Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 13 december 2012, nr. 333192, betreffende het financieel beheer van de politie (Regeling financieel beheer politie)

Regeling financieel beheer politie

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;

  • b.

    algemene bijdrage: bijdrage voor het geheel van werkzaamheden dat wettelijk tot de taak van de politie behoort, niet zijnde een bijzondere bijdrage;

  • c.

    bijzondere bijdrage: bijdrage voor een specifiek omschreven doel;

  • d.

    begrotingsjaar: het kalenderjaar waarvoor de begroting dient;

  • e.

    verslagjaar: het kalenderjaar waarover verslag wordt uitgebracht;

  • f.

    begroting: de begroting, bedoeld in artikel 34 van de wet;

  • g.

    meerjarenraming: de meerjarenraming, bedoeld in artikel 34 van de wet;

  • h.

    managementrapportage: rapportage van de korpschef aan de Minister waarin wordt ingegaan op de financiële stand van zaken van de politie;

  • i.

    jaarrekening: de jaarrekening, bedoeld in artikel 35 van de wet;

  • j.

    jaaraanschrijving: jaarlijkse aanschrijving van de Minister waarin aanwijzingen worden gegeven;

  • k.

    wet: Politiewet 2012.

Artikel

2

De begroting en de meerjarenraming geven duidelijk en stelselmatig inzicht in de geraamde baten en lasten, de geraamde investeringen en de financiering hiervan alsmede de ontwikkeling van de vermogenspositie. De managementrapportages en de jaarrekening geven inzicht in de inzet en de besteding van de financiële middelen van de politie.

Hoofdstuk

2

Begrotings- en verantwoordingscyclus

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

6

Artikel

7

Hoofdstuk

3

Begroting en meerjarenraming

Artikel

8

Hoofdstuk

4

Bijdragen

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Hoofdstuk

5

De jaarrekening

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Niet bestede bijzondere bijdragen worden als ‘openstaande bijdragen’ onder de vlottende passiva verantwoord en kunnen door de Minister worden afgeroomd.

Artikel

17

Het eigen vermogen bestaat uitsluitend uit een algemene reserve.

Hoofdstuk

6

Liquiditeitsmanagement en eigen vermogen

Artikel

19

Artikel

20

Hoofdstuk

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

21

In afwijking van artikel 6, tweede lid, kan de Minister, op voorstel van de korpschef, tot 1 januari 2015 andere data vaststellen voor het verstrekken van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde 3-maands-, 6-maands-, 9-maands- en 12-maandsmanagementrapportage over het jaar 2014.

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel

26

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop de Politiewet 2012 in werking treedt.

Artikel

27

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financieel beheer politie.

De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten