Stageverordening 2012

Het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten;
Gelet op artikel 33 van de Stageverordening 2012 treden de artikelen 1, 25 tot en met 28 en 32 van de Stageverordening 2012 in werking met ingang van 1 januari 2013. De overige artikelen treden in werking met ingang van 1 maart 2013 (besluit van de algemene raad van 3 december 2012).
Overwegende, dat het wenselijk is regels te stellen over de verhouding tussen patroon en stagiaire en de nieuwe beroepsopleiding voor advocaten die de praktijk onder begeleiding van een patroon uitoefenen;
Gezien het ontwerp van de algemene raad met de bijbehorende toelichting;
Gehoord de adviescommissie regelgeving;

Stelt de navolgende verordening vast:

Hoofdstuk

1

Definities

Artikel

1

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    accreditatie:

    door de algemene raad verstrekte vergunning aan een opleidingsinstelling, waardoor deze de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen b en c, mag aanbieden;

  • b.

    accrediteren:

    het verstrekken door de algemene raad van een vergunning aan een opleidingsinstelling, waardoor deze de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen b en c, mag aanbieden;

  • c.

    advocaat:

    een in Nederland ingeschreven advocaat alsmede een advocaat, die is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de wet, indien deze in de lidstaat van herkomst een verklaring heeft verworven waaruit blijkt dat de stage aldaar is afgerond;

  • d.

    algemene raad:

    de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten;

  • e.

    beroepsopleiding advocaten:

    de opleiding voor stagiaires, bedoeld in artikel 9c van de wet;

  • f.

    buitenstagiaire:

    de stagiaire aan wie op grond van artikel 9b, derde lid, van de wet vrijstelling is verleend van de verplichting om de praktijk uit te oefenen ten kantore van de patroon;

  • g.

    certificaat beroepsopleiding:

    het bewijs, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet dat met gunstig gevolg het in artikel 9c van de wet bedoelde examen is afgelegd;

  • h.

    juridische hoofdrichting:

    een van de volgende hoofdrichtingen, te weten burgerlijk (proces)recht, bestuurs(proces)recht of straf(proces)recht;

  • i.

    opleidingsinstelling:

    een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een opleiding verzorgt, gericht op het bereiken van vakbekwaamheid van de stagiaire, die daartoe geaccrediteerd is of die daartoe een verzoek heeft gedaan;

  • j.

    patroon:

    de advocaat onder wiens toezicht de stagiaire de praktijk uitoefent, na verkregen goedkeuring door de raad van toezicht;

  • k.

    raad van toezicht:

    de raad van toezicht, bedoeld in artikel 9a van de wet, in het arrondissement waar de stagiaire kantoor houdt;

  • l.

    stage:

    de uitoefening van de praktijk door een advocaat onder toezicht van een patroon;

  • m.

    stagiaire:

    een advocaat die verplicht is zijn praktijk uit te oefenen onder toezicht van een patroon;

  • n.

    stagiaire-ondernemer:

    de stagiaire die niet in loondienst is maar de praktijk voor eigen risico en rekening uitoefent;

  • o.

    stichting:

    een door de algemene raad opgerichte stichting als bedoeld in artikel 25;

  • p.

    uitvoeringsorganisatie:

    de uitvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid;

  • q.

    wet:

    de Advocatenwet.

Hoofdstuk

2

De stage

Artikel

2

Aanvang stage

De stage vangt aan wanneer de stagiaire beëdigd is, de stage en de patroon zijn goedgekeurd en de praktijk wordt uitgeoefend.

Artikel

3

Voltooiing stage

Artikel

4

Deeltijd

Artikel

5

Stage geëindigd of opgeschort

Hoofdstuk

3

Stage en patroon

Artikel

6

Goedkeuring stage en patroon

Artikel

7

Beoordeling aanvraag goedkeuring

Artikel

8

Bemiddeling bij zoeken patroon

Indien de patroon in de uitoefening van de praktijk is geschorst dan wel om andere redenen niet in staat is zijn taken als patroon uit te oefenen, kan de raad van toezicht bemiddelen bij het zoeken van een andere (tijdelijke) patroon.

Artikel

9

Verplichtingen patroon

Hoofdstuk

4

Stagiaire

Artikel

10

Verplichtingen voor de stagiaire

Artikel

11

Praktijkervaring van de stagiaire

Artikel

12

Activiteiten in het arrondissement

Artikel

13

Buitenstagiaires of stagiaire-ondernemer

Een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer:

  • a.

    stelt zijn patroon in de gelegenheid te voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, eerste, tweede, vijfde, zesde en zevende lid;

  • b.

    richt de organisatie van zijn kantoor inclusief de dienstverlening aan de cliënt en de administratie aantoonbaar adequaat in en

  • c.

    neemt alleen zaken aan die hij gelet op zijn kantoororganisatie adequaat kan behandelen en waarvoor hij de deskundigheid bezit dan wel waarvoor hij gebruik maakt van de deskundigheid van een andere advocaat.

Artikel

14

Liquiditeit en boekhouding van de stagiaire-ondernemer

Hoofdstuk

5

De beroepsopleiding advocaten

Artikel

15

Opleidings- en examenreglement

Artikel

16

Indeling vakken

Artikel

17

Toelating tot de beroepsopleiding

Artikel

18

Onderwijs bijwonen

Artikel

19

Vrijstelling van het volgen van onderwijs

Artikel

20

Examinering

Artikel

21

Certificaat

De stagiaire die het examen met gunstig gevolg heeft afgelegd, ontvangt van de examencommissie het certificaat beroepsopleiding.

Artikel

22

Terme de grâce

Artikel

23

Vrijstelling van examen

Artikel

24

Verschuldigde bijdrage

Hoofdstuk

6

Organisatie van de beroepsopleiding advocaten

Artikel

25

Stichting beroepsopleiding advocaten

Artikel

26

Uitvoeringsorganisatie

Artikel

27

Examencommissie

Artikel

28

Accreditatie van een opleiding

Hoofdstuk

7

Administratief beroep

Artikel

30

Administratief beroep

Artikel

31

Een beschikking van de raad van toezicht waartegen een belanghebbende, krachtens artikel 9b, vijfde lid, van de wet of artikel 30, administratief beroep kan instellen bij de algemene raad, wordt door de secretaris van de raad van toezicht onverwijld bekend gemaakt aan de betrokkenen, alsmede aan de secretaris van de algemene raad.

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

32

Overgangsrecht

Artikel

33

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van een door de algemene raad te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

34

Citeertitel