheden die daartoe aanleiding hebben gegeven in de eis te worden verdisconteerd.
Ontneming
Indien de omstandigheden van het delict daartoe aanleiding geven dient tevens gedacht te worden aan toepassing van art. 74, lid 2, sub d Sr (transactie onder voorwaarde van ontneming), art. 257a, lid 3, aanhef en onder c Sv (aanwijzing tot ontneming bij strafbeschikking) en art. 36c Sr (ontnemingsvordering).
Overgangsregeling
Deze richtlijn voor strafvordering is uitsluitend geldig ten aanzien van strafbare feiten gepleegd op en vanaf de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.